vrijdag 28 december 2012

28 december: Heilige Onnozele Kinderen, martelaren

Zodra Herodes bemerkte, dat hij door de Wijzen om de tuin geleid was, ontstak hij in hevige toorn; hij zond zijn mannen uit en liet in Bethlehem en heel het gebied daarvan al de jongens vermoorden van twee jaar en jonger, in overeenstemming met de tijd waarnaar hij de Wijzen nauwkeurig had gevraagd. Toen ging in vervulling het woord dat door de profeet Jeremia gesproken was: "Een klacht werd in Rama gehoord, geween en luid gejammer: Rachel, wenend om haar kinderen, wil niet getroost worden, omdat zij niet meer zijn". (Mt. 2, 16-18)

Vandaag viert de Kerk het martelaarschap van de onschuldige jongetjes van Bethlehem die op gezag van koning Herodes de Grote werden vermoord. Het tweede hoofdstuk van het Evangelie van Mattheüs meldt dat Herodes bang was dat de komst van een nieuwe joodse koning het einde van zijn macht zou betekenen. Van de Wijzen uit het Oosten hoorde hij dat die nieuwe koning in Bethlehem geboren zou worden. Toen de Wijzen in een droom vernamen dat Herodes kwaadaardige bedoelingen had en het Kerstkind wilde doden, leidden ze hem om de tuin. Daarop ontstak Herodes in een hevige toorn.

De katholieke traditie leert dat God de onschuldige jongetjes van Bethlehem had voorbestemd om door hun dood te getuigen van de Messias. Sinds de vijfde eeuw worden zij daarom als heiligen vereerd. In de loop van de tijd werd Onnozele Kinderen een kerkelijk kinderfeest.

Ook de Onnozele (onschuldige) Kinderen staan rond de kribbe. Zij zijn de eerste martelaren die voor de pasgeboren Koning hun leven hebben gegeven.

In onze dagen
Helaas zijn de Herodessen van alle tijden. In onze tijd zijn ongeboren kinderen, jongetjes én meisjes, hun leven niet zeker. Zij geven hun leven niet rechtstreeks voor de Heer, maar zij zijn met miljoenen per jaar een bewijs van de barbarij in onze 'beschaving'. De slavernij is afgeschaft, de Holocaust is voorbij, maar de slachting van ongeboren kinderen gaat onverminderd door en wordt gepropageerd door instituties als de Verenigde Naties en de Europese Unie, door zogenaamde wereldleiders en door 'hulp'organisaties zoals Amnesty International, Unicef, Artsen zonder Grenzen en andere.

De Rooms-katholieke Kerk verdedigt als een van de weinige telkens weer en onverminderd het recht op leven vanaf de natuurlijke conceptie tot aan de natuurlijke dood, omdat het menselijk leven heilig is. Want het leven is niet van de mens, maar van God.

Bidden wij dat op voorspraak van de heilige Onnozele Kinderen van Bethlehem het kwaad van abortus in de wereld gestopt mag worden.


donderdag 27 december 2012

26, 27 en 28 december: Kribbenheiligen

Op de drie eerste dagen van het Octaaf van Kerstmis wordt de feestdag van een heilige gevierd. De reden om direct na het geboortefeest van Jezus deze feesten te vieren, berust op het verlangen in de jonge Kerk om aan het geboortefeest van Christus luister te geven door de hemelse geboortedag (dus hun sterfdag) van martelaren te vieren.

Kribbenheiligen
Na de geboorte van Jezus heeft hun geboorte namelijk de meeste aanzien. Deze drie heiligen worden in de traditie van de Kerk aangeduid als de lotgenoten van Christus, want in hun sterven gelijken zij op Christus. In de volksmond worden zij de kribbenheiligen genoemd.

H. Stefanus
Vanouds wordt op 26 december het feest van de H. Stefanus gevierd. Volgens de traditie is hij kort na Jezus’ hemelvaart de marteldood gestorven. Aan zijn naam werd ‘protomartelaar’ toegevoegd, wat niet alleen erop wijst dat hij de eerste martelaar is, maar tevens klinkt daarin door dat zijn martelaarschap model staat voor alle martelaarschap. Uit de beschrijving daarvan in de Handelingen van de Apostelen (7, 54-60) blijkt hoe zijn marteldood in grote mate overeenkomt met het sterven van Christus.

