zaterdag 30 november 2013

Goddelijke Diensten in de Advent en in de Kersttijd


Zondag 1 december - Eerste zondag van de Advent
10.00 uur: Hoogmis

Zondag 8 december - Hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de H. maagd Maria (Commemoratie: Tweede zondag van de Advent)
10.00 uur: Hoogmis

Zondag 15 december - Derde zondag van de Advent
10.00 uur: Hoogmis

Woensdag 18 december - Quatertemperwoensdag in de Advent
18.30 uur: Gulden Mis

Zondag 22 december - Vierde zondag van de Advent
10.00 uur Hoogmis

Dinsdag 24 december - Vigilie van Kerstmis
23.40 uur: Adventswake
24.00 uur: Plechtige Middernachtmis, gevolgd door de Dageraadsmis, waarin Kerstliederen worden gezongen (celebrant: pater H. Volk S.J.M.)

Woensdag 25 december - Hoogfeest van Kerstmis
10.00 uur: Plechtige Hoogmis 'Puer natus est nobis’ (celebrant: pater H. Volk S.J.M.)

Donderdag 26 december - H. Stefanus, eerste martelaar (Tweede Kerstdag)
10.00 uur: Hoogmis (celebrant: pater H. Volk S.J.M.)

Zondag 29 december - Zondag onder het octaaf van Kerstmis
10.00 uur: Hoogmis

Woensdag 1 januari 2014 - Octaafdag van Kerstmis (Nieuwjaar)
10.00 uur: Hoogmis

Zondag 5 januari 2014 - Viering van het Hoogfeest van Driekoningen
10.00 uur: Hoogmis

30 november: Heilige Andreas, apostel

Andreas was de broer van Simon Petrus. Hij was eerst leerling van Johannes de Doper. Beide broers waren visser van beroep. Andreas sloot zich later bij Jezus aan en liet ook zijn broer met Jezus kennis maken. Andreas is de eerste met name genoemde apostel. Hij was de eerste apostel die Jezus volgde, samen met Johannes. Hij leidde ook de eerste heidenen naar Jezus, vlak voordat Hij aan Zijn beulen uitgeleverd zou worden. Steeds stond hij Jezus ter zijde om zijn hulp aan te bieden. Zo was Andreas de apostel die voor de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging een jongen aanwees die broden en vissen bij zich had.

Volgens de overlevering heeft hij na het Pinksterfeest het Evangelie verkondigd in Klein-Azie en in de Donaulanden. Ten tijde van de regeringsperiode van keizer Nero werd Andreas door de stadhouder Ageas gearresteerd. Hij werd gedwongen aan de goden te offeren, maar Andreas hield standvastig vol en bleef weigeren. Daarop sprak de christenhater over hem het doodsoordeel uit. Omstreeks het jaar 60 is hij te Patras in het noorden van de Peloponnesus in Griekenland aan een X-vormig kruis gestorven. Uit liefde voor zijn Heer wilde hij namelijk niet op dezelfde wijze gekruisigd worden als Jezus. We noemen een X-vormig kruis daarom een Andreaskruis. We komen het Andreaskruis tegen in het wapen van Amsterdam en bij spoorwegovergangen.

De heilige Andreas is de patroon van Rusland en van Schotland. Filippus van Bourgondië (Filippus de Schone) stelde in 1429 de ridderorde van Sint Andries in, die wij beter kennen als de orde van het Gulden Vlies.

Andreas ligt begraven in de grafkelder te Amalfi en zijn hoofd lag in de Sint-Pietersbasiliek te Rome. Paus Paulus VI heeft dit hoofd geschonken aan de Patriarch van Constantinopel als een gebaar van toenadering, want in het Oosten is de heilige Andreas een van de meest vereerde heiligen. Hij zou volgens de legende de Kerk van Byzantium hebben gesticht, het centrum van de Oosterse Kerken.

Andreas is patroon van Schotland, Griekenland, Rusland, Spanje, vissers, vishandelaren, slagers, mijnwerkers, touwslagers, waterdragers en voor een goed huwelijk; hij is patroon tegen: jicht, keelpijn, krampen en belroos.

maandag 25 november 2013

25 november: Heilige Catharina van Alexandrië, maagd en martelares

Catharina werd in de derde eeuw geboren in Alexandrië (Egypte) als dochter van koning Costus. Er is niet veel van haar bekend, het meeste is gebaseerd op legenden. We weten wel dat ze heel mooi was, en rijk en hoogbegaafd. Vooral haar onovertroffen trots wordt vermeld. Geen enkele vrijer was goed genoeg voor haar. Altijd was er wel iets dat niet deugde. Op een dag trof Catharina een oude kluizenaar die haar vertelde dat Jezus Christus haar bruidegom zou worden. Deze uitspraak maakte een diepe indruk op het meisje en ze besloot gemaakte fouten voorgoed te vereffenen en een nieuw leven te beginnen. Ze ging naar een priester en liet zich dopen.

Kort daarop werd er in de stad een feest gevierd ter ere van de goden en iedereen die iets betekende werd uitgenodigd aan dit feest deel te nemen. Ook Catharina ontving deze uitnodiging en werd verzocht iets mee te nemen om aan de goden te offeren. Ze besloot naar Alexandrië te gaan met de bedoeling om de keizer te vertellen dat zijn goden afgoden waren en niet vereerd mochten worden.

Door haar geweldige redenaarstalent wist zij de heersers in verlegenheid te brengen. De keizer riep daarop de 50 beste filosofen en retoren bij elkaar met de bedoeling om haar met haar uitspraken door de mand te laten vallen. Maar toen het moment daar was werden alle argumenten die zij allen aanvoerden met de grond gelijk gemaakt. En alle aanwezigen bekeerden zich tot het christendom. De woedende keizer veroordeelde daarop de 50 geleerden tot de brandstapel. Tot het laatste moment stond Catharina de 50 mannen terzijde. Daarop werd zij zelf gevangen genomen en in de kerker geworpen. Vreselijke folteringen moest zij ondergaan. Zo werd ze met nagels op raderen gebonden.

Wekenlang liet men haar hierop liggen zonder voedsel. Steeds weer stond zij gezond en wel voor de keizer en vertelde hem zijn dwalingen. Tenslotte liet de keizer haar in het jaar 306 onthoofden, zodat hij van haar verlost zou zijn.

Catharina behoort tot een van de veertien helpers in nood. Zij is patrones van leraren, studenten, scholieren, meisjes, maagden, gehuwde vrouwen, theologen, filosofen, universiteiten, bibliotheken, ziekenhuizen, redenaars, molenaars, schippers, kappers, boekdrukkers, schoenmakers, naaisters, notarissen, advocaten, drenkelingen en van veldvruchten, en patrones tegen migraine en tongaandoeningen.

zaterdag 23 november 2013

23 november: Heilige Clemens I, paus en martelaar

De heilige Clemens aanbidt
de heilige Drie-eenheid.

"Ook u, mijn trouwe kameraad, vraag ik: wees haar behulpzaam. Want zij hebben mij bijgestaan in de strijd voor het Evangelie, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, wier namen staan in het boek des levens." (Fil. 4,3)

Paus Clemens wordt door de apostel Paulus zijn gezel genoemd. Hij is de derde opvolger van de Heilige Petrus. Hij schreef een brief aan de Korintiërs (niet die van Paulus). Hij treed met gezag op tegenover de Kerk van Korinte. In dezelfde brief staan bewijzen over het verblijf en de marteldood van Petrus in Rome. De brief is verder waardevol voor de kennis omtrent de kerkelijke hiërarchie, de liturgie in die tijd en de dogma's van de Drie-eenheid en over Christus.

Paus Clemens I is een apologeet (verdediger van de leer). Hij werd in de eerste eeuw in Rome geboren en werd in het heidense geloof opgevoed. Door de prediking van de apostel Barnabas vond hij eindelijk datgene waarnaar hij lang op zoek was geweest. Hij liet zich door Barnabas dopen en verder vormen door de heilige Petrus. Petrus was zeer onder de indruk van Clemens en benoemde hem tot zijn opvolger. Na de dood van Petrus weigerde Clemens plaats te nemen op de Heilige Stoel. Linus werd daarop de tweede opvolger. Dit gebeurde in het jaar 64. In het jaar 91 moest Clemens, onder druk van de clerus en het volk, gehoor geven aan de keus die de heilige Petrus reeds gemaakt had.

Verder is er weinig bekend over zijn pausambt. De marteldood van Clemens Romanus staat in ieder geval vast door de traditie van de Kerk, die zijn naam heeft opgenomen in de Canon van de heilige Mis. De heilige Clemens werd door keizer Trajanus naar de Krim verbannen wegens zielenijver en daar met een anker om de hals in zee verdronken.

Een legende vertelt dat paus Clemens tijdens zijn verblijf in de steengroeve door een schaap een bron vond waaruit water opborrelde uit het gesteente. Zo heeft hij zijn medegevangenen gered die dreigden om te komen van de dorst. Zijn lichaam werd door de beide apostelen van de Slaven, Cyrillus en Methodius , naar Rome overgebracht. Daar werd hij in de aan hem toegewijde kerk (San Clemente) bijgezet. Deze kerk is een van de meest bijzondere kerken in Rome omdat zij nog de volkomen liturgische inrichting van de oude kerk toont.

De heilige Clemens is patroon van zeelieden, hoedenmakers, marmerzagers, steenhouwers en kinderen, en patroon tegen kinderziekten, watersnood, storm en onweer.

donderdag 21 november 2013

21 november: Opdracht van Onze Lieve Vrouw


Vandaag viert de Kerk het feest van de Opdracht van Onze Lieve Vrouw in de tempel (Maria Presentatie). Maria, die vervuld was van de Heilige Geest, was vanaf haar onbevlekte ontvangenis toegewijd aan God.

Dit feest is gebaseerd op het proto-Evangelie van Jacobus, waarin wordt verteld dat de ouders van de heilige maagd Maria, Joachim en Anna, uit dankbaarheid om haar miraculeuze geboorte hun dochter aan God toewijden in de tempel.

In de kerken van het Oosten wordt het feest van de opdracht van de Moeder Gods in de tempel al gevierd sinds de achtste eeuw. Het behoort daar tot een van de twaalf grote feesten. Later werd het feest ook in de Westerse Kerk ingevoerd.

maandag 18 november 2013

18 november: Kerkwijding van de basilieken van de heiligen Petrus en Paulus

Sint-Pietersbasiliek te Rome
Basiliek van Sint Paulus te Rome

Op de plaats waar de apostel Petrus ligt begraven, nabij de muren van het circus Nero, werd al heel spoedig door paus Anacletus in het jaar 80 een marmeren herinneringstempel opgericht.
Keizer Constantijn begon met de bouw van een Petrus-basiliek, die in het jaar 326 door paus Silvester werd geconsacreerd. Toen er in de 16e eeuw de nodige restauraties verricht moesten worden, besloot paus Julius II tot de bouw van een geheel nieuwe Sint-Pieterskerk.

