zaterdag 29 juni 2013

29 juni: H.H. Petrus en Paulus, apostelen, hoogfeest

Petrus heette aanvankelijk Simon, zoon van Jona (of Johannes). Zijn broer heette Andreas. Zij waren vissers op het moment dat Jezus hen vroeg Hem te volgen (Markus 01,16-20). Van Jezus kreeg hij de bijnaam Petrus ('rots': Matteus 16, 18; Johannes 1, 42).

Uit de Evangeliën krijgt men de indruk dat hij een spontaan, hartelijk karakter had, ook met alle fouten van dien. Zo wilde hij niet dat Jezus hem de voeten waste, omdat dat slavenwerk was. Toen Jezus zei dat ze dan niet langer bij elkaar zouden horen, wilde hij ineens helemaal gewassen worden (Johannes 13, 6-9). Van de andere kant hield hij glashard vol Jezus niet te kennen, toen het hem te benauwd werd en hij tijdens Jezus' verhoor door omstanders werd herkend als een van Zijn leerlingen. Jezus had het hem in de vooravond nog voorzegd: "Eer de haan kraait, zul je me driemaal verloochend hebben" Toen er een haan kraaide, herinnerde Petrus zich Jezus' woorden en huilde bitter om zijn lafhartigheid (Mattheüs 26, 69-75). Als de leerlingen na Jezus' heengaan weer zijn gaan vissen en Hem herkennen op het strand, bedenkt Petrus zich geen moment, trekt zijn kleed aan, springt overboord en zwemt voor de boten uit naar Jezus toe (Johannes 21, 1-9). Deze Petrus is de prins der apostelen geworden (Johannes 21, 15-32).

In de eerste tien hoofdstukken van het bijbelboek ‘Handelingen van de Apostelen’ wordt verteld hoe Jezus’ leerlingen, en Petrus in het bijzonder, steeds meer bezield werden door Zijn Heilige Geest, en dus steeds meer op Jezus gingen lijken.

Eens kwam Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen die in Lydda woonden, en trof daar een zekere Enéas aan, die reeds acht jaar wegens verlamming het bed moest houden. Petrus sprak tot hem: "Enéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed in orde." Onmiddellijk stond hij op. Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.

Dit verhaal doet denken aan de genezingen van lammen in de evangeliën: bij voorbeeld Marcus 2, 1-12, de lamme door het dak: Petrus' aanmaning hier "Maak uw bed in orde" herinnert enigszins aan Jezus' aanbeveling aan de lamme daar: "Neem uw bed op..." Het verhaal hier herinnert ons ook aan Johannes 5, 1-9, de genezing van de lamme in Betsaïda, doordat het aantal jaren van de verlamming uitdrukkelijk wordt genoemd: hier acht jaar bij Johannes 38 jaar.

Er leefde destijds in Joppe een leerlinge met name Tabita, wat in vertaling Dorkas, Gazelle, betekent. Zij was onuitputtelijk in het doen van goede werken en het geven van aalmoezen. Juist in die dagen was zij echter na een ziekte gestorven. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. Omdat Lydda dichtbij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar verbleef, twee mannen naar hem toe met het verzoek: "Kom zonder uitstel naar ons toe." Petrus ging aanstonds met hen mee. Bij zijn aankomst brachten ze hem in het bovenvertrek, waar alle weduwen wenend hem omringden en al de kleren en mantels lieten zien die Dorkas gemaakt had toen ze nog in hun midden was. Petrus deed allen naar buiten gaan, knielde neer en bad. Toen sprak hij, zich kerend naar het lijk: "Tabita, sta op." Zij opende de ogen, zag Petrus en ging overeind zitten. Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Vervolgens riep hij de heiligen en de weduwen en gaf haar levend aan hen terug.
Dit werd bekend in heel Joppe, zodat velen het geloof in de Heer aannamen. (Handelingen 9, 32-42)

Dit verhaal doet sterk denken aan Jezus' opwekking van Jaïrus' dochtertje. De belangrijkste overeenkomst is natuurlijk dat een vrouw uit de dood wordt opgewekt. Maar er zijn nog enkele details. Net als Jezus stuurt Petrus allen naar buiten. Ze spreken bijna dezelfde woorden. Waar Jezus zei: "Talita koemi, sta op!", horen we Petrus zeggen: "Tabita, sta op!" Net als Jezus pakt Petrus de vrouw bij de hand om haar op te richten.