H. Johannes, evangelist
Op 27 december is de feestdag van de H. apostel en evangelist Johannes, de leerling die door Jezus bemind werd. Deze zoon van Zebedeüs heeft wel martelingen ondergaan, maar deze deerden hem niet zoals in een oude antifoon wordt gezegd: “Toen de apostel Johannes in een vat kokende olie was geworpen, kwam hij ongedeerd te voorschijn dank zij de beschermende genade van God.” Ook al heeft de marteling niet geleid tot zijn dood, toch wordt dit gezien als een tweede vorm van het martelaarschap. In zijn evangelie en andere geschriften toonde Johannes zich een waar theoloog die verkondigde wat hij gezien had. Hij was getuige van Jezus’ gedaanteverandering, teken van de toekomstige verrijzenis, en van het lijden des Heren. Onder het kruis aanvaardde hij – op Jezus’ woord – Maria als zijn moeder.

H.H. Onnozele Kinderen
In het feest van de Onnozele Kinderen op 28 december viert de Kerk een derde vorm van martelaarschap. Deze kinderen zijn vanaf het allereerste begin van de Kerk geëerd als martelaren omdat zij hun bloed vergoten hebben voor God en het Lam Gods. Zij werden in Bethlehem om het leven gebracht door de gewetenloze koning Herodes, die op deze manier het kind Jezus wilde ombrengen. Ofschoon zij niet bewust en weloverwogen voor de dood gekozen hebben, hebben zij de naam van de Heer beleden – niet door van Hem te getuigen maar door in Zijn plaats te sterven.


woensdag 26 december 2012

Urbi et Orbi Kerstmis 2012



26 december: Heilige Stephanus, eerste martelaar


Steniging van Stephanus, schilderij van Rubens

Op Tweede Kerstdag viert de Kerk het feest van de heilige Stephanus, volgens de Handelingen van de Apostelen de eerste martelaar van het christendom. Stephanus, een Griekstalige jood, was 'een man vol geloof en Heilige Geest'. Hij werd gekozen tot een van de zeven diakenen die de zorg kregen voor de weduwen van de gemeente. Aanleiding voor deze keuze was de klacht van de Hellenistische christenen bij hun Hebreeuwse broeders dat hun weduwen werden verwaarloosd. De twaalf apostelen erkenden dit sociale probleem en gaven de gemeente de opdracht om zeven geschikte mannen uit te kiezen. De apostelen legden na gebed hun handen op de hoofden van de gekozenen, waardoor ze hen belastten met de armenzorg. Deze zogenaamde protodiakens waren naast Stephanus: Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs.

Het was opmerkelijk dat Stephanus na de handoplegging het Woord begon te prediken, een taak die tot dan toe slechts aan de apostelen was voorbehouden. Ook deed hij grote wonderen en tekenen onder het volk. Dat leidde tot wrevel bij enkele leden van de Griekstalige Synagoge der Vrijgelatenen. Zij gingen met hem in discussie, maar waren niet opgewassen tegen zijn charisma, zijn welsprekendheid en zijn wijsheid. Dat zorgde voor grote irritatie. Uiteindelijk klaagden ze Stephanus aan bij het Sanhedrin, het joodse rechtscollege dat ook Jezus had veroordeeld. "Wij hebben hem lastertaal tegen Mozes en God horen uitspreken", aldus valse getuigenverklaringen. "Zo hebben wij hem horen zeggen dat die Jezus de Nazoreeër de Tempel van Jeruzalem zal afbreken en de regels die Mozes ons gegeven heeft, zal veranderen."