In plaats van het herdenkingstempeltje op het graf van Paulus, liet keizer Constantijn in 324 een basiliek bouwen, ongeveer gelijk aan die door hem gebouwd was op het graf van Petrus. Deze werd door paus Siricius in de 4e eeuw ingewijd. In de loop der tijd is deze basiliek dikwijls beschadigd door plundering, aardbeving en overstroming, maar telkens weer gerestaureerd en met kunstschatten verrijkt. Deze basiliek ligt aan de weg naar Ostia en wordt ook wel de Sint-Paulus-buiten-de-Muren genoemd.

dinsdag 12 november 2013

12 november: Heilige Martinus, paus en martelaar

Paus Martinus, gevangen en in ballingschap.

Martinus was afkomstig uit Todi in Umbrië. Na een schitterende carrière werd hij deken bij de bisschop van Rome, paus Theodorus I († 649). Deze zond hem als speciale afgezant naar Constantinopel. In juli 649 werd hij zelf tot paus gekozen. Hij staat bekend om zijn liefde voor de armen en zijn zorg voor de gelovigen, maar meer nog om zijn ijver de geloofsschat te bewaren.

In zijn tijd bestonden er onder de gelovigen vele diepgaande meningsverschillen, waarin hij duidelijk stelling nam. Vooral met keizer Constans II van het Oost-Romeinse Rijk had hij het vaak aan de stok. Die steunde de patriarch van Constantinopel die de ketterse ideeën van het 'monotheletisme' verkondigde. Dat is de dwaalleer dat Christus alleen een goddelijke en geen menselijke wil had gehad. Paus Martinus I was van mening dat Christus pas serieus mens genoemd kon worden als Hij ook een menselijke wil had bezeten, die onderhevig was geweest aan alle menselijke begeerten en emoties, inclusief twijfel, terwijl je zoiets natuurlijk nooit van de goddelijke wil kon beweren.

Nog in het jaar van zijn benoeming hield paus Martinus in Lateranen een concilie waarop deze leer officieel werd veroordeeld. Hij werd in zijn overtuiging gesteund door de bisschoppen van Afrika, Spanje en Engeland. Maar tegelijk moest hij ervaren dat zijn leven meer dan eens bedreigd werd.

Tenslotte wisten zijn tegenstanders hem te pakken te krijgen en in 653 naar Constantinopel over te brengen. In zijn brieven doet hij verslag van de ziekten die onderweg aan boord uitbraken en die hem ernstig verzwakten. Eerst werd hij voor meer dan een half jaar verbannen naar het Griekse eiland Naxos in de Egeïsche Zee. Daar kreeg hij maar mondjesmaat te eten en het eten dat hij voorgezet kreeg, maakte hem nog zieker dan hij intussen al was. Het was hem verboden zich te verzorgen, zo mocht hij zich gedurende 47 dagen niet wassen, zelfs niet met koud water.

Na overgebracht te zijn naar Constantinopel werd er een schijnproces tegen hem gevoerd, waarbij hij ter dood veroordeeld werd wegens verraad, terwijl hij gevangen was genomen, op beschuldiging van het feit dat hij het niet met de leerstellingen van de keizer eens was. Hij werd in het openbaar voor schut gezet en afgetuigd. Op voorspraak van de patriarch van Constantinopel werd hij niet gedood, maar - bespot door het gepeupel en ontdaan van alle bisschopskleren - verbannen naar Chersonesus op de Krim. Er zijn brieven van hem bewaard waarin hij zich beklaagt over zijn onmenselijke behandeling en over het feit dat zijn gelovigen in Rome niets meer van zich lieten horen, terwijl hij dag aan dag bad voor hun zieleheil. Erger nog: ze hadden intussen een plaatsvervanger gekozen: Eugenius I. Uiteindelijk is Martinus in de Krim gestorven. Later werd zijn lichaam overgebracht naar Rome en bijgezet in de naar hem genoemde kerk.

Vanwege de vele ontberingen en vernederingen die hij te verduren had wordt hij vaak aangeduid als de laatste paus-martelaar, terwijl hij in de strikte zin geen martelaar is: hij is immers niet rechtstreeks gedood omwille van Christus, ofschoon hij smaad, gevangenschap, verbanning en de dood moest ondergaan.
Als leider van de Kerk week Martinus niet voor de opvattingen van de keizer.

maandag 11 november 2013

11 november: Heilige Martinus (van Tours), bisschop en belijder

Geboren in 316 te Sabria in Hongarije liet Martinus zich als jongen van 10 jaar in de Kerk opnemen als catechumeen (doopleerling). Vijf jaar later trad hij in het leger en diende onder keizer Constantius en keizer Julianus. Op 18-jarige leeftijd werd hij gedoopt en bleef nog twee jaar in dienst.

Als catechumeen ontmoette hij eens bij de stadspoorten een naakte bedelaar, die hem om Christus' wil een aalmoes vroeg. Omdat hij niets dan zijn wapen had, gaf hij hem een stuk van zijn soldatenmantel. In een droom verscheen hem de avond daarop Christus met de helft van zijn mantel om zich heen geslagen. Hij hoorde Jezus met heldere stem tegen de menigte engelen die om Hem heen stonden zeggen: "Martinus, die nog maar doopleerling is, heeft Mij met dit kleed bedekt. Wat je voor de geringste van Mijn broeders hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan."

De heilige Hilarius, bisschop van Poitiers werd zijn leraar en voorbeeld. Onder zijn leiding leefde hij als monnik. Toen hij priester was begon hij als missionaris in zijn eigen geboortestreek. Zijn moeder zou als eerste zich bekeerd hebben. Woedende Arianen en heidenen verdreven Martinus uit zijn geboortestreek. Teneergeslagen begaf hij zich naar het eiland Gallinara voor de Italiaanse Riviera. Daar leefde hij enkele jaren als kluizenaar. In het jaar 360 werd hij door Hilarius, die reeds sinds 356 bisschop van Poitiers was, naar Gallia teruggeroepen. Hij bouwde er een kluizenaarscel en en verbleef daar vele jaren. Uit deze eenvoudige cel zou later het eerste klooster van Gallie groeien.

Hij werd in 372 door het volk en de clerus gekozen tot bisschop van Tours, waar hij een klooster bouwde en met tachtig monniken een buitengewoon heilig leven leidde. Hij wilde niet in het bisschopshuis wonen, maar verkoos de armoede. Zijn vriend en levensbeschrijver Sulpicius Severus was vaak ooggetuige van zijn wonderdaden.

Vol overgave verkondigde Martinus overal het Evangelie en bestreed het heersende heidendom. Hij was geliefd bij de gehele bevolking vanwege zijn gerechtigheid en voorbeeldig leven.

De heilige Martinus stierf op 11 november rond het jaar 398 op 80 jarige leeftijd te Candes, een parochie in zijn bisdom.

Martinus is patroon van soldaten, cavaleristen, militairen, ruiters, hoefsmeden, wapensmeden, leerlooiers, wevers, armen, bedelaars, molenaars, gordelmakers, hoteliers, kleermakers, handschoenmakers, hoedenmakers, reizigers, gevangenen, wijnboeren, borstelmakers, omroepers, geheelonthouders, en herders en voor een goede oogst; en patroon tegen uitslag en slangenbeten.

zaterdag 9 november 2013

9 november: Kerkwijding van de Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser, feest

De Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser in Rome is beter bekend als de Sint Jan van Lateranen. Volgens een inscriptie op de voorgevel is zij ‘De Moeder en het Hoofd van alle Kerken in de Stad en van de hele Wereld’. Zij gaat terug op een geschenk van keizer Constantijn en zijn familie.

In de 2e eeuw vóór Christus behoorde het terrein waar de huidige kerk op staat toe aan de senatorenfamilie van de Plautii. Een vooraanstaand lid van deze familie, Plautus Lateranus, was in 65 door keizer Nero terechtgesteld vanwege diens vermeende aandeel in de samenzwering van Gaius Calpurnius Piso tegen de keizer. Het paleis werd geconfisqueerd en tot keizerlijk domein verklaard. Septimius Severus gaf het weer terug aan de nabestaanden van de Plautii.

Toen in de 4e eeuw een verre afstammelinge, Fausta, huwde met keizer Constantijn, behoorde het tot haar bruidschat. Zo kwam het terrein in het bezit van Constantijn. Hij schonk het aan de toenmalige paus Silvester († 335) met de bedoeling dat er de eerste christelijke basiliek zou verrijzen. Met de bouw ervan werd begonnen in 323; het jaar daarop kon de kerk worden ingewijd. Zij was toegewijd aan Jezus Zelf: de Allerheiligste Verlosser. In de 12e eeuw kwamen daar Johannes de Doper en Johannes de Evangelist bij. Sindsdien staat de kerk bekend onder de naam Sint-Jan-van-Lateranen.

De eerste kerk had de vorm van een basiliek. Het moet een imposant gebouw geweest zijn. Het was in ieder geval zo mooi en rijk versierd dat het de bijnaam 'Gouden Basiliek' (basilica aurea) kreeg. In de loop der eeuwen is de kerk herhaaldelijk verwoest, geplunderd en weer opgebouwd. Het huidige gebouw gaat terug op 11e en 12e eeuw, met restanten uit vroeger tijden.

De basiliek is de belangrijkste kerk ter wereld. Daar staat immers de Stoel van Sint Petrus, die zoals de H. Ignatius van Antiochië schreef 'het hoofd is van de gehele liefdesgemeenschap'. Om die reden wordt haar wijdingsdag in de gehele Kerk als feest gevierd.

vrijdag 8 november 2013

8 november: H.H. Vier gekroonde martelaren

De geschiedenis van deze heilige martelaren is erg verwarrend. In het Martyrologium Romanum staat het volgende over hen opgetekend: "Te Rome aan de Via Lavicana op de dag van het overlijden van vier heilige martelaren, de broers Severus, Severianus, Carpophorus en Victorinus. Onder keizer Diocletianus werden ze met loden staven doodgegeseld. Hun namen werden pas vele jaren later bekendgemaakt door een goddelijke openbaring. Aangezien daarvoor niemand hun namen kende werd de jaarlijkse feestdag te hunner ere gevierd onder de titel: De vier gekroonde broers. Ook na de openbaring van hun namen bleef deze titel bestaan."

De basiliek van de H.H. Vier gekroonde martelaren bevat ook de relikwieën van vijf beeldhouwers die onder Diocletianus weigerden om afgoden te maken of om afbeeldingen van de zonnegod te vereren. Uit verslagen blijkt dat zij rond het jaar 300 werden gegeseld, geplaatst in loden doodskisten en ondergedompeld in water.

Diverse historici hebben geprobeerd om de tegenstrijdige verklaringen over de relatie tussen deze twee groepen heiligen te ontwarren; zij hebben onderzocht of deze twee groepen daadwerkelijk hebben bestaan, of het ging om Romeinen, soldaten, steenhouwers enzovoorts.

maandag 4 november 2013

4 november: Heilige Carolus, bisschop en belijder

Carolus Borromeo werd op 2 oktober 1538 te Arona in Lombardije geboren (zijn moeder kwam uit het geslacht van de Medici). Hij ging op 7-jarige leeftijd naar een kloosterschool, waar hij als geestelijke werd ingekleed. Een voor die tijd normaal gebeuren. Op 21-jarige leeftijd beëindigde hij in Pavia zijn studies in kerkelijk en burgerlijk recht, cum laude. Een jaar later werd hij door zijn oom, paus Pius IV, tot kardinaal verheven. Dit nepotisme (onrechtmatige begunstiging van familieleden) en ander wantoestanden werden later door Carolus fel bestreden door bij de Paus aan te dringen op het uitvoeren van het Concilie van Trente (1545-1563), dat tien jaar heeft stilgelegen.

Door de dood van zijn broer Frederico in 1562 kwam er een ommekeer in zijn leven. Zijn familie zag hem graag gehuwd en zette hem onder druk, maar hij liet zich in 1563 in het geheim tot priester wijden. Enkele maanden later ontving hij de bisschopswijding en werd hij tot aartsbisschop van Milaan benoemd. Hij muntte uit door onthechting, boetvaardigheid en zelfverloochening.

Hij heeft zich een blijvende plaats verworven onder de grote reformatoren van de Kerk door de hervormingsbesluiten van het Concilie van Trente door te voeren. Hij stichtte seminaries, bevorderde de studie, herstelde de tucht in de kloosters, stichtte nieuwe orden en congregaties, schreef een volledige codex van pastorale wetgeving. Dit standaardwerk (Acten van de Milanese Kerk), is nog altijd gezaghebbend. De Ambrosiaanse Ritus is door hem in Milaan bewaard gebleven.

Veel gelovigen vonden hem een lastige scherpslijper, maar dat begon te veranderen toen hij zich tijdens een hongersnood in de schulden stak om voedsel te kunnen uitdelen. En hij won alle harten toen in 1576 de pest uitbrak. De gouverneur en alle bestuurders vluchtten de stad uit; Carolus daarentegen verplichtte elke priester, monnik en non te blijven teneinde de pestlijders bij te staan en gaf zelf dag na dag het voorbeeld. Zodra de epidemie voorbij was, klaagde de gouverneur hem in Madrid en Rome aan wegens overtreding van gemeentelijke voorschriften, maar nu maakte de steun van het volk hem onkwetsbaar.

Op 3 november 1584, stierf hij, 46 jaar oud. Paus Paulus V verklaarde hem in 1610 heilig. Carolus is patroon van de seminaristen en patroon tegen de pest.

zaterdag 2 november 2013

2 november: Allerzielen

Allerzielen is een dag van gebed voor allen die uit dit leven zijn heengegaan en nog niet voor altijd bij de Heer zijn. Het bidden voor de overledenen werd reeds in de 2e eeuw vóór Christus gedaan (zie 2 Makk. 12, 43-45). Men geloofde dat de overledenen hierdoor van hun zonden zouden worden vrijgesproken.

Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de geloofsleer vastgelegd dat er een vagevuur is en dat de overleden gelovigen daar door de gelovigen op aarde kunnen worden geholpen.

Door de vaststelling van de gedenkdag op 2 november wordt de band van deze herdenking met Allerheiligen beklemtoond. Zo wordt benadrukt dat Gods volk, zowel zij die reeds in Gods aangezicht leven als zij die nog onderweg zijn naar de eeuwige zaligheid, één gemeenschap vormt.

Zie: Volle aflaat voor de zielen in het vagevuur.

vrijdag 1 november 2013

Volle aflaat voor de zielen in het vagevuur

De maand november is al eeuwenlang gewijd aan de zalige herdenking van de overleden gelovige zielen. In haar grote zorgzaamheid heeft onze heilige Moederkerk het voor het gelovige volk mogelijk gemaakt om aflaten te verdienen voor de overleden zielen die – op grond van hun onvolledige berouw en gebrek aan boete – als gevangenen hulpeloos in het vagevuur opgesloten zijn totdat zij hun boete hebben gedaan.

Wij kunnen hen te hulp komen door in hun plaats aflaten te verdienen. Vanaf de avond van 1 november tot en met 8 november kunnen wij dagelijks een volle aflaat voor hen verdienen. Voorwaarden zijn dat wij in dit tijdsbestek minstens één keer hebben gebiecht, ons onthechten aan elke zonde, dagelijks de heilige communie ontvangen en dagelijks een Onze Vader, een Weesgegroet en een Eer-aan-de-Vader hebben gebeden voor de intenties van de Heilige Vader. Ook moeten wij dagelijks een katholieke begraafplaats bezoeken en daar bidden voor de overledenen met de intentie om voor hen een aflaat te verdienen.

Het is een daad van werkelijke christelijke liefde om deze mogelijkheid te gebruiken. Denken wij ook aan ons eigen einde. Het is zeker dat degene die niet verzuimd heeft om voor anderen te bidden, zelf niet zal worden vergeten.

1 november: Allerheiligen, hoogfeest


Op het hoogfeest van Allerheiligen vieren we de grote eenheid van de Kerk over de grenzen van de dood heen. We gedenken alle mensen die, door Christus’ genade gezuiverd en geheiligd, de hemel zijn binnengenodigd. Daar aanbidden zij de Drie-ene God en spreken voor ons ten beste.

maandag 28 oktober 2013

28 oktober: H.H. Simon en Judas, apostelen


In die dagen ging Hij naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God. Bij het aanbreken van de dag riep Hij Zijn leerlingen bij Zich en koos er twaalf uit, aan wie Hij tevens de naam van apostel gaf: Simon, aan wie Hij tevens de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeus, Mattheüs, Tomas, Jakobus de zoon van Alfeus, Simon met de bijnaam 'IJveraar', Judas, de broer van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd. (Lc. 6,12-16)

Simon behoorde daarvoor tot de partij van de Zeloten, die met geweld de verwezenlijking van de Messias wilde doordrijven. Vandaar de naam 'IJveraar'. Simon is de zoon van Maria van Klopas, de zuster van de maagd Maria. Mattheüs noemt hem 'broeder des Heren', 'broeder' betekent hier 'neef'.

Judas Taddeus is de patroon van hopeloze zaken, waarschijnlijk omdat hij als naamgenoot van de verrader niet zo gemakkelijk werd aangeroepen, tenzij in hopeloze gevallen. Ook hij is een 'broeder des Heren' en de broer van Jakobus de Jongere zoals deze zich noemt in zijn brief die opgenomen is in de Heilige Schrift. De bijnaam Taddeus betekent: groothartige, onverschrokken.

Simon preekte het Evangelie in Egypte en Judas in Mesopotamië. Later hebben zij elkaar ontmoet in Perzië en zijn daar, na een zegenrijke missiearbeid, de marteldood gestorven.
De datum van 28 oktober zou teruggaan op de overbrenging van hun relieken naar Rome.

Judas is patroon van in ernstige nood en vertwijfeling verkerenden. Simon de Zeloot is patroon van in ernstige nood en vertwijfeling verkerenden, ververs, leerlooiers, leerbewerkers, wevers, metselaars, houthakkers en boswerkers.

zondag 27 oktober 2013

Feest van onze Heer Jezus Christus, Koning


Op de laatste zondag in oktober viert de Kerk - althans dat deel van de Kerk dat de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 volgt - de glorie van Christus. Hij is de Koning van de koningen en de Heer van de heren. Over Zichzelf zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”. Als aan Christus alle macht gegeven is, dan volgt daaruit noodzakelijkerwijs, zo schreef paus Leo XIII, dat Zijn gezag het hoogste moet zijn, absoluut en onafhankelijk van iedereen, zodat geen enkele macht aan Zijn Macht evenwaardig is of daarop lijkt. En daar die macht Hem gegeven is zowel in de hemel als op aarde, moeten hemel en aarde Hem gehoorzamen.

Jezus Christus is koning, Hij is opperheer, aan Hem is alles onderworpen. Daarom is het ook juist dat iedereen aan Zijn woorden, aan Zijn leer en aan Zijn wensen gehoorzaamt. In het licht van een opkomend zelfbeschikkingsrecht van de volkeren en een afnemend respect voor het inzicht dat de overheid door God is ingesteld heeft paus Pius XI het feest van de universele heerschappij van Christus ingesteld.

Wie aan Hem onderdanig is, vindt de vrijheid. Deze vrijheid is een andere vrijheid dan die de wereld ons voorhoudt. De vrijheid die het koningschap van Christus geeft is namelijk te vinden in het beleven van de Waarheid. Alleen die Waarheid verzekert ons van de hoogste en de eigenlijke vrijheid. De afhankelijkheid hierin van God en van Christus en van Zijn heilige katholieke Kerk is geen slavernij, maar de weg naar het zuiverste geluk.

Ieder van ons is van Jezus afhankelijk. Hij is de Redder voor iedereen, Hij is de enige Waarheid. Hij is de Weg door dit leven, en daarom is Hij ook onze Koning. Hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht, kracht en geluk. Zijn Rijk – zo bidden wij vandaag in de prefatie van de Mis – is een rijk van waarheid en van leven. Zijn Rijk is een rijk van heiligheid en van genade. Zijn Rijk is een rijk van gerechtigheid en vrede. Deze prefatie is als een program voor ons leven en tegelijkertijd een belofte.

Wie Christus zoekt, zich totaal aan Hem onderwerpt en ook in alles van Hem afhankelijk wil zijn, vindt waarheid en leven. Want hij belijdt Hem als zijn Koning, en de Koning zal hem Zijn gunsten bewijzen. Dit geldt zowel voor de staten en volkeren als voor de individuele mens.

donderdag 24 oktober 2013

24 oktober: Heilige Raphaël, aartsengel


Sint Raphaël, uw tijding bracht
de herders in de winternacht
het mooiste dat een mens kan horen:
Dat Jezus heden is geboren.
Ach engel, zing mij ’t zelfde woord
als ooit de duivel mij bekoort.


Gabriël Smit


In het bijbelboek Tobit wordt verhaald hoe de aartsengel Raphaël de jonge Tobias begeleidt op zijn weg van Nineve naar Ekbatana. Hij helpt hem bij het vangen van een gevaarlijke vis. Daarnaast bevrijdt hij het meisje Sara van een boze geest. Telkens wanneer zij de huwelijksnacht met een bruidegom doorbracht, bleek deze de volgende ochtend te zijn overleden; dat was haar al zes keer overkomen. Maar Tobias, de zevende bruidegom, bleef door Raphaëls voorzorgen in leven. Uiteindelijk wist de jonge Tobias op aanwijzing van zijn reisgezel Raphaël zijn oude vader Tobit van diens blindheid te genezen met de gal van een gevangen vis. Ongetwijfeld een toespeling op de betekenis van zijn naam: Raphaël = 'God geneest'.

Aan het eind van het verhaal maakt Tobias' reisgezel zich bekend als Raphaël, een van de zeven engelen die voor de heerlijkheid Gods staan. Daar dragen zij de gebeden van de heiligen op tot voor Gods troon.

Paus Benedictus XV stelde zijn feest op 24 oktober. Hij is patroonheilige van artsen, apothekers, verplegend personeel en zieken; van gehuwden (vanwege zijn rol bij de bruid Sara in het boek Tobit); op grond van datzelfde verhaal is hij ook patroon van alle mensen die op reis of onderweg zijn: daar behoren ook toe schippers, pelgrims, emigranten, vakantiegangers, dagjesmensen en spoorwegpersoneel; van mijnwerkers, bergbewoners en dakdekkers; van arme zielen (die hij begeleidt tot voor Gods troon). Hij wordt aangeroepen tegen oogziekten en tegen de pest.

Door zijn rol in het verhaal van de jonge Tobias werd hij ook patroon van opvoeders en ieder die jonge mensen begeleidt op hun weg naar volwassenheid.

donderdag 17 oktober 2013

17 oktober: Heilige Margareta-Maria Alacoque, maagd

Margareta-Maria wordt op 22 juli 1647 geboren in Paray-le-Monial in Frankrijk, als dochter van een rechter en notaris. Wanneer ze acht jaar oud is, sterft haar vader. Margareta gaat naar de kostschool bij de zusters Clarissen. Op 25-jarige leeftijd treedt zij in bij de congregatie van de Visitandinnen. Tijdens haar kloosterleven verschijnt Jezus aan haar.

Op 27 juni 1673 verschijnt Jezus haar met de opdracht iedere eerste vrijdag van de maand te vieren met de heilige communie en een uur waken om deel te nemen aan de gedachtenis van Zijn lijden. Vaak laat Hij Zijn heilig Hart, Maria en andere heiligen aan Margareta zien. Op 16 juni 1675 verschijnt Jezus haar weer als het heilig Hart. Hij vertelt haar: "Ik wil dat de vrijdag, acht dagen na het feest van het heilig Sacrament een feest wordt ter ere van Mijn heilig Hart". Op die dag zullen de mensen ter communie gaan en bidden voor de zonden en de oneerbiedigheid van veel mensen. Jezus belooft aan Margaretha, dat iedereen die het heilig Hart zal vereren, van God bijzondere genaden zal ontvangen.

Zo is langzamerhand het feest van het heilig Hart ontstaan. Steeds vaker krijgt Margareta verschijningen, waardoor haar medezusters haar begonnen te mijden.

In het jaar 1686 wordt er voor de eerste keer het feest van het heilig Hart gevierd. De rest van haar leven heeft Margareta alleen maar gewerkt aan het bevorderen van de eerbied voor het heilig Hart. Ze heeft daar soms veel voor moeten lijden, maar dat heeft ze geduldig verdragen.

Haar biechtvader, de heilige pater Claude de la Colombière S.J., steunde haar in de verbreiding van de godsvrucht tot het heilig Hart van Jezus. In de loop der eeuwen hebben de jezuïeten de verering van Jezus' heilig Hart altijd hoog in het vaandel gehad. In 1765 is deze verering officieel goedgekeurd en algemeen verbreid en door de pausen in het bijzonder aanbevolen.

Op 16 oktober van het jaar 1690 is Margareta-Maria gestorven. Zij heeft veel brieven nagelaten. In 1920 wordt ze door paus Benedictus XV heilig verklaard en in 1929 heeft paus Pius XI het feest van het heilig Hart officieel uitgeroepen tot feest voor de gehele Kerk.

dinsdag 15 oktober 2013

15 oktober: Heilige Teresia, maagd en Kerklerares

Teresia werd geboren op 28 maart 1515 in de Spaanse vestingstad Avila. Haar volledige naam was Teresa Sanchez Cepeda Davila y Ahumada. Ze was een zeer begaafd kind met een vurig geloof. Zo wilde ze naar Noord-Afrika om daar als martelaar te sterven. Op 18-jarige leeftijd trad ze in de Orde van O.L. Vrouw van de Karmel in het klooster van de Menswording in Avila.

Na een mystieke ervaring van het Lijden van Christus stichtte ze ondanks veel tegenwerking in 1562 het Sint-Jozefklooster te Avila. Daar begon de hervorming van de Karmelorde. Doel van de hervorming was de ontwikkeling van een spiritualiteit die zij de Weg van de Volmaaktheid noemde.

Vanaf 1567 breidde de nieuwe beweging zich zeer snel uit, ook dankzij Teresia's geestverwant Johannes van het Kruis. Deze mysticus hervormde de karmelietenkloosters. Teresia had een druk leven van afmattende reizen van het ene klooster naar het andere. Tussendoor bad ze vaak in eenzaamheid. Ze zocht God in het binnenste van haar hart. Hierover schreef ze in opdracht van haar biechtvaders het indrukwekkende boek 'Castillio interior' (‘De innerlijke burcht’). Daarin vergeleek ze de ziel met een kasteel. In het centrale vertrek woont God, maar de duivel houdt de mens in de buitenste vertrekken. Alleen de zuivere ziel kan met God contact maken. In haar autobiografie spreekt Teresia van een mystieke doorboring van haar ziel. Daarbij bracht de liefde van God haar in extase.

Teresia overleed te Alba de Tormes op 4 oktober 1582, de laatste dag van de Juliaanse kalender. De volgende dag was het de 15e oktober van de Gregoriaanse kalender, vandaar dat op die dag haar gedachtenis wordt gevierd.

Paus Gregorius XV verklaarde Teresia heilig in 1622 samen met Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Isidorus en Philippus Neri. In 1617 riep het Spaanse parlement haar uit tot Patrones van Spanje. Paus Paulus VI verleende haar in 1970 de titel van Kerklerares.

In Alba de Tormes worden haar hart en rechterarm bewaard en vereerd. Teresia is patrones van Spanje, tegen lichamelijke ziekten en hoofdpijn, van kantmakers en -werkers, van religieuzen, van zieken en van mensen die vanwege hun vroomheid belachelijk worden gemaakt.

vrijdag 11 oktober 2013

11 oktober: Moederschap van de heilige maagd Maria, feest

Salve Mater Misericordiae



Refrein:
Salve Mater misericordiae, Mater Dei et Mater veniae, Mater spei et Mater gratiae, Mater plena Sanctae Letitiae, O Maria!


Salve decus humani generis. Salve Virgo dignior ceteris, quae virgines omnes transgrederis et altius sedes in superis. O Maria!

Salve felix Virgo puerpera: Nam qui sedet in Patris dextera, Caelum regens, terram et aethera, Intra tua se clasit viscera. O Maria!

Esto, Mater, nostrum solatium: Nostrum esto, tu Virgo, guadium, et nos tandem post hoc exsilium, Laetos juge choris caelestium. O Maria!

maandag 7 oktober 2013

7 oktober: Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans, feest


De heilige paus Pius V bepaalde dat deze gedachtenis gevierd moest worden op de verjaardag van de zeeslag bij Lepanto, die plaats vond op 7 oktober 1571. Bij deze slag versloegen christelijke troepen de Turkse Ottomanen. Pius (1566-1572) schreef deze overwinning op de Turkse agressie toe aan de hulp van de maagd Maria, verkregen door het bidden van de rozenkrans.

Dit gebed werd vooral verspreid door de Orde der Dominicanen. Zij leerden de gelovigen een meditatiemethode waarbij de mysteries van Christus worden overwogen door middel van het veelvuldig herhalen van het Weesgegroet.

Veel pausen hebben de gelovigen aangespoord tot het bidden van de rozenkrans. Paus Leo XIII (1878-1903) heeft er zelfs negen encyclieken aan besteed. Maria heeft zelf bij al haar verschijningen het belang van de rozenkrans onderstreept. Paus Pius XI (1922-1939) heeft in zijn encycliek van 29 september 1937 sterk aangedrongen op het bidden van de rozenkrans, om rampen af te weren die onze wereld bedreigen, zoals het moderne heidendom.

Vooral in de maanden mei (Mariamaand) en oktober (Rozenkransmaand) wordt de rozenkrans gebeden. Verstandiger zou het zijn de rozenkrans dagelijks ter hand te nemen.

Het gebruik van de rozenkrans dateert uit de elfde eeuw. Ze bestaat uit 50 weesgegroeten en vijf Onze Vaders. In drie dagen tijd kan men de hele rozenkrans gebeden hebben. Iedere dag bidt men dus een rozenhoedje.
Het aantal 150 (3x50) is overgenomen van het aantal psalmen (vandaar de naam Psalterke van Maria). In de 14e eeuw werd er na tien weesgegroetjes het Onze Vader gebeden.

De overweging van de geheimen dateert eveneens uit die tijd. Zij vestigen onze aandacht op de overweging van het mysteries van Christus, waarin de maagd Maria ons is voor gegaan doordat zij op unieke wijze verbonden was met de menswording, het lijden en sterven, en de glorievolle verrijzenis van Gods Zoon.

Op het eerste gezicht lijkt de rozenkrans een Mariaal gebed, maar in feite is het - door het overwegen van de geheimen - een gebed dat volledig op Christus is gericht.

woensdag 2 oktober 2013

2 oktober: Heilige Engelbewaarders


"Zie, Ik zend Mijn engel voor u uit om u onderweg te beschermen en u te brengen naar de plaats die Ik heb vastgesteld. Heb aandacht voor hem en luister naar zijn woord." (Ex. 23,2)

"Hoedt u ervoor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van Mijn Vader Die in de hemel is." (Mt. 18, 10)

Op deze dag eert de Kerk de engelen die van God de opdracht hebben gekregen om de mens te beschermen tegen het kwaad. Engelen zijn volgens Schrift en Traditie onsterfelijke en persoonlijke schepselen. Engelen beschikken over intelligentie en een vrije wil; zij zijn van puur geestelijke aard. Met heel hun wezen zijn zij dienaren en boodschappers van God. Doordat zij God zien zoals Hij is, kennen ze ook Zijn wil en voeren deze uit.

Over de beschermengelen zegt de catechismus: "Vanaf de kinderjaren tot de dood is het menselijk leven omringd door de bescherming en voorspraak van engelen. Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel om hem als hoeder en herder naar het leven te leiden."

Als wij vol deemoed de engelen aanroepen erkennen wij Gods heerlijkheid. Zij staan voor God en loven Hem onophoudelijk.

Van oudsher wordt de engelbewaarder bij het ochtend- en het avondgebed aangeroepen:

Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke Goedheid mij heeft toevertrouwd: verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.

maandag 30 september 2013

30 september: Heilige Hiëronymus, priester, belijder en Kerkleraar

Hieronymus werd geboren rond het jaar 347 in Stridon (Dalmatië). Hij geldt als een van de grote Kerkvaders van het Westen.

Hij stamde uit een welgestelde familie en ontving zijn eerste opleiding te Rome. De ouders van Hieronymus waren al christenen en zij stuurden hem naar Rome om er te studeren. Hij kreeg er les onder meer van de grammaticus Donatus. Tyrannius Rufinus van Aquileia was zijn medeleerling. Met de klassieke auteurs raakte Hiëronymus zeer vertrouwd.

Na een verblijf in Trier leidde hij in Aquileia een ascetisch leven tussen een groep van gelijkgezinden. Rond 373 wilde hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem ondernemen, maar een ernstige ziekte hield hem lange tijd in Antiochië. Daar hoorde hij voordrachten van Apollinarius van Laodicea en hij leerde er ook perfect Grieks. Daarna trok hij zich drie jaar (375-378) terug in de woestijn in de buurt van Antiochië, waar een monnik van joodse afkomst hem in het Hebreeuws onderrichtte. Zijn priesterwijding ontving hij in Antiochië van Paulinus, bisschop van deze stad. In Constantinopel woonde hij de voordrachten van Gregorius van Nazianze bij.

Tussen 383 en 385 verbleef Hieronymus in Rome. Hij was secretaris en vriend van paus Damasus I. In opdracht van deze paus begon hij te werken aan een nieuwe vertaling van de Bijbel in het Latijn, de vulgaat, omdat de tot dusver gangbare vertalingen niet meer voldeden voor wat betreft literaire vormgeving en correctheid. Na de dood van Damasus (11 december 384) begaf hij zich op reis naar de heilige plaatsen in Palestina, bezocht een maand lang Didymus de Blinde, bracht een bezoek aan de monniken van de Nitrische woestijn en vestigde zich uiteindelijk in 386 te Bethlehem, waar hij tot zijn dood als kluizenaar leefde. Hij hield zich daar 34 jaar bezig met de wetenschap en leidde bovendien een klooster. Tot de ascetische kring rondom hem behoorden ook adellijke dames als Marcella, Asella, Paula en haar dochter Eustochium. Met Paula's steun werden er drie vrouwenkloosters en een mannenklooster gesticht, verder een kloosterschool waar hij over een grote bibliotheek kon beschikken.

Hiëronymus raakte verwikkeld in verschillende conflicten: met bisschop Johannes van Jeruzalem, met zijn jeugdvriend Rufinus, met Jovinianus (393), Vigilantius (404) en Pelagius (na 415). Hij was een lastig en prikkelbaar mens, die dikwijls hard en scherp in zijn polemiek kon zijn, maar daartegenover staat dat hij eerlijk was in zijn energieke vrijmoedigheid tegen mistoestanden en in zijn streven naar ascetische idealen. Onder de kerkvaders was hij, als filoloog en veelweter, zeker de meest geleerde. Zijn wetenschappelijk werk is van grote waarde omdat hij de kennis van de Grieken en joden doorgaf aan het christelijke westen.

Zijn krachtige, emotionele persoonlijkheid blijkt het best uit zijn circa 120 brieven. Deze waren voor publicatie bestemd en zijn historisch belangrijk, inhoudelijk gevarieerd en qua vormgeving voortreffelijk afgewerkt.

Hieronymus stierf in Bethlehem op 30 september 420. Hij wordt vaak afgebeeld met een leeuw.

zondag 29 september 2013

29 september: Hoogfeest van de kerkwijding van de heilige Michaël, aartsengel, patroon van onze kapel


Op 29 september werd de antieke Sint-Michaëlsbasiliek aan de Via Salaria, ten noorden van Rome, ingewijd.

Michaël is onder de engelen de meest bekende en de meest genoemde. Hij is de aanvoerder van de hemelse legerscharen in de strijd tegen Lucifer en diens aanhang. Zijn naam betekent: 'Wie is als God?'. Hij wordt vereerd als schutspatroon van de katholieke Kerk. Hij is de aanvoerder van de gelovige zielen.

De naam van de aartsengel Michaël komt al voor in het oude testament. In het boek Daniël wordt hij beschreven als de voornaamste der vorsten en de beschermer van het vrome Israël. Samen met de aartsengel Gabriël verklaart hij aan Daniël het profetische beeld dat die gezien heeft.

In die tijd, zal de grote vorst Michaël opstaan om de kinderen van Uw volk te beschermen. Want het zal een tijd van nood zijn, zoals er eerder nog geen een is geweest zolang er volken zijn. Maar al degenen van Uw volk, die in het boek staan opgetekend, zullen in die tijd worden gered. (Dan. 12,1)

Het krachtige gebed tot de heilige aartsengel Michaël kunt u hier vinden.

dinsdag 24 september 2013

24 september: Onze Lieve Vrouw ter Slaven


Een van de Spaanse eretitels die Maria draagt luidt Nuestra Señora de la Merced (Onze Lieve Vrouw tot Vrijkoop van Slaven), in het Latijn 'Maria de Mercede redemptionis captivorum'. Deze benaming gaat terug op de gelijknamige religieuze orde: de Mercedariërs.

Van de achtste tot de vijftiende eeuw gingen grote delen van Spanje gebukt onder het juk van de islam. In sommige perioden werden alle bewoners gedwongen zich tot Allah te bekeren. Wie zich weigerde te onderwerpen, werd als slaaf verkocht in dienst van een moslim, tenzij er voldoende geld was om een losprijs te betalen.

Om deze toestand het hoofd te bieden richtte Petrus Nolascus († 1256) in 1222 de Orde van de Mercedariërs op, officieel geheten Orde van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid tot Vrijkoop van Slaven. De mannen en vrouwen die zich hierbij aansloten stelden zich ten doel om christenen die als slaaf in bezit van een moslim geraakt waren vrij te kopen. Soms betaalden zij de losprijs door zichzelf in hun plaats als slaaf aan te bieden!

De orde plaatste zichzelf onder bescherming van Maria. Daardoor kreeg zij bovengenoemde eretitel erbij. Het bijbehorende feest van vandaag werd enerzijds ingesteld om Maria's hulp in te roepen bij deze riskante onderneming, anderzijds om haar te bedanken voor alle keren dat de orde erin geslaagd was iemand vrij te krijgen.

Maria’s eretitel 'De la Merced' werd ook een voornaam die katholieke Spaanse ouders aan hun dochter gaven, en die verbasterd werd tot Mercedes. De Duitse autobouwer Benz noemde zijn mooiste auto naar zijn Spaanse vrouw Mercedes.

woensdag 18 september 2013

Quatertemperdagen in september


Woensdag, vrijdag en zaterdag van deze week zijn Quatertemperdagen. Deze naam is afkomstig van de Latijnse term 'quator tempora' (vier seizoenen).

Vier keer per jaar (in elk van de vier seizoenen) staan Quatertemperdagen op de kalender op woensdag, vrijdag en zaterdag in één bepaalde week. Elke dag kent een eigen liturgie, die zelfs voorrang heeft op bepaalde heiligen.

In september vallen de Quatertemperdagen rond de aanvang van de herfst, in december worden zij gevierd tijdens de derde week van de Advent (winter), in de lente vallen deze dagen in de week na de eerste zondag van de Vasten. En in de (vroege) zomer vallen de Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 (Tridentijns Missaal) en hebben hun wortels in vroeg-christelijke tijden. In de eerste eeuwen van het christendom was het gebruikelijk om wekelijks te vasten op woensdag en vrijdag. Op woensdag, omdat Christus op die dag is verraden; op vrijdag, omdat Hij op die dag is gekruisigd. In Rome kwam daar de zaterdag bij, de dag waarop Christus in het graf verbleef.

In de derde eeuw raakten de wekelijkse vastendagen wat op de achtergrond, maar werd er juist gevast bij de wisseling van de seizoenen.

Zo ontstonden de Quatertemperdagen. Het zijn dagen van gebed, boete, inkeer, vasten en onthouding. De woensdag en zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

maandag 16 september 2013

16 september: H.H. Cornelius (paus) en Cyprianus (bisschop), martelaren

Cornelius werd aan het begin van de derde eeuw geboren. In 251 werd hij, nadat de pauselijke zetel 15 maanden vacant was geweest, tot bisschop van de Kerk van Rome gewijd. Dit bleef hij tot 253. In dit korte tijdsbestek heeft hij vooral te kampen gehad met de leer van Novatianus, een dwaalleraar die zich opwierp als tegenpaus. Het eigenlijke conflict ging over het weer opnemen van de mensen die tijdens de vervolging van het geloof waren afgevallen. De Novitianen ontkenden de macht van de Kerk om zware zonden te vergeven. Deze dwaling hield twee eeuwen stand. Volgens de H. Cornelius konden deze 'gevallenen' (lapsis) - zij hadden tijdens de vervolging onder keizer Decius aan afgoden offers gebracht - weer door handoplegging en boete in de Kerk worden opgenomen. Cyprianus heeft Cornelius geholpen het gezag te handhaven. Paus Cornelius werd door keizer Gallus verbannen naar het huidige Civitavecchia. Hier werd hij op 14 september 253 door onthoofding om het leven gebracht. De heilige Cornelius ligt begraven in de catacomben van Callistus.

Cyprianus was een vriend van paus Cornelius. Hij werd rond het jaar 210 in Carthago geboren. Hij stamde uit een heidense familie. Na zijn bekering in 248 werd hij tot priester gewijd en daarna (in 249) tot bisschop van Carthago. Hij heeft paus Cornelius gesteund in de strijd tegen de Novitianen. Hij heeft zich tijdens paus Stephanus hard opgesteld tegen ketterdopen. Tijdens de christenvervolging ten tijde van keizer Valerianus werd Cyprianus verbannen. Op 14 september 258 werd hij in Carthago onthoofd.

Cornelius is patroon van boeren en tegen krampen, oorkwalen, zenuwziekten en epilepsie. Bovendien is hij een van de vier heilige maarschalken, dat wil zeggen bijzondere voorsprekers bij God, samen met Antonius, Quirinus en Hubertus.

Cyprianus werd aangeroepen als beschermer tegen de pest.

zaterdag 14 september 2013

14 september: Verheffing van het heilig Kruis, feest

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: "Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen; tenzij Hij Die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered." (Joh. 3, 13-17)

Het feest van Kruisverheffing gaat terug op de inwijding van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem in het jaar 335. Tijdens deze inwijding werd het heilig Kruis getoond aan het gelovige volk. De kerk van het Heilig Graf werd gebouwd in opdracht van Sint Helena, de moeder van Constantijn de Grote, op de plaats waar zeer waarschijnlijk het lichaam van Christus tussen kruisdood en verrijzenis te rusten was gelegd, meer bepaald op de plaats van de gevonden grafkelder, achter Golgotha. Tijdens het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis, waaraan Jezus geleden had, aan het volk getoond.

Het Kruis werd door Helena gedeeld: een deel bleef in Jeruzalem en twee andere delen schonk zij aan Constantinopel en Rome. Vooral vanaf de kruistochten ontstond een onstuitbare verspreiding van kruisrelieken en zo werd het feest van de Kruisverheffing gevierd op de plaatsen waar de relieken terecht kwamen.

De Regel van Benedictus (41, 6-8) laat naar oude kerkgebruiken bij het feest van Kruisverheffing de kleine vasten beginnen, die uitloopt in de grote vasten. Bijgevolg is dit feest in de Benedictijnse traditie van bijzonder belang en hebben kloosterordes uit deze traditie, zoals de Cisterciënzers en de Trappisten, een rol gespeeld in de verspreiding van het feest in Europa. Het tonen van het Kruis als teken van verlossing door Christus verspreidde zich zo over de gehele Kerk.

Katholieken en orthodoxen vereren het Kruis van Golgotha, omdat daarop de Verlossing tot stand werd gebracht. De verheffing van het Kruis is het tonen van Jezus als Heiland. Door Zijn sterven werd de dood vernietigd.

donderdag 12 september 2013

12 september: Heilige naam van Maria


Voor de naam van Maria is geleidelijk een bijzondere verering ontstaan. In sommige apocriefe verhalen wordt vermeld dat een engel van Godswege aan haar ouders opdracht gaf het kind Maria te noemen. Paus Benedictus XIV verhaalt in zijn boek over de feesten des Heren en de Mariafeesten dat in Polen het gebruik bestond om geen enkel meisje Maria te noemen uit eerbied voor de naam van Maria en dat er van het noemen van Maria’s naam, bijvoorbeeld bij een exorcisme, volgens verschillende theologen een bijzondere kracht en bescherming uitgaat.

In 1683 werd het feest van de heilige Naam van Maria op de universele kalender ingevoerd, nadat het reeds in 1513 op de diocesane kalender van het bisdom Cuenca in Spanje was geplaatst, door paus Pius V daarvan was verwijderd en door paus Sixtus V weer was toegestaan. Op 12 september 1683, de zondag onder het octaaf van Maria Geboorte, werden de Turken bij Wenen verslagen en gedwongen de belegering van die stad op te geven. Paus Innocentius XI stelde dit feest daarna in uit dankbaarheid voor deze overwinning. Het bleef tot 1911 op de zondag onder het octaaf gevierd, totdat paus Pius X het verplaatste naar de 12e september, om in de viering van de zondagen de continuïteit niet te verbreken.

dinsdag 3 september 2013

3 september: Heilige Pius X, paus en belijder

Pius X is geboren op 2 juni 1835 in de buurt van Venetië als Giuseppe Sarto. Zijn ouders waren straatarm. Zijn studie aan het seminarie werd gefinancierd door rijke weldoeners. In 1858 werd hij priester gewijd. Hij was achtereenvolgens kapelaan, pastoor, bisschop, en kardinaal-patriarch van Venetië. Daar besteedde hij veel geld en aandacht aan de armenzorg, opende hij een faculteit voor canoniek recht en bevorderde hij de kerkmuziek. In 1903 werd hij tot paus gekozen en koos de naam Pius X.

Pius X bleef altijd een grote sympathie houden voor de armen. Hij zei zelf: "Ik ben arm geboren, heb arm geleefd en wil vooral arm sterven", zinspelende op de vrijwillige armoede zoals aangenomen door kloosterlingen. Hij zette zich reeds als patriarch van Venetië in voor liefdadigheid, scholing van de arme jeugd, en verbetering van de gezondheidszorg en haar toegankelijkheid. Tegenover de katholieke vakverenigingen was kardinaal Sarto kritisch, omdat hij vreesde voor marxistische beïnvloeding en overname van de katholieke arbeidersinitiatieven. Sarto gebruikte zijn autoriteit meermaals om de situatie van de arbeiders te verbeteren (met name tegen kinderarbeid). Hij deed dit door zijn autoriteit te gebruiken als patriarch en kardinaal, niet door tot staking aan te zetten.

Als wapenspreuk koos hij: "Alles hernieuwen in Christus".
Zijn belangrijkste beslissingen waren: de afschaffing van het veto-recht van wereldlijke machten bij de keuze van een paus, de invoering van de kindercommunie, het opstellen van een lijst met dwalingen, de instelling van de antimodernisteneed, de oprichting van het Pauselijk Bijbelinstituut en de hervorming van het canoniek recht. Paus Pius X stond bekend als een man met een enorme geestkracht. Hij leed zwaar onder de dreiging van de Eerste Wereldoorlog. Hij overleed op 20 augustus 1914.

Paus Pius XII sprak hem in 1951 zalig. In 1954 verklaarde dezelfde paus hem heilig.

vrijdag 30 augustus 2013

30 augustus: Heilige Rosa van Lima, maagd

De heilige Rosa werd geboren als Isabel Flores de Oliva op 20 april 1586 in Lima, Peru. Toen zij twintig jaar oud was, trad zij in bij de Dominicanessen. Als kloosternaam koos zij Rosa. Zij leidde een zeer ascetisch leven. Rosa was bevriend met de heilige Martinus van Porres.

Rosa is op 30 augustus 1617 gestorven na een lange lijdensweg die eindigde in verlamming. Paus Clemens IX verklaarde haar in 1667 zalig. In 1671 werd zij door paus Clemens X als eerste Latijns-Amerikaanse vrouw heilig verklaard. Haar vaste iconografie toont haar met een metalen kroon verborgen onder rozen en met een ijzeren ketting om haar middel.

Rosa is de patroonheilige van Peru, Noord- en Zuid-Amerika en de Filipijnen. Op haar voorspraak werd in 1671 Sittard van de pest (een dysenterie-epidemie) bevrijd. Zij is de beschermheilige van de Nederlandse stad, waar ook een kapel, een processie en een kermis met bijbehorend festival naar haar genoemd zijn.
Ook is Rosa de patrones van tuinmannen en bloemisten. Haar hulp wordt eveneens ingeroepen tegen familieruzies en bij verwondingen.

donderdag 29 augustus 2013

29 augustus: Onthoofding van de heilige Johannes de Doper


Salomé, de dochter van Herodias, met het hoofd van Johannes de Doper,
schilderij van Caravaggio, 1610.

Op 24 juni viert de Kerk het feest van de geboorte van Johannes de Doper. Op 29 augustus viert zij zijn onthoofding.

Uit het Evangelie volgens Marcus (6, 14-29):
Toen koning Herodes nu over Jezus hoorde, want Zijn naam was bekend geworden, zei hij: Johannes de doper is verrezen uit de doden en daarom werken de wonderkrachten in hem. Maar anderen zeiden: het is Elia, en weer anderen: Hij is een profeet. Maar toen Herodes dit alles hoorde, zei hij: Neen, het is Johannes, die ik onthoofd heb, die verrezen is. Herodes had namelijk zelf Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot vrouw genomen. Johannes had immers tot Herodes gezegd: Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben. Herodias was daarop op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans, want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was, en nam hem in bescherming. Telkens wanneer hij hem gehoord had, verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een 'gunstige' dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. De koning zei tot het meisje: Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven. En hij bevestigde haar met een eed: Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk. Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: Wat zou ik vragen? Deze antwoordde: Het hoofd van Johannes de Doper. Zij haastte zich naar binnen, naar de koning en zei hem haar verlangen: Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft. Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen. Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofde hem in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; het meisje gaf het weer aan haar moeder. Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.


Volgens Flavius Josefus, de bekende joodse geschiedschrijver, is het lichaam van de heilige naar Sabaste in Samaria gebracht. Daar had Herodes geen gezag. De grafkelder werd een kapel en genoot grote verering. Zij werd bezocht door de H. Paulus en de H. Hieronymus.

woensdag 28 augustus 2013

28 augustus: Heilige Augustinus, bisschop, belijder en Kerkleraar


Augustinus werd in het jaar 354 geboren in de stad Thagaste (in het huidige Algerije), als zoon van Patricius en Monica (ook heilig). Na de vroege dood van zijn vader liet zijn moeder hem studeren. In 376 werd hij leraar in de retorica in Carthago. Rond het jaar 383 verhuisde hij naar Rome.

Als hij naar Milaan reist om er een betere maatschappelijke positie te verwerven, hoort hij bisschop Ambrosius preken. Augustinus is zeer onder de indruk van deze heilige bisschop en van de katholieke leer die hij verkondigt. In de Paasnacht van het jaar 387 wordt Augustinus door Ambrosius gedoopt.

Augustinus leidt een ascetisch leven van studie en gebed. In 395 wordt hij gekozen tot bisschop van Hippo. Vierendertig jaar lang is hij een inspirerende herder, die zijn volk onderwijst met stichtende preken en geschriften. "Met u ben ik christen, voor u ben ik bisschop", zegt hij in een preek over het bisschopsambt. Augustinus treedt krachtig op tegen de allerlei dwaalleren.

Van Augustinus zijn vele citaten bekend. Enkele daarvan zijn:

Goed zingen is dubbel bidden.

Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?

Voor God is niets veraf of langdurig. Wil je, dat voor jou niets veraf of langdurig is, voeg je dan bij God, want daar zijn duizend jaar als de dag van heden.

Ons hart is rusteloos tot het rust vindt in U.

Het gebed is de ademhaling van de ziel.

Op een dag zit Augustinus vruchteloos peinzend over het geheim van de Triniteit aan het strand en dan ziet hij een kind dat de zee in een kuiltje wil scheppen. Als hij het kind op de onmogelijkheid daarvan wijst, dan antwoord het kind: "Evenmin kunt ge het geheim van de Drie-eenheid in uw menselijk brein vatten".

Zijn voornaamste werken zijn Confessiones (Belijdenissen), De civitate dei (Over de stad van God) en De Trinitate (Over de Drie-eenheid). Augustinus wordt beschouwd als de belangrijkste kerkvader van het Westen.

zondag 25 augustus 2013

25 augustus: Sterfdag (2010) pater Karel Van Isacker S.J., stichter van de kapel


Pater Karel Van Isacker S.J. (1913 - 2010)

"Voor het weervinden van het geloof en de wijding zal er meer nodig zijn dan een terugkeer tot de authentieke teksten van Vaticanum II. Even onontbeerlijk is het goedmaken van de fouten: het overhoophalen van de traditie en het naïeve openstaan voor de 'wereld'."

"Wat na Vaticanum II in de Kerk gebeurde is heel wat anders dan het opruimen van verstarde gebruiken. Het is, op vele punten, een ruptuur met de heilige en daarom onaanraakbare oorsprong, met de Christus Die voortleeft in de Kerk. Het snelle verval van de godsdienstigheid is een symptoom. (...) De hoofdtrend van het proces van secularisering is duidelijk: emancipatie door desacralisatie. De mens moest autonoom worden en dus bevrijd van de religieuze tradities, van de wijding, van het sacrale dat hem opende voor 'het totaal ondere, het transcedente, het absolute, het goddelijke'. Zo werd ieder afbreken van een stuk eerbiedwaardig verleden een stap naar emanciperende ontwijding."


[Ontwijding - Uitg. 1989]

donderdag 22 augustus 2013

22 augustus: Onbevlekt Hart van Maria, feest


Maria zei tegen de kinderen van Fatima: "Jullie hebben de hel gezien waarheen de arme zondaars op weg zijn. Om hen te redden wil de Heer de verering van mijn Onbevlekt Hart ingang doen vinden in de wereld. Wanneer men dit doet, zeg ik jullie, zullen vele zielen gered worden en zal er vrede komen." En bij dezelfde verschijning op 13 juli 1917: "Offer je op voor de zondaars en zeg dikwijls, in het bijzonder wanneer je een offer brengt: O Jezus, uit liefde voor U en voor de bekering van de zondaars, als genoegdoening voor de beledigingen die het Onbevlekt Hart van Maria worden aangedaan."

25 jaar na de verschijningen van Fatima, in 1942, wijdde paus Pius XII de Kerk en de gehele mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Hij deed dat wegens de plaats die Maria inneemt in het verlossingswerk en met het oog op de nood van de tijd; hij verwachtte van de verering van dit Hart de vrede onder de volkeren, de vrijheid van de Kerk, de bekering van de zondaars en het opnieuw opbloeien van de christelijke deugden. (Decreet over het Feest van het Hart van Maria, 4 mei 1944).

Op 8 december 1854 kondigde paus Pius IX reeds het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria af. Enkele jaren later zou Maria dit in de verschijningen te Lourdes bevestigen.

Bij gelegenheid van het hoogfeest van Maria Boodschap heeft paus Johannes Paulus II in 1984 tijdens het bijzondere Heilige Jaar van de Verlossing (1983-1984) in navolging van paus Pius XII opnieuw een toewijding aan Maria uitgesproken.

We staan dus in een lange katholieke traditie als wij onszelf en onze naasten ook toewijden aan het Onbevlekt Hart van Maria, bijvoorbeeld met dit gebed:

Heilige Moeder van God, Koningin van hemel en aarde!
Uw Onbevlekt Hart was altijd gelijkvormig met de Wil van de hemelse Vader.
Wij verkiezen u opnieuw tot onze Moeder en Voorspreekster bij de troon van uw goddelijke Zoon.
Neem de onherroepelijke toewijding van ons hart aan,
dat nooit buiten gevaar is als wij er zelf over beschikken,
en dat nergens veiliger geborgen is dan in uw handen.
Verkrijg voor ons oprecht berouw over onze zonden
en alle genaden die wij nodig hebben
om eens het eeuwig leven te bezitten.
Maria, zegen dit huis, waar uw naam geëerd wordt.
Eer en roem aan de onbevlekte maagd Maria,
de gezegende onder de vrouwen,
de Moeder van onze Heer Jezus Christus,
de Koningin des Hemels!
Amen.

dinsdag 20 augustus 2013

20 augustus: Heilige Bernardus, abt en Kerkleraar

Bernardus van Clairvaux wordt in 1090 geboren in Fontaine-lès-Dijon (bij Dijon). Hij was een Franse abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de Cisterciënzers. Na de dood van zijn moeder in 1113 trad Bernardus toe tot de Cisterciënzer orde. Reeds drie jaar later kreeg hij opdracht om een dochterklooster te stichten, dat hij op 25 juni 1115 de naam Claire Vallée, 'Clairvaux' gaf.

Bernardus had een bijzondere devotie tot de heilige maagd Maria. Veel van zijn preken gaan over haar rol als voorspreekster. Hij wordt dan ook herdacht als groot marioloog, niet omdat hij uitvoerig schreef over Onze Lieve Vrouw, maar omdat hij haar essentiële rol in de Kerk begreep, en haar als het perfecte model presenteerde van het monastieke leven en van elke andere vorm van christelijk leven.

In het jaar 1128 speelde Bernardus een rol in het Concilie van Troyes, waarin hij de contouren van de Regels van de Tempeliers schetste, die al snel het ideaal van de christelijke adel werden.

Bij de dood van paus Honorius II op 14 februari 1130, brak er een schisma uit in de kerk. Koning Louis VI riep een nationaal concilie van de Franse bisschoppen bijeen in Étampes, waar Bernardus werd gekozen om te oordelen over de rivaliserende pausen. In 1139 woonde Bernardus het Tweede Concilie van Lateranen bij. Hij hekelde de leer van Pierre Abélard bij de paus, die vervolgens in 1141 het Concilie van Sens bijeenriep om deze zaak verder af te wikkelen. Bernardus zag een van zijn leerlingen, Bernard van Pisa, tot paus gekozen worden.

Na eerder geholpen te hebben het schisma binnen de Kerk te beëindigen, kreeg Bernardus nu de opdracht om de ketterij te bestrijden. In juni 1145 reisde hij naar het zuiden van Frankrijk en in zijn prediking bestreed hij de ketterij. Na de christelijke nederlaag bij het Beleg van Edessa droeg de paus hem op om in zijn predikingen op te roepen tot een Tweede Kruistocht.

De laatste jaren van het leven van Bernardus werden bezwaard door de mislukking van deze Tweede kruistocht, waarvoor hij de gehele verantwoordelijkheid kreeg toebedeeld. Bernardus overleed op 20 augustus 1153 op drieënzestig-jarige leeftijd in Clairvaux, na 40 jaar doorgebracht te hebben in het klooster.

Op 18 januari 1174 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard. Hij was de eerste Cisterciënzer monnik die werd opgenomen in de heiligenkalender. Paus Pius VIII riep hem in 1830 uit tot Kerkleraar. Deze paus noemde Bernardus de 'honingzoete' vanwege zijn welsprekendheid.

De tekst van de hymne ‘Ave Maris Stella’ zou door Sint Bernardus zijn geschreven. In onderstaande video hoort u hiervan een uitvoering gezongen door de Daughters of Mary, een jonge Amerikaanse congregatie van zusters.



Latijn

Ave Maris stella,
Dei Mater alma,
Atque semper Virgo,
Felix caeli porta.

Sumens illud Ave
Gabrielis ore,
Funda nos in pace,
Mutans Hevae nomen.

Solve vincla reis,
Profer lumen caecis,
Mala nostra pelle,
Bona cuncta posce.

Monstra te esse matrem,
Sumat per te preces,
Qui pro nobis natus
Tulit esse tuus.

Virgo singularis,
Inter omnes mitis
Nos, culpis solutos,
Mites fac et castos.

Vitam praesta puram,
Iter para tutum,
Ut, videntes Iesum,
Semper collaetemur.

Sit laus Deo Patri,
Summo Christo decus,
Spiritui Sancto,
Tribus honor unus. Amen.
Nederlands

Wees gegroet, sterre der zee,
voedende Moeder Gods,
en altijd Maagd,
zalige poort des hemels.

Gij die dit AVE uit de mond
van Gabriel mocht vernemen,
grondvest ons in de vrede
door de naam van EVA om te keren.

Slaak de boeien van de zondaars,
schenk het licht aan de blinden,
verdrijf onze kwalen
en verwerf ons alle goeds.

Toon dat Gij moeder zijt;
moge Hij, Die voor ons geboren is
en Zich verwaardigd heeft uw Zoon te zijn,
door U onze gebeden aanvaarden.

Maagd zonder weerga,
boven allen zachtmoedig,
verlos ons van onze schuld
en maak ons zachtmoedig en kuis.

Geef ons een rein leven,
bereid ons een veilige weg,
opdat wij Jezus aanschouwend
ons eeuwig samen mogen verblijden.

Lof zij aan God de Vader,
roem aan Christus de Allerhoogste,
en aan de Heilige Geest;
aan alle Drie gelijke eer. Amen.

maandag 19 augustus 2013

19 augustus: Heilige Johannes Eudes, belijder

Jean Eudes wordt geboren op 14 november 1601 geboren in het Normandische plaatsje Ri bij Argentan (in het bisdom Bayeux). Als jong kind legde hij reeds een grote vroomheid aan de dag. Op vierentwintigjarige leeftijd ontving hij de priesterwijding bij de Oratorianen in Parijs.

Als parochiepriester waagt hij tot twee keer toe zijn leven door lijders aan de pest op te zoeken en te verplegen. Hij is een beroemd volksmissionaris. Als bekend wordt dat hij ergens zal preken, stromen de mensen met duizenden toe.

In 1639 wordt hij benoemd tot overste van de Oratorianen, maar in 1643 verlaat hij de congregatie en sticht met vijf anderen de Congregatie van de Priesters van Jezus en Maria (CJM, ook eudisten genoemd). Zij legt zich met name toe op de devotie tot het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria en op een zorgvuldige priesteropleiding in de geest van de besluiten van Concilie van Trente (1570). Paus Clemens X geeft zijn officiële goedkering aan de statuten. Eudes blijft tot aan zijn dood algemeen overste.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste religieuze vernieuwers van Frankrijk. In 1925 werd Johannes Eudes door paus Pius X heilig verklaard.

zaterdag 17 augustus 2013

17 augustus: Heilige Hyacinthus, belijder

Hyacinthus werd in 1185 in Karmin (Silezië) geboren in een adellijke familie met de naam Osdrawaz. Zijn broer was de zalige Ceslas van Polen.

Hyacinthus werd opgeleid in Krakau, Praag, Parijs en Bologna. Hij was doctor in de rechten en in de theologie. In Rome werkte hij samen met zijn oom, bisschop Ivo Konski van Krakau. Daar was hij getuige van een wonder dat de heilige Dominicus deed. Vervolgens werd hij een van de eerste predikheren.

Hij bracht de dominicanenorde naar Polen en evangeliseerde in Polen, Pommeren, Litouwen, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Schotland, Rusland, Turkije en Griekenland. Bij een aanval op een klooster wist Hyacinthus een crucifix en een Mariabeeld te redden, hoewel dit beeld zo zwaar was dat hij het normaal gesproken nooit had kunnen tillen. Hyacinthus wordt in de kunst gewoonlijk met beide beelden afgebeeld, maar ook wel met monstrans en Mariabeeld.

Hyacinthus stierf in Krakau op 15 augustus 1257. Hij werd op 17 april 1594 heiligverklaard door paus Clemens VIII. Hij wordt de apostel van Polen genoemd en is de patroonheilige van Polen.

vrijdag 16 augustus 2013

16 augustus: Heilige Joachim, belijder, vader van de H. maagd Maria


Joachim (links) en Anna (rechts) met hun dochter Maria (midden).

De heilige Joachim is volgens de christelijke traditie de vader van Maria, de moeder van onze Heer Jezus Christus. Hij was getrouwd met Anna, de moeder van Maria. Joachim wordt ons voorgesteld als een godvrezende, welgestelde en vrijgevige man. Zijn huwelijk was kinderloos.

Joachim wordt vanwege zijn kinderloosheid uit de tempel verwijderd en vlucht voor die schande met zijn kudde naar de bergen. Daar krijgt hij van een engel te horen dat zijn vrouw Anna zwanger is. Joachim keert naar huis terug en ontmoet zijn vrouw bij de (Gouden) Poort in Jeruzalem. Anna geeft het leven aan een meisje en noemt haar Maria.

De ontmoeting bij de Gouden Poort is later een beroemd thema in de beeldende kunst geworden. Joachim wordt soms afgebeeld als herder met een staf in de hand en een schaap aan zijn voeten. Op schilderijen staat hij dikwijls op de achtergrond in voorstellingen van Anna met Maria en Jezus.

donderdag 15 augustus 2013

15 augustus: Maria Tenhemelopneming, hoogfeest


Op 15 augustus viert de Kerk het hoogfeest van de tenhemelopneming van de Moeder Gods. Dit feest werd eind zesde eeuw door keizer Mauritius in Byzantium ingevoerd. In de zevende eeuw nam Rome, onder paus Sergius I, dit feest uit het Oosten over.

Paus Pius XII kondigde op 1 november 1950 (Allerheiligen) het dogma van de tenhemelopneming van Maria af. Dit dogma houdt de gelovigen voor dat "de Moedermaagd, na het beëindigen van haar aardse leven, met lichaam en geest is opgenomen in de hemelse glorie, om er in alle schittering te stralen als Koningin aan de rechterhand van haar Zoon, de onsterfelijke Koning van alle tijden."

De naam van het feest verwijst allereerst naar de bijzonder hechte band tussen Jezus en Zijn moeder. Die is zo hecht dat deze niet door de dood doorbroken kan worden. Maria’s lichaam wordt in plaats van te ontbinden "opgenomen bij Christus in het paradijs". Dit is niet zo zeer een uniek voorrecht voor Jezus’ moeder, maar wel een zo goed als noodzakelijk gevolg van haar intieme verbondenheid met Christus: wat aan het Godsvolk als geheel beloofd is - volheid van geluk, overwinning op de dood en het delen in de heerlijkheid van de Heer - is al vervuld in de vrouw van Gods welbehagen, gezegend boven alle vrouwen, uit wier schoot Gods Zoon een lichaam aannam tot verlossing van de mensheid.

Op deze dag is de Maagd, de Moeder van God, ten hemel opgenomen.
Zij is het begin, het beeld van de Kerk der voleinding.
Zij houdt de hoop in ons levend en is een troost voor Gods volk onderweg.
Terecht heeft God haar het bederf van de dood niet laten zien, omdat zij op wonderbare wijze de Moeder is geworden van Zijn Zoon, de Gever van alle leven.

Bij uw baren hebt gij uw maagdelijkheid behouden, bij uw tenhemelopneming hebt gij de wereld niet verlaten, Moeder van God: gij zijt teruggekeerd naar de bron des levens, gij die de levende God ontving en die door uw gebeden onze zielen van de dood zult bevrijden.

maandag 12 augustus 2013

12 augustus: Heilige Clara, maagd

Clara werd geboren rond het jaar 1195 in een adelijke familie in Assisi, Italië. Ze was een jaar of achttien op het moment dat Franciscus met zijn beweging begon. Onder zijn invloed gaf ze haar maatschappelijke positie op, brak met haar familie en trad, net als Franciscus, in het klooster. Zij legde zich toe op de navolging van Christus in radicale armoede.

Spoedig voegden zich andere vrouwen bij haar, onder wie haar zus Agnes die zij had helpen ontsnappen uit het ouderlijk huis. Zij stichtte de orde der clarissen. Veertig jaar lang stond zij aan het hoofd van het klooster van San Damiano, even buiten Assisi. Intussen groeide er tussen Franciscus en Clara een hechte en diepe geestelijke vriendschap. Als hij niet zeker was van een bepaalde beslissing of niet wist hoe te handelen, liet hij zuster Clara om raad vragen, ook in zaken van gebed, boete, geestelijke leiding en apostolaat.

Franciscus stierf in 1226. Clara en haar medezusters gingen voort in zijn geest van gebed en armoede. Zo wist zij rond 1240 door het innige gebed dat ze deed geknield voor een monstrans met de heilige Hostie erin, een dreigende inval van de Saracenen in Assisi te verhinderen. Vanaf dat moment wordt zij beschouwd als de redster van Assisi en van San Damiano.

Tot haar dood op 11 augustus 1253 verbleef Clara in San Damiano en leefde er volgens de kloosterregel die zij zelf, als eerste vrouw in de geschiedenis, had geschreven. Deze regel werd pas op haar sterfbed door paus Innocentius IV goedgekeurd.

Twee jaar na haar dood werd zij door paus Alexander IV heilig verklaard. Haar lichaam is nog altijd te zien in een glazen schrijn in haar basiliek te Assisi.

Zij is medepatrones van Assisi. Zij wordt afgebeeld als claris (met bruin- of zwartwollen habijt, dat om het middel enigszins is opgebonden), met de staf van de abdis, met een kruis, een lelie (symbool van maagdelijkheid), regelboek, en zeer vaak met een monstrans en soms met een brandende lamp (verwijzing naar haar naam en naar Jezus' verhaal over de wijze maagden).

Zij is patrones van de wasvrouwen, naaisters en borduursters, en van de vergulders. Zij wordt ook aangeroepen tegen oogkwalen en koorts (zelf had zij daar 27 jaar last van). In 1958 werd zij door paus Pius XII uitgeroepen tot patrones van de televisie: in het jaar voor haar dood was zij al zo verzwakt dat zij zelfs met Kerstmis haar cel niet kon verlaten om in Assisi de Nachtmis bij te wonen. Zij zou toen vanaf haar ziekbed in haar cel voor haar ogen de Kerstplechtigheden in de kerk van Assisi hebben zien gebeuren. Mede op grond van deze legende wordt haar voorspraak ingeroepen tegen oogkwalen; daar wordt ook de betekenis van haar naam (klaar, helder) mee in verband gebracht.

In 1946 dichtte Gabriël Smit een rijmpje over de heilige Clara:

Sint Clara, gij hebt dag en nacht
uw liefde blij en fier getoond
aan Hem, Die door Zijn wondermacht
in simpel brood nu bij ons woont.
Geef dat mijn hart Hem steeds herkent
in Zijn hoogheilig Sacrament.

zaterdag 10 augustus 2013

10 augustus: Heilige Laurentius, diaken en martelaar, feest

Laurentius is in Spanje geboren en reeds op jonge leeftijd in Italië terechtgekomen. Hij was de aartsdiaken van paus Sixtus II. Ten tijde van de vervolging door keizer Valerianus werden Laurentius en de andere diakens met de Heilige Vader gevangen genomen. Terwijl de anderen standrechtelijk om het leven werden gebracht, nam men Laurentius mee voor verhoring en foltering. Laurentius zag in paus Sixtus II niet alleen zijn meerdere maar tevens zijn vaderlijke vriend en vooral een voorbeeld.

Veel is van Laurentius niet bekend. Het meeste weten wij uit legendes. Zijn graf bevindt zich bij de Via Tiburtina op de Ager Veranus, waar Constantijn de Grote een basiliek oprichtte. Reeds in de vierde eeuw was zijn verering in de gehele Kerk verbreid. Laurentius is de derde patroon van de stad Rome. Hij wordt vereerd als patroon van de armen en van de bibliothecarissen, omdat hem als diaken de zorg voor de boeken was opgedragen. San Lorenzo is de basiliek in Rome die aan hem toegewijd is (Laurentius-buiten-de-muren). Daar ligt hij, samen met diaken Stefanus begraven.

Tijdens de terechtstelling van paus Sixtus II liep Laurentius wenend met hem mee en riep: "Waar gaat u heen, zonder uw zoon, vader?" De paus troostte zijn aartsdiaken en voorspelde hem zijn eigen terechtstelling als martelaar. Hij gaf Laurentius nog de opdracht om zorg te dragen voor de schatten van de Kerk.
Keizer Valerius maakte na de moord op de Paus aanspraak op deze kerkelijke schatten en beval Laurentius de schatten naar hem te brengen. Hij kreeg daarvoor drie dagen de tijd.

Tot zijn grote ontsteltenis stond Laurentius daar drie dagen later zonder goud of zilver, maar met de minder-bedeelden uit de stad: armen, zieken, kreupelen, lammen, weduwen en wezen, en verminkten. “Hier heeft u de schatten van de Kerk”, zei Laurentius tegen de keizer.
De keizer onstak in toorn en liet Laurentius vastnemen en ter dood veroordelen. Men sloeg hem met loden kogels en legde hem tussen een rooster op het vuur. Zijn sterfdag is 10 augustus 258.

Paus Leo I de Grote heeft over Laurentius eens gezegd: "het vuur dat in hem brandde, heeft hem geholpen het vuur van het martelaarschap te doorstaan".

De heilige Laurentius is patroon van diakens, bibliothecarissen, glasblazers, glazeniers, brandweer, koks, archivarissen, scholieren, studenten, administrateurs, bierbrouwers, banketbakkers en wasvrouwen. Verder is hij patroon tegen huidziekten, oogkwalen, spit, ischias, vuurrampen, het vagevuurleed en de pest; en patroon voor de zielen in het vagevuur en een goede wijnoogst.

donderdag 8 augustus 2013

8 augustus: Heilige Johannes Maria Vianney (Pastoor van Ars), belijder, patroon van de priesters

Geen plek in het donkere, vochtige kerkje is onbezet. Boven de holle stilte klinkt de stem van een nauwelijks hoorbare priester. Het gehucht Ars nabij de Franse stad Lyon telt zelf tweehonderd gelovigen, maar vanuit heel Frankrijk en zelfs daarbuiten komen mensen om deze pastoor te kunnen horen en, als het kan, bij hem te biechten.

Talrijke priesters uit het bisdom zijn jaloers op hun ambtsbroeder die niet eens gewijd had mogen worden. De examinatoren hadden even de andere kant opgekeken, want de seminarist was voorbeeldig in zijn leven, maar leren kon hij niet.
Na zijn wijding mag de boerenzoon dan ook niet biechthoren. Uiteindelijk stopt de bisschop hem weg in een gehucht met een parochiekerkje waar Jean-Marie Vianney blij mag zijn op zondag een gelovige aan te treffen.

Wat hadden de dorpelingen gelachen om hun nieuwe pastoor, die er uitziet als een wandelend lijk, niet uit zijn woorden kan komen en huilt tijdens zijn preken. Toch worden ze nieuwsgierig, want er wordt gefluisterd dat hij een heilige is. Alles wat de parochie bezit, geeft hij weg, van wat hij eet kan een normaal mens niet leven en hij slaat zich tot bloedens toe.

Terwijl het in de meeste Franse kerken wachten is op wie het licht uit zal doen, stromen de gelovigen naar Ars. De pastoor, die meisjes in het door hem gestichte weeshuisje ‘La Providence’ dagelijks catechese geeft, verlegt deze naar de kerk, waar steeds meer gelovigen komen luisteren naar de beeldrijke verhalen.

Mocht hij aanvankelijk niet biechthoren, nu zijn er koude winteravonden waarop hij ‘maar’ elf uur in de biechtstoel zit. ’s Zomers loopt dit op tot achttien uur. In 1855 bezoeken meer dan twintigduizend gelovigen de parochie.
Terwijl de duivel beproeft en treitert, geeft God de gave van de profetie. Eens zit in het overvolle kerkje nabij het gangpad een vrouw. Ze huilt. Ze heeft zojuist haar man verloren, hij pleegde zelfmoord. De vrouw was van ver gekomen, maar ziet geen kans bij de heilige priester te komen. Bij het verlaten van de kerk houdt pastoor Vianney bij haar stil en fluistert: “Wees gerust, mevrouw. Tussen de brug en het water was er genoeg tijd voor berouw”, en loopt door. De weduwe kan haar tranen niet bedwingen, maar nu van vreugde.

Jean-Marie Vianney sterft op 4 augustus 1859. Paus Pius XI verklaart hem in 1925 heilig, nadat eerder paus Pius X de pastoor van Ars had uitgeroepen tot patroon van de parochiepriesters. In 2009 roept paus Benedictus XVI bij de aanvang van het Jaar van de Priester de Pastoor van Ars uit tot patroon van álle priesters.