De conclusie moet bijna wel zijn, dat in Petrus Jezus Zelf aan het werk is; in Petrus zijn de tijden van het Evangelie teruggekeerd.

Het tweede deel van de Handelingen van de Apostelen vertelt voornamelijk hoe Paulus het christendom onder de heidenen verkondigt. Toch is het Petrus die het eerst een heiden, Cornelius, tot Christus brengt (Handelingen 10). Na de verhuizing uit Jeruzalem vestigde hij zijn zetel in de Syrische stad Antiochië; weer later ging hij naar de hoofdstad van het Romeinse Rijk, Rome.

Beroemd is de legende 'Quo vadis?' Tijdens de christenvervolgingen onder keizer Nero, drongen de gelovigen erop aan dat Petrus de stad zou ontvluchten. Uiteindelijk gaf hij gehoor aan hun dringende bede. Aan de rand van de stad kwam hij echter Jezus Zelf tegen; Hij droeg Zijn kruis in de richting van Rome. Verbijsterd vroeg Petrus "Quo vadis? Waar gaat U heen, Meester?" Waarop Jezus antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Toen begreep Petrus dat hij er verkeerd aan deed de stad te ontvluchten; hij moest bij zijn mensen blijven. Hij keerde terug, en werd inderdaad enige tijd later gearresteerd en net als zijn Heer tot de kruisdood veroordeeld. Hij vond van zichzelf dat hij maar weinig op Jezus geleek. Daarom vroeg hij de gunst om met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden.

Nero liet de twee kopstukken onder de christenen, de apostelen Petrus en Paulus arresteren door een zekere Paulinus. Deze wierp de twee in de gevangenis en droeg de bewaking op aan Processus en Martinianus. Maar Petrus wist deze wachters tot Christus te bekeren. Omdat er in de gevangenis geen water voorhanden was om hen te dopen, keerde Petrus in tot gebed en op hetzelfde moment sprong er een fontein op uit de stenen vloer. Nu openden de voormalige bewakers de deuren van de gevangenis voor hen en gaven hun de vrijheid terug. Later, na de marteldood van Petrus en Paulus, kwam hun dat eveneens op de doodstraf te staan: op last van Nero werd hun met het zwaard het hoofd afgehakt.

Op uitdrukkelijk aandringen van zijn medegelovigen nam Petrus de vlucht en ging op weg om de stad Rome te verlaten. Maar bij één van de stadspoorten aangekomen - op die plaats staat nu de kerk van Maria Onderweg - kwam Christus hem tegemoet. Hij sprak: "Maar Heer, waar gaat U heen (Quo vadis)?" Waarop de Heer antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Petrus herhaalde: "Opnieuw gekruisigd?" "Ja". Daarop hernam Petrus: "Maar dan ga ik terug, Heer, om samen met u gekruisigd te worden." Daarop steeg de Heer weer ten hemel. Petrus bleef in tranen achter.

Hij begreep dat het uur van zijn marteldood geslagen had. Hij ging terug de stad in. Daar werd hij onmiddellijk gegrepen door de politie van Nero. Hij werd voor de stadhouder, Agrippa, geleid. Linus vertelde later dat Petrus' gelaat straalde van vreugde.

Linus was één van Petrus' leerlingen: hij zou hem opvolgen als bisschop van Rome, de belangrijkste van alle bisschoppen.

De stadhouder zei tot hem: "Dus u bent die man die er vreugde in vindt om temidden van het lagere volk te wonen? En die de vrouwen van de achterbuurten weghoudt van hun man in bed?" Waarop Petrus ten antwoord gaf: "Mijn enige vreugde vind ik in het kruis van mijn Heer." Omdat hij vreemdeling was, werd hij veroordeeld tot de doodstraf aan het kruis. Paulus daarentegen was Romeins staatsburger: hij werd veroordeeld tot onthoofding door het zwaard.

Dionysius (bijgenaamd 'de Areopagiet') schrijft een brief aan Paulus' leerling Timotheus over Paulus' dood. Daarin vertelt hij hoe de menigte, bestaande uit heidenen en joden, niet moe werd hen beiden, Petrus en Paulus, in het gezicht te spuwen en te slaan waar ze hen maar raken konden.

Op het moment dat ze van elkaar gescheiden werden, zei Paulus tegen Petrus: "De vrede zij met jou; jij bent de rots waarop de kerk gebouwd is; jij bent herder van Jezus' schapen." En Petrus zei tegen Paulus: "Ga in vrede, jij bent de verkondiger van de waarheid en van de blijde boodschap; jij bent de doorgever van het heil aan alle rechtvaardigen."

Deze passage roept allerlei teksten uit het Evangelie op. Ten eerste worden we herinnerd aan de gebeurtenis dat Petrus tegen Jezus zegt: "Gij zijt de Christus (Messias), de Zoon van de levende God." Jezus had toen op Zijn beurt gereageerd: "En jij, Simon, jij bent Petrus, rots, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen." Jezus en Petrus hebben elkaar toen over en weer 'bevestigd' in wat ze ten diepste waren. Nu doen Petrus en Paulus hetzelfde ten aanzien van elkaar.

De woorden waarmee ze dat doen, slaan op eerdere gebeurtenissen. Na zijn verrijzenis is Jezus eens aan Petrus en Johannes verschenen. Jezus vroeg bij die gelegenheid aan Petrus tot drie keer toe of hij Hem beminde. Dat maakte Petrus bedroefd, want het herinnerde hem aan zijn drievoudige verloochening, in de nacht van Jezus' arrestatie en veroordeling: "Simon, bemin je mij?" Tot drie keer toe. Telkens als Petrus geantwoord had "Ja Heer, U weet dat ik U bemin" zei Jezus "Hoed mijn schapen!" Naar die woorden van Jezus verwijzen nu Paulus' woorden: "Jij bent de herder."

Op dezelfde manier bevestigt Petrus Paulus in het feit dat hij Gods woord heeft verkondigd onder de heidenen. Daarover was destijds het meningsverschil gegaan.

Daarop ging Dionysius met zijn meester Paulus mee. De twee apostelen zijn immers op gescheiden plaatsen ter dood gebracht. Toen Petrus geconfronteerd werd met het kruis waaraan hij zou komen te hangen, zei hij: "Mijn meester is vanuit de hemel op aarde neergedaald; vervolgens is Hij verheven aan het kruis. Mij heeft hij geroepen om van de aarde op te gaan naar de hemel. Daarom wil ik gekruisigd worden met mijn hoofd naar de aarde en mijn voeten naar de hemel. Kruisig mij dus met mijn hoofd omlaag, want ik ben niet waardig op dezelfde manier te sterven als mijn Meester, Jezus." Dat gebeurde. Men draaide het kruis ondersteboven, zodat hij met zijn hoofd naar beneden kwam te hangen en met zijn voeten naar de hemel.

De medegelovigen waren woedend op Nero; ze riepen dat ze zijn dood wilden, van hem en van zijn stadhouder. Maar Petrus smeekte hun zijn martelaarschap niet tegen te houden. Daarom opende God de ogen van al degenen die hem beweenden. En zie, nu zagen zij engelen staan met kronen van rozen en lelies in de hand; en Petrus stond erbij; Christus reikte hem een boek over en hardop las hij wat er in stond. De apostel aan het kruis bemerkte dat zij al zijn heerlijkheid aanschouwden. Voor een laatste maal beval hij zichzelf aan in hun gebeden. Daarop gaf hij de geest. Twee van zijn leerlingen, Marcellus en Apuleus, haalden hem van het kruis af en begroeven hem na hem met geurige kruiden gebalsemd te hebben.

In Rome begint het feest van Petrus en Paulus met de pontificale vespers op 28 juni in de basiliek van Sint Paulus buiten de Muren. Op de dag zelf viert de Paus de hoogmis in de Sint-Pietersbasiliek, boven het graf van Sint Petrus. Tijdens deze plechtigheid legt hij bij de nieuw benoemde metropolieten (aartsbisschoppen) het pallium op. De Evangelielezing van deze Mis is genomen uit het Mattheüs-evangelie (16, 13-19). Daarin zegt Jezus dat Simon de steenrots is (Tu es Petrus) op wie Hij Zijn Kerk zal bouwen.

woensdag 26 juni 2013

Karel Van Isacker S.J.: Tu es sacerdos in aeternum

Vandaag precies 100 jaar geleden -- op 26 juni 1913 -- werd Karel Van Isacker geboren te Mechelen. Zijn moeder was van Ninove, zijn vader uit Torhout. Hij deed zijn humaniorastudies bij de jezuïeten te Aalst. In 1933 trad hij in te Drongen en werd priester gewijd in 1945. Hij promoveerde tot doctor in de geschiedenis aan de universiteit te Leuven in 1954. In 1950 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Handelshogeschool Sint Ignatius te Antwerpen en maakte er de groei en de omvorming mee van de instelling naar de Universitaire Faculteiten Sint Ingnatius.

In 1983 nam pater Van Isacker afscheid van de Universitaire Faculteiten Sint Ignatius. Samen met een oud-studente begon hij het religieuze werk aan de Caelenberg te Niel-bij-As. De schuur en de stal van een oude Kempische hoeve werden omgebouwd tot kapel. En de commissie 'Ecclesia Dei' uit Rome verleende hem het 'celebret' om de oude Romeinse ritus te gebruiken in de liturgie. Hij was ervan overtuigd dat alleen het sacrale de Kerk kon redden. In zijn boekje 'Ontwijding' staat na het voorwoord een zin uit de Klaagliederen van de profeet Jeremias:

"Het goud heeft zijn glans verloren,
dof is het edel metaal,
en de sterren van het heiligdom liggen verspreid
op alle hoeken der straten."


"Het herstel van de vroomheid is een terugkeer naar de blijvende waarden van trouw, zuiverheid, van dienstbetoon en van eensgezindheid, dat prachtig woord waarmee alles is gezegd: het is de band van allen met Christus, in de eenheid van geloof en eigen aard, een brug die reikt over de generaties en allen samenhoudt in dezelfde liefde en trouw." Ook dit zijn woorden die hij ons op het feest van Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen heeft nagelaten.

Reeds in 1978 sprak professor dr Karel Van Isacker S.J. de volgende woorden: "Het is mijn leed als historicus te ervaren hoe de Kerk als menselijk instituut steeds meeliep met de stroming van de tijd." En "nu ook weer loopt de Kerk mee met de stroming, met de mode van de tijd. Het is het meedoen aan een capitulatie.(...) Wij beleven inderdaad een tijd van capitulatie, en de volgende generatie zal zich met verstomming afvragen hoe een gemeenschap zo luchthartig, zo onnadenkend de schatten van het verleden door deuren en vensters kon gooien. Men capituleert omdat men mee wil doen met de geest, met de mode van de tijd. En het is de vraag waar de Kerk zal staan als deze mode fataal voorbij zal zijn, want niets verdwijnt sneller dan een mode. Dan riskeren wij ons in een verschrikkelijk geestelijk braakland te bevinden."

Op 25 augustus 2010 -- een dag na zijn 65-jarig priesterfeest -- overleed onze innig geliefde pater op de herdenkingsdag van zijn eerste heilige Mis op de gezegende leeftijd van 97 jaar. Bidden wij voor de zielenrust van de hooggeleerde pater dr Karel Van Isacker S.J., priester in eeuwigheid.


'k Lag ter aarden en 'k aanbad u,
neêrgebogen in mijn niet,
en mijn herte zong een lied,
schoon ik zweeg en weende, dat u,
Heere, alleen bekend moet zijn,
en dit arem herte mijn!

Guido Gezelle

dinsdag 25 juni 2013

25 juni: Heilige Wilhelmus, abt

Wilhelmus werd in 1085 te Vercelli in Piemonte geboren. Op 12-jarige leeftijd verloor hij zijn beide ouders. Hij was nog geen veertien, toen hij de wens te kennen gaf een pelgrimstocht van boetvaardigheid te houden naar Jacobus van Compostella. Hij volbracht deze onderneming blootsvoets en met slechts één kleed bij zich. Eenmaal thuis wilde hij ook naar het Heilig Land gaan om de plaatsen te bezoeken waar Christus had geleefd. Maar daar kwam niets van, omdat God hem onoverkomelijke hindernissen in de weg legde. Hij trok zich terug in de eenzaamheid van een kale berg.

Daar passeerde eens een mooi meisje dat haar blinde vader geleidde. Toen de man besefte welke kans hier voor hem lag, begon deze te bidden en te smeken dat de kluizenaar voor hem bij God een goed woordje zou doen, zodat hij zijn gezichtsvermogen terug zou krijgen. Maar de heilige leerde hem dat wij het lijden soms moeten ondergaan en aanvaarden; daarop gaf hij hem zijn zegen, en de zieke bleek op slag genezen.

Dit werd al gauw overal bekend en van heinde en ver kwamen de mensen naar hem toe. Om de toeloop te ontvluchten besloot hij alsnog naar het Heilige Land te gaan. Nu was het een droom die hem ervan hield. Hij nam zijn toevlucht tot een volkomen afgelegen en eenzame berg, de Vergine (= Maagd), ergens in de buurt van Napels. Tot dan toe hadden alleen beesten daar een onderkomen kunnen vinden.

Wilhelmus nam een voorbeeld aan Johannes de Doper. Hij droeg een haren kleed op het blote lijf; hij at slechts eenmaal per dag, op het moment dat de zon was ondergegaan; en naar het voorbeeld van de oude woestijnvaders en kluizenaars las hij elke dag alle honderdvijftig psalmen.

Ondanks de gestrengheid van zijn boetvaardig leven kreeg hij toch metgezellen, onder wie een zekere Albertus. Twee jaar later al had zich een hele kring van vrome mannen rond hem verzameld. Er waren zelfs priesters bij. Hij leerde hun het Evangelie consquent en zo volmaakt mogelijk na te leven, zoals de heilige Benedictus dat in zijn regel voor monniken zo duidelijk voorschrijft. Aldus ontstonden er meerdere klooster-nederzettingen.

Wilhelmus wordt afgebeeld als abt, soms met een wolf bij zich.

maandag 24 juni 2013

24 juni: Geboorte van de heilige Johannes de Doper, hoogfeest

Johannes wordt beschouwd als de voorloper van Jezus Christus, de Messias. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: "Na mij komt Iemand Die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van Zijn sandaal los te maken" (dat was nederig slavenwerk!). Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte, althans zo zeggen de drie evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas. De vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende. Immers, toen Jezus voorbijging, duidde hij Hem aan als het Lam Gods.

Er is ook wel iets voor te zeggen dat Johannes Jezus al kende, want bij Lucas lezen we dat Johannes' moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus' moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: "Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand." Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen - zo schrijft Lucas diepzinning en prachtig - sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias.

Ook Johannes' geboorte was aangekondigd door de engel Gabriël, en wel aan zijn vader Zacharias op het moment dat hij zich als priester in het heilige vertrek van de tempel bevond en aan het oog van het volk onttrokken was. Ook hij vroeg hoe zoiets kon, daar hij en zijn vrouw onvruchtbaar waren gebleken. Ook hij had als antwoord gekregen dat voor God niets onmogelijk is; hij kreeg bovendien een teken van de waarheid mee: hij zou niet kunnen spreken tot aan de geboorte van het kind, dat hij Johannes moest noemen. Want dit kind zou zijn naam meer dan waarmaken.

Toen het kind geboren was en men aan Zacharias vroeg hoe het moest heten, moest hij gebruik maken van een schrijftabletje om te antwoorden: "Johannes moet het heten." Op dat moment werd hem het vermogen tot spreken teruggegeven. De buren, familie en bekenden stonden verbaasd, want er was niemand in de familie die zo heette.

woensdag 19 juni 2013

Viering 100-ste geboortedag Karel Van Isacker


Professor dr Karel Van Isacker SJ

Karel Van Isacker werd geboren op 26 juni 1913 te Mechelen. Dat is eind deze maand precies 100 jaar geleden. Pater Van Isacker stierf in 2010, daags na zijn 65-jarig priesterfeest, op 97-jarige leeftijd.

Op zondag 30 juni om 9.55 uur zullen we tijdens de Hoogmis in de kapel stilstaan bij zijn 100-ste geboortedag. De plechtige Hoogmis zal worden opgedragen door pater Gert Verbeken S.J.M. De gregoriaanse zang zal worden verzorgd door de Schola Cantorum uit Achel.

dinsdag 18 juni 2013

18 juni: Heilige Ephrem, de Syriër, diaken, belijder en Kerkleraar


Ephrem werd rond 306 geboren in plaats Nisibis. Voor het jaar 338 moet hij de diakenwijding ontvangen hebben. Toen deze stad in 363 werd veroverd door de Syriërs week hij uit naar Edessa dat nog juist tot het Romeinse Rijk behoorde. Daar opende hij een theologische school.

Hij schreef een vloed aan vooral moralistische en mystieke werken.

Tijdens een hongersnood in 372 wist hij de rijken ertoe te bewegen hun voorraadschuren te openen voor armen.

Paus Benedictus XV riep hem in 1920 uit tot Kerkleraar. Op basis van de talrijke theologische tractaten en liederen die alle in metrische vorm zijn geschreven, draagt hij als bijnaam 'citer (of harp) van de Heilige Geest'.

maandag 10 juni 2013

10 juni: Heilige Margarita, koningin van Schotland, weduwe

Margareta was de dochter van de Engelse koning Edward Atheling en de Hongaarse prinses Agatha. Zij werd in 1046 in Hongarije geboren, doordat haar ouders door de Noormannen verdreven waren. Onder haar grootvader, de latere heilige koning Edward de Belijder, verhuisde de koninklijke familie weer naar Engeland. Daar leefde ze in betrekkelijke rust tot 1066, toen Edward de Slag bij Hastings verloor. Toen moest de koninklijke familie weer vluchten.

Nu belandde Margareta in Schotland, en maakte daar kennis met de rauwe vorst, Malcolm III. Deze raakte volkomen vertederd van de jonge prinses. We horen van dat moment niets meer over de vrouw met wie hij tot dat moment getrouwd was. Margareta nam volledig bezit van zijn leven: "Hij kwam steeds prompt tegemoet aan al haar wensen en verstandige adviezen; wat haar niet aanstond, stond hem niet aan; waar zij van hield, daar hield hij ook van, puur uit liefde voor haar." Aldus haar biechtvader Prior Turgot van Durham. Vanaf dat ogenblik was het dus uit met het platbranden van kerken en kloosters, daar was Malcolm namelijk mee bezig op het moment dat hij zijn jonge bruid leerde kennen. Zij was het liefste een klooster ingegaan, maar nu ze eenmaal op deze plek zat, zorgde ze ervoor dat er nieuwe kerken werden gebouwd, kloosters gesticht en scholen opgericht. Zij was een royaal weldoenster voor de armen. En zij droeg persoonlijk zorg voor de christelijke opvoeding van haar kinderen, daarin bijgestaan door haar geestelijke leidsmannen, de reeds genoemde Turgot en Lanfranc, aartsbisschop van Canterbury.

Tot haar belangrijkste stichting behoort het klooster van Dunfermline, de plaats waar zij als vluchteling landde en waar Malcolm toen juist de kerk had verwoest. Voor zichzelf richtte zij in haar koninklijk verblijf een soort kloostercel in. Deze is bij opgravingswerkzaamheden teruggevonden. Daar moet zij vol overgave geschreven hebben aan haar persoonlijke Evangelieboek; het wordt tot op de dag van vandaag bewaard in de Bodleian-bibliotheek te Oxford.

Zij stierf op het moment dat een van haar zoons, Edgar, haar het verschrikkelijke nieuws kwam melden dat haar man en haar oudste zoon waren omgekomen in een van de vele slagen die zij te leveren hadden.

Haar reliekschrijn werd opgesteld in 'haar' kloosterkerk te Dunfermline. Er begonnen wonderen te geschieden; men zag een licht dwalen rond haar grafmonument; soms waren het vonken. Men meende dat de heilige op deze manier te kennen gaf dat ze graag als heilige vereerd wilde worden. Paus Innocentius IV verklaarde haar in 1251 heilig. Haar schrijn werd voorwerp van grote verering.

Tijdens de Reformatie (halverwege de 16e eeuw) wist de laatste abt van Dunfermline haar stoffelijke resten in veiligheid te brengen. Ze werden naar Frankrijk gesmokkeld, maar daar gingen ze verloren tijdens de Franse Revolutie (1789-1792).
De plaats waar Margareta in Schotland aan land kwam, staat nog steeds bekend als St-Margaret's Hope. Lange tijd bezat het kasteel van Edinborough een St- Margaret's Tower en -Gate. Aan de voet van de rots is er nog steeds een bron naar haar genoemd. Volgens de overlevering zou zij die hebben doen ontspringen bij haar aankomst in Schotland.

Zij is patrones van Schotland. Zij wordt afgebeeld in koninklijke kledij, vaak met een kroon aan haar voeten; soms ook in kloosterkleding met armen en zieken om zich heen. In Londen is er een (neo-)gotische Margaretakerk, gelegen vlak achter de parlementsgebouwen.

vrijdag 7 juni 2013

Heilig Hart van Jezus, hoogfeest


Heer, ontferm U over ons
Christus, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons
Christus, aanhoor ons
Christus, verhoor ons
God, hemelse Vader, ontferm U over ons
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons
God, Heilige Geest, ontferm U over ons
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons
Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons
Hart van Jezus, huis van God en poort van de hemel, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons
Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin alle schatten zijn van wijsheid en van wetenschap, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de Vader Zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons
Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van Uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons
Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons
Hart van Jezus, ons leven en onze venijzenis, ontferm U over ons
Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons
Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoop van ben, die in U sterven, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoogste Vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Jesus, zachtmoedig en nederig van Hart, Maak ons hart gelijkvormig aan Uw Hart.

LAAT ONS BIDDEN - Almachtige, eeuwige God, sla Uw blikken op het Hart van Uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U heeft gebracht in naam van de zondaars. Laat U verzoenen en schenk vergiffenis aan hen, die Uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, Uw Zoon, Die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.