In zijn verdedigingsrede verkondigde Stephanus op basis van bijbelteksten het Evangelie van Christus. Aan het eind van zijn toespraak verweet Stephanus de leden van het Sanhedrin en allen die hem beschuldigden dat zij zich verzetten tegen de wil van God: "Halsstarrigen en onbesnedenen van hart en oor! Steeds verzet u zich tegen de Heilige Geest, u net zo goed als uw vaderen. Welke profeet hebben uw vaderen niet vermoord. Ze hebben de aankondigers van de Rechtvaardige ter dood gebracht, u hebt Hemzelf verraden en vermoord, u die door tussenkomst van engelen de Wet ontvangen heeft, maar die niet naleeft" (Hand. 7, 51-53).

Het Sanhedrin en alle aanklagers voelden zich diep gekwetst door deze woorden en veroordeelden Stephanus ter dood. Ze sleepten hem de stad uit en stenigden hem. Tijdens zijn doodstrijd sprak hij de woorden: "Heer Jezus, ontvang mijn geest" en "Heer, reken hun deze zonden niet aan". Woorden die deden denken aan wat Jezus zei toen Hij aan het kruis hing: "Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen" en "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest".

Zoals Jezus stierf Stephanus een gruwelijke dood. In de Handelingen staat geschreven dat hij door vrome mannen werd begraven. Eeuwenlang was de locatie van zijn graf onbekend. Maar in 415 zou een priester, Lucianus geheten, een visioen hebben gehad, waarin de plaats van Stephanus’ graf werd aangewezen. Het lichaam van de heilige zou gelegen hebben in Caphar Gamal, iets ten noorden van Jeruzalem. Volgens een overlevering werden Stephanus’ relieken daar opgegraven. In 460 zouden ze zijn overgebracht naar de basiliek van de Berg Sion, buiten de Damascuspoort van Jeruzalem. In de 6e eeuw zouden de relieken op gezag van keizer Justinianus I vanuit Constantinopel naar Rome zijn gebracht. Daar rusten ze in de crypte van de basiliek van Sint-Laurentius-buiten-de-Muren.


dinsdag 25 december 2012

25 december: Hoogfeest van Kerstmis - Geboorte van onze Heer Jezus Christus


Epistel
Hebr. 1, 1-12
Broeders, nadat God vroeger vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij tot erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat, door wie Hij ook het heelal heeft geschapen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen, en Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, heeft Hij zich neergezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge, even hoog verheven boven de engelen als de naam, die zijn erfdeel is geworden, de hunne overtreft. Want tegen welke engel heeft Hij ooit gezegd: Mijn zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt? Of: Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn? Wanneer Hij evenwel de eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt, zegt Hij: Alle engelen van God moeten zich voor Hem neerwerpen. Over de engelen zegt Hij: Hij die zijn engelen tot stormwinden maakt en zijn dienaren tot laaiend vuur, maar over de zoon: Uw troon, o God, staat voor altijd en eeuwig, en: De scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt U liefgehad en onrecht gehaat; daarom, o God, heeft uw God U gezalfd met de olie van de vreugde, als geen van uw gelijken. En: In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, U echter blijft. Alle zullen ze verslijten als kleren, U zult ze opvouwen als een mantel, als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. U echter bent dezelfde en uw jaren nemen geen einde.

Evangelie
Joh. 1, 1-14
In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. Het ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld moest komen. Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. In zijn eigen huis is Hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen. Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam. Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. Ja, het woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid.


De heilige Kerstnacht


Epistel
Titus 2, 11-15
Veelgeliefde, de genade van God, onze Zaligmaker, is verschenen, aan alle mensen; zij leert ons, dat wij de goddeloosheid en wereldse verlangens moeten verzaken, en zedig en rechtschapen en godvruchtig moeten leven in deze wereld, terwijl wij met verlangen uitzien naar de zaligheid, die wij verwachten bij het glorievol verschijnen van onze grote God en Zaligmaker Jezus Christus. Deze immers heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheden vrij te kopen, en ons te reinigen tot een volk, dat Hem welgevallig is, vol ijver voor goede werken. Over deze dingen moet gij spreken, en zo moet gij vermanen in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 1-14
In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was. Allen gingen op weg om zich te laten inschrijven, ieder in zijn eigen stad. Zo ook Jozef; hij ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David, Bethlehem genaamd, omdat hij uit het huis van David stamde, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf. Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Ze schrokken hevig. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.’ Plotseling was er bij de engel een heel leger uit de hemel; ze loofden God met de woorden: ‘Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.’


maandag 24 december 2012

24 december: Vigilie van Kerstmis


Vandaag zult gij weten dat de Heer zal komen en ons zal verlossen;
en morgen zult gij Zijn heerlijkheid aanschouwen.


vrijdag 21 december 2012

21 december: Heilige Thomas, apostel


Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie ge zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.
Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: Wij hebben de Heer gezien. Maar hij antwoordde: Als ik niet in Zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in Zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Vervolgens zei Hij tot Thomas: Kom hier met uw vinger en bezie Mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in Mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig. Toen riep Thomas uit: Mijn Heer en mijn God! Toen zei Jezus tot hem: Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.
(Joh. 21,19-29)

Thomas was een eenvoudige visser. Zijn belijdenis tegenover de Verrezen Heer is zijn lijfspreuk geworden bij al zijn missiereizen. Hij missioneerde in Perzië en India waar hij (zo vertelt een legende) de heilige Driekoningen zou zijn tegengekomen. Daarop heeft Thomas hen gedoopt en tot bisschop benoemd.

Koning Gundaphar van India werd door de heilige Thomas bekeerd. Tijdens een van zijn vele missiereizen werd hij in het jaar 72 in Calamina door een horde heidenen in de rug aangevallen en neergestoken. De Kopten in Egypte hebben van Thomas het eerst de Blijde Boodschap vernomen.

Thomas is patroon van theologen, timmerlieden, metselaars, architecten, bouwvakkers, landmeters, steenhouwers en het huwelijk, en patroon tegen rugklachten.


woensdag 19 december 2012

Gulden Mis op Quatertemperwoensdag in de Advent

Met de Gulden Mis wordt de Votiefmis aangeduid die wordt opgedragen op de Quatertemperwoensdag na de derde zondag van de Advent (Zondag Gaudete). De heilige Mis begint met het Rorate Caeli desuper (Dauwt hemelen der rechtvaardigen). Tijdens deze Mis wordt in het bijzonder stil gestaan bij de blijde verwachting van Maria (zie afbeelding).

Aan het bijwonen van deze Mis wordt een bijzondere waarde toegekend, waarop het woord 'gulden' betrekking heeft. Deze Mis heeft van oudsher een bijzondere aantrekkingskracht op mensen die in nood verkeren, of wier naasten op zee waren. De Gulden Mis wordt dan ook wel Schippersmis genoemd. Andere namen zijn Noodmis of Rorate-Mis.

Het gebruik van de Gulden Mis bestaat sinds de vijftiende eeuw vooral in Nederland en België. De Mis wordt opgedragen aan het (Maria-)altaar dat voor deze gelegenheid rijkelijk met brandende kaarsen is versierd. Oorspronkelijk gebeurde dat in de vroege morgen, vóór de dageraad.

In onze Sint-Michaëlskapel wordt de Gulden Mis opgedragen op woensdag 19 december om 18.30 uur.


Quatertemperdagen in de Advent

Dit jaar vallen de Quatertemperdagen in de Advent - ter voorbereiding op het Kerstfeest - op woensdag 19, vrijdag 21 en zaterdag 22 december.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Tridentijns Missaal van 1962, dat wij in de Sint-Michaëlskapel volgen. Het zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en onthouding bij de wisseling van de seizoenen of ter voorbereiding op een groot feest, zoals Kerstmis.

De woensdag en de zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.


zaterdag 8 december 2012

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria, feest


"Tota pulchra es! O Maria, gij zijt geheel zuiver, onbevlekt door de erfzonde." Dat zijn de woorden van verering die de Kerk ons vandaag in de mond legt. Zij drukken het gevoel uit van de mensheid, die door de zonde wordt verlamd, voor de smetteloze zuiverheid van Onze Lieve Vrouw.

In alle eeuwigheid heeft God Maria uitgekozen om de Moeder te worden van het Vleesgeworden Woord. Daarom heeft Hij haar met heiligheid getooid en haar gevrijwaard van elke smet om haar tot een waardige woning te maken voor Zijn Zoon.

De heilige Maagd was reeds vanaf het moment van haar conceptie verlost, doordat zij gevrijwaard was van de erfzonde. Haar verlossing kan niet worden losgezien van onze verlossing door Christus. Daarom is het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, midden in de Adventstijd, een aankondiging van de grootsheid van de Vleeswording van onze Verlosser.

Het feest van vandaag is ingesteld door paus Pius IX met de afkondiging van het dogma op 8 december 1854. Lang daarvoor bestond er echter reeds een feest van de 'conceptie'. In de achtste eeuw werd het reeds gevierd in de Kerken van het Oosten, in de negende eeuw in Ierland, en in de elfde eeuw in Engeland. De vlekkeloze Maagd werd dus al eeuwen door de christenheid gevierd toen Pius IX het dogma plechtig afkondigde. Hij bevestigde het traditionele geloof van de Kerk en bracht het in een dogma onder woorden.

Een video van 'Tota pulchra es' (componist: Anton Brückner):

Tota pulchra es, Maria.
Et macula originalis non est in te.
Tu gloria Ierusalem.
Tu laetitia Israel.
Tu honorificentia populi nostri.
Tu advocata peccatorum.
O Maria, Virgo prudentissima.
Mater clementissima, ora pro nobis.
Intercede pro nobis ad Dominum Iesum Christum.
In conceptione tua, Immaculata fuisti.
Ora pro nobis Patrem cuius Filium peperisti.
Domina, protege orationem meam.
Et clamor meus ad te veniat. Amen.
U zijt gans schoon, Maria.
En de vlek der erfzonde kleeft niet aan u.
U zijt de roem van Jeruzalem.
U zijt de blijheid van Israël.
U zijt de luister van ons volk.
U zijt de voorspreekster der zondaren.
O Maria, allervoorzichtigste Maagd,
allergenadigste Moeder, bid voor ons.
Wees onze bemiddelaarster bij onze Heer Jezus Christus.
In uw conceptie bent u onbevlekt gebleven.
Bid voor ons tot de Vader, Wiens Zoon gij gebaard hebt.
O Vrouwe, ondersteun mijn gebed.
En mijn noodkreet kome tot u. Amen.

vrijdag 7 december 2012

7 december: Heilige Ambrosius, bisschop, belijder en Kerkleraar

In het jaar 340 werd Ambrosius te Trier uit Romeinse ouders geboren. Een legende vertelt dat er eens een bijenzwerm boven de wieg van Ambrosius zweefde. De bijen vlogen in zijn mondje en er druppelde honing naar binnen. Vandaar dat de latere beschermheilige van de imkers als bisschop zo honingzoet kon preken.

Na het overlijden van zijn vader, verhuisde het gezin naar Rome, waar Ambrosius zich voorbereidde op een ambtelijke loopbaan te Sirmium. De jonge Ambrosius ambieerde allesbehalve het bisschopsambt. Hij studeerde rechten en retorica, omdat hij politicus wilde worden. Zijn eerste publieke functie bekleedde hij in Sirmium, een stad gelegen in het huidige Slovenië. In 370 werd hij prefect van de twee provincies Liguria en Aemilia met als standplaats Milaan. In 373 werd hij door keizer Valentianus tot stadhouder van Noord-Italië benoemd. In zijn standplaats Milaan werd hij al spoedig een gerespecteerd en geliefd bestuurder.

Na de dood van de bisschop van Milaan trachtte Ambrosius de vrede te herstellen in het door theologische twisten verscheurde bisdom. Orthodoxe katholieken en Christus’ goddelijkheid loochende arianen streden om de lege bisschopszetel. Toen Ambrosius in 374 als neutrale waarnemer aanwezig was bij de turbulente bisschopsverkiezing in de kathedraal, viel plots de keus op hem. Iemand had geopperd: "Ambrosius als bisschop!" Prompt scandeerden de gelovigen dezelfde leus en werd Ambrosius bij acclamatie tot bisschop gekozen. Opmerkelijk, want Ambrosius was nog niet gedoopt; hij was slechts geloofsleerling.

Ambrosius ontving het doopsel en werd op 7 december tot bisschop gewijd. Na zijn wijding begon Ambrosius aan zijn theologiestudie. Al spoedig ontpopte hij zich tot een kundig priester, met een voorliefde voor de armen. Zijn populariteit was zo groot dat een menigte zich verdrong rond zijn werkvertrek, alleen maar om hem te zien lezen en bidden. Zo ook ene Augustinus uit Carthago, de latere bisschop van Hippo. Die was zo onder de indruk van Ambrosius, dat hij zich bekeerde tot het christendom en zich door hem liet dopen.

Ambrosius stelde het gezag van de Kerk boven de autoriteit van de keizer. Hij beval keizer Theodosius I in het openbaar boete te doen, nadat deze bij een opstand in Thessalonika zevenduizend personen in het circus ter dood had laten brengen. De bisschop ontzegde de machtige keizer zelfs de toegang tot de kathedraal. Later wist Ambrosius de keizer ertoe te bewegen alle heidense culten te verbieden. In 391 zou Theodosius het christendom zelfs tot staatsgodsdienst verheffen.

Sint Ambrosius stierf op paaszaterdag 4 april 397. Hij is de geschiedenis ingegaan als een onverschrokken herder en verkondiger van het Woord. Door zijn preken en catechetische geschriften verdiepte hij het katholieke geloof en droeg hij bij tot de verrijking van de theologische traditie. Ambrosius heeft steeds geijverd voor de zuiverheid van het geloof, voor de goede zeden, voor het kloosterleven en voor de eredienst. Hij dichtte Latijnse hymnen en voerde de beurtzang in. Tot de meest bekende behoort wel het 'Te Deum'.

Sinds 1298 wordt hij samen met Augustinus, Hiëronymus en Gregorius de Grote vereerd als Kerkvader van het Westen. Zijn relieken rusten in de Basilica di Sant’Ambrogio in Milaan.

De heilige Ambrosius is patroon van imkers, bijen en huisdieren.


donderdag 6 december 2012

6 december: Heilige Nicolaas, bisschop en belijder

Nicolaas van Myra of Nicolaas de Wonderdoener, Nicolaas van Bari of Nicolaas van Patara is waarschijnlijk geboren omstreeks het jaar 280 te Patara in Lycië en overleden op 6 december in 342 of 352. In de vierde eeuw was hij bisschop te Myra, de toenmalige hoofdplaats van Lycië in Klein-Azië. Hij werd later heilig verklaard en is de hoofdpersoon in tal van legenden, bijvoorbeeld de Legenda Aurea van de 13e-eeuwse geleerde dominicaan Jacobus de Voragine. Belangrijke elementen van het Sinterklaasfeest gaan op hem terug.

Aan de kleine Nicolaas werden al vanaf de geboorte wonderen toegewezen. Zo kon hij direct na de geboorte rechtop in zijn badje staan, de handen ten hemel geheven, alsof hij God dankte voor het mirakel van zijn geboorte en wilde hij op de vastendagen, woensdag en vrijdag, niet van moeders borst drinken. Verder kende hij op vroege leeftijd de namen van de hemellichamen uit zijn hoofd.

Het was al snel duidelijk dat Nicolaas - vernoemd naar zijn oom, met wie hij vaak verward wordt, bisschop in een naburige gemeente - zijn leven aan de dienst van God zou wijden. Er werd een verband gezien met de Bijbelse figuur Samuel. Nicolaas' moeder kon net als de moeder van Samuel geen kinderen krijgen, en kreeg uiteindelijk een kind in ruil voor de belofte dat het in dienst van God zou treden. Net als Samuel was Nicolaas al op vroege leeftijd geliefd bij de bevolking. Hij begreep snel dat hij een hogere taak te vervullen had (I Samuel 3:20). Samuel was de laatste en belangrijkste der Richteren, die ook koningen zou zalven. Ook hier ligt een overeenkomst, want tijdens Nicolaas' leven zou het christendom in het Romeinse Rijk belangrijk worden.

Volgens de later heiligverklaarde Simeon de Vertaler was Nicolaas een goede leerling, ging hij met regelmaat naar de kerk en was hij - waar nodig - behulpzaam. Reeds op 19-jarige leeftijd werd de jonge Nicolaas door zijn oom, de bisschop, tot priester gewijd en legde hij de kloostergeloften af. Zijn oom sprak de verwachting uit dat Nicolaas zelf óók bisschop zou worden en een leven van verlichting zou leiden. Door zijn strenge discipline in het vasten, zijn goede wil en zijn gebeden voor iedereen was hij een voorbeeld voor anderen.

Toen zijn oom een reis maakte naar Jeruzalem, werd de jonge Nicolaas benoemd tot gevolmachtigde in zijn klooster Nieuw Zion. Volgens de overlevering bestuurde hij het klooster zó goed dat het leek alsof de bisschop zelf aanwezig was.

Volgens dezelfde Simeon de Vertaler heeft de heilige meermalen het Heilig Land bezocht, en vatte hij telkens het plan op om er meerdere weken te verblijven, maar een "engel des Heeren beval hem om huiswaarts te keren". Dit betekende dat zijn parochie in gevaar was en hij zijn bovenmenselijke krachten aldaar moest gebruiken. Eens probeerde bij zo'n gelegenheid een zeeman hem te bedriegen, maar Nicolaas verijdelde dat plan, en sprak streng: Probeer nu nooit meer iemand te bedriegen. Vaar naar huis, en mijn zegen zal je vergezellen. Vandaar staat hij bekend als vergevingsgezind.

Aan de vooravond van zijn bisschopswijding ontving Nicolaas een versie van de Bijbel uit de handen van Jezus.

Naar verluidt nam Nicolaas in 325 als bisschop deel aan het Concilie van Nicea, al zijn hiervoor geen bewijzen gevonden. De voornaamste aanleiding tot bijeenroepen van het concilie was de onrust, ontstaan door de leer verspreid door Arius. Tijdens dit concilie liep Nicolaas, een fervent tegenstander van Arius, naar hem toe, en gaf hem een klap in het gezicht. Hiervoor werd Nicolaas in de kerker gegooid, maar 's nachts werd hij uit zijn boeien bevrijd door Maria, en kreeg hij van haar zijn bisschoppelijke gewaden terug samen met een een Bijbel. Gedurende de rest van het concilie werd er bij grote vraagstukken beslist volgens de mening van Nicolaas.

Gedurende zijn leven zou Nicolaas vele malen de bevolking tegen demonen hebben beschermd, maar ook na zijn dood zou hij verder voor zijn mensen hebben gezorgd. Zo zou hij tijdens hongersnoden schepen hebben behoed voor de ondergang.

Nicolaas van Myra werd begraven in Myra, nabij het huidige Demre in het zuidwesten van Turkije. In 1087 werden zijn relieken door Italiaanse kooplieden van Myra naar Bari overgebracht, om ze te beschermen tegen de oprukkende Islam. Hier werd speciaal voor hem een kerk gebouwd, de basiliek van Sint Nicolaas.

Er worden vele legenden verteld over de heilige Nicolaas die een verklaring zijn voor het Sinterklaasfeest dat in Nederland en België wordt gevierd en ook voor het bestaan van de Kerstman (Nikolaus, Saint Nic).

De Legenda Aurea vertelt het verhaal van een arme man, die drie dochters had. In die dagen werd van de vader verwacht, dat hij de toekomstige echtgenoot iets van waarde aanbood: een bruidsschat. Hoe hoger de bruidsschat, des te groter de kans dat een jonge vrouw een goede echtgenoot zou vinden. Zonder bruidsschat was het onwaarschijnlijk dat de vrouw ooit zou trouwen. Vanwege de armoede van de man waren zijn dochters gedoemd als slavinnen te worden verkocht. Echter, op drie verschillende gelegenheden verscheen een buidel met goud in het huis, die voorzien waren van een volwaardige bruidsschat. Van de geldbuidels, die door een open raam werden gegooid, wordt gezegd dat ze in de schoenen terecht kwamen die voor de haard stonden te drogen. Soms zijn de geldbuidels weergegeven dan wel geïnterpