zaterdag 24 november 2012

24 november: Heilige Johannes van het Kruis, belijder en Kerkleraar

Johannes werd geboren op 24 juni 1542 te Fontiveros, nabij Avila, in Spanje. Zijn vader was vanwege zijn huwelijk met een burgerlijk meisje uit de familie verstoten. Hij verdiende de kost als wever. Hij wilde dat Johannes ook wever zou worden, maar zijn weg liep anders: Johannes werd op jeugdige leeftijd ziekenoppasser. Door zijn onafzienbare inzet en naastenliefde voor de zieken was hij een graag geziene persoon in het ziekenhuis van Medina del Campo. Tevens volgde hij een cursus filosofie bij het plaatselijke Jezuïetencollege. In het jaar 1563 trad hij in Medina in bij de orde van de karmelieten. Na zijn professie werd hij naar Salamanca gestuurd. Daar volgde de begaafde Johannes de studies theologie en filosofie.

In 1568 werd hij tot priester gewijd. Door een verzwakkende houding en ‘falende’ leefgewoonten in de karmelietenorde, overwoog hij zijn orde te verlaten en in te treden bij de strengere kartuizers. Toen ontmoette hij de heilige Teresia van Avila en begon hij met de hervorming van zijn orde: de ongeschoeide karmelieten. Hij bleef zijn orde trouw en werd door de karmelieten die de hervormingen niet wilde doorvoeren en zich aangevallen voelden, vastgenomen en zwaar mishandeld. Johannes bleef echter trouw aan de visie van Teresia en in 1578 wist hij te vluchten naar het klooster Calvario. Daarmee was de scheiding tussen de geschoeide en de ongeschoeide karmelieten definitief.

Toen de heilige Teresia in 1582 stierf moest Johannes het gemeenschappelijk werk alleen voortzetten. Vanaf 1588 was hij prior van het Vaderhuis van de ongeschoeide karmelieten in Segovia.

In zijn laatste levensjaren heeft hij veel lichamelijk lijden te verduren gehad. Hij is op 14 december 1591, slechts negenenveertig jaar oud, in het klooster van Ubeda gestorven. Twee jaar later werd zijn lichaam overgebracht naar Segovia.

Op 26 december 1726 werd Johannes van het Kruis door paus Benedictus XIII heilig verklaard. Hij behoort tot de grootste leraren van de mystiek. Paus Pius Xl heeft hem vooral vanwege een aantal van zijn mystieke geschriften in 1926 verheven tot Kerkleraar. Enkele fundamentele uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie zijn letterlijke vertalingen uit de werken van Johannes van het Kruis.


zaterdag 10 november 2012

10 november: Heilige Andreas Avellinus, belijder

Andreas Avellinus is geboren in 1521 in Castronuovo di Sant'Andrea in Zuid-Italië. Bij het doopsel ontvangt hij de naam Lancelotto.

Als jonge priester was hij verbonden aan een kerkelijke rechtbank. Tijdens een verdediging kwam er een keer een klein leugentje over zijn lippen. Vlak daarna las hij bij toeval in de heilige Schrift “Een mond die liegt vermoordt de ziel.” (Wijsheid 1, 11) Diep getroffen door deze woorden legde hij zijn positie bij de rechtbank neer en wijdde zich uitsluitend aan de dienst aan God en het welzijn van de zielen.

In 1566 trad hij in in de orde van de Theatijnen. Toen koos hij de naam Andreas, uit liefde voor het kruis van Christus. Hij werkte zeer ijverig als zielenherder. Met vaderlijke liefde en voorzichtigheid bracht hij als biechtvader ontelbare uren door in de biechtstoel. Hij reisde langs de steden en dorpen in de buurt van Napels om de verlossende boodschap van het Evangelie te verkondigen.

Door de bisschop van Napels werd hij belast met de hervorming van een Napolitaans klooster waar de discipline was zoekgeraakt. Door zijn eigen voorbeeldige levenshouding slaagde hij erin zijn opdracht tot een goed einde te brengen, maar niet zonder kleerscheuren. Hij werd door zijn tegenstanders belaagd en zwaar verwond. Men bracht hem voor verzorging en revalidatie naar het klooster van de Theatijnen. Vanwege zijn intelligentie, zelfdiscipline, onderdanigheid en zuiverheid werd hij uitgezonden om nieuwe vestigingen voor de orde uit te bouwen, zoals in Milaan en Piacenza.

De heilige Carolus Borromeus was een intieme vriend van Andreas Avellinus die hem voor zeer belangrijke kerkelijke aangelegenheden raadpleegde.

In het leven van deze heilige priester komen verschillende wonderen voor. Toen hij een keer samen met een metgezel in slecht weer op weg was naar huis, werd zijn lantaarn gedoofd door de regen en de wind. Zij werden echter niet doorweekt door de regen. Zijn lichaam straalde van licht en zo konden zij in de dichte duisternis toch de weg naar huis vinden.

Velen kwamen bij Andreas om raad vragen. Hij heeft duizenden brieven geschreven. Vermoeid door zijn vele werkzaamheden en verzwakt door zijn leeftijd werd hij op 10 november 1608 getroffen door een beroerte aan de voet van het altaar toen hij de heilige Mis wilde gaan opdragen. Toen hij voor de derde keer sprak “Introibo ad altare Dei” (Ik zal opgaan naar het altaar van God), stierf hij.

In 1712 verklaarde paus Clemens XI hem heilig. Andreas Avellinus wordt vereerd als patroonheilige van Napels en Sicilië. Hij ligt begraven in de Sint-Pauluskerk in Napels.

Andreas Avellinus is patroon tegen een onvoorziene dood en tegen beroertes.


zaterdag 3 november 2012

3 november: Heilige Hubertus, bisschop en belijder


Rond het jaar 656 werd Hubertus geboren in Maastricht als achterkleinkind van de Franse koning Clovis. Als jonge man was hij een innemende bon vivant en geliefd aan de hoven waar hij verkeerde, dat van koning Theodorik III en in het Ardennen-kasteel van Pepijn van Herstal. In 682 trouwde hij met Floribanne, de dochter van de graaf van Leuven.

Zijn vrouw stierf kort na hun huwelijk bij de geboorte van hun eerste kind. Omdat hij met dit verlies niet overweg kon, trok Hubertus zich steeds vaker in het bos terug en zocht in de jacht naar vergetelheid. Op Goede Vrijdag in het jaar 683 was hij weer aan het jagen. Hij had een hert in het vizier. Vlak voor het genadeschot draaide het hert zich om en toonde Hubertus zijn gewei met daartussen een schitterend stralend kruis. Hubertus hoorde een stem zeggen: "Hubertus, waarom verlies je je tijd in dergelijke bezigheden? Als je je niet tot de Heer keert, zul je naar de hel gaan. Ga naar mijn dienaar Lambertus en doe wat hij u zegt."

Onder de hoede van Lambertus, bisschop van Maastricht, werd hij priester en diens assistent. Na zijn wijding tot priester pelgrimeerde hij naar Rome. Toen hij in Rome was - in 708 of 709 - werd Lambertus vermoord. De Paus benoemde Hubertus tot bisschop van Maastricht. Vanuit Maastricht bekeerde Hubertus deze streken tot het christendom. Hubertus verlegde later de bisschopszetel van Maastricht naar Luik. Zo werd hij de laatste bisschop van Maastricht en de eerste bisschop van Luik.

Hij stierf op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel. Eerst werd hij begraven in de Sint-Peterskathedraal in Luik. Daar vond op 3 november 743 de 'verheffing' van zijn stoffelijke resten plaats en werd hij in het hoofdaltaar bijgezet. In 744 volgde zijn heiligverklaring.
Later - op 30 september 825 - werd Sint Hubertus onder leiding van bisschop Walcaud herbegraven in het Benedictijnenklooster van Andage. Op de resten van de kerk van Andage werd een kerk gebouwd, gewijd aan Sint Hubertus. Later gaf Hubertus ook zijn naam aan het dorp dat rondom de kerk met zijn graf ontstond: Saint Hubert. Het klooster was eerder - rond het jaar 710 - door Hubertus zelf gesticht.

Hubertus is patroon van het bisdom Luik (zijn bijnaam is: apostel van de Ardennen), van de jagers, schutters, slagers, metaalarbeider, opticiëns, metaalgieters, klokkengieters, makers van mathematische apparaten, wiskundigen en jachthonden; hij is patroon tegen hondenbeten, slangenbeten, hondsdolheid en watervrees.

Sint Hubertus is - samen met Antonius, Quirinus en Cornelius - een van de vier heilige maarschalken, dat zijn bijzondere voorsprekers bij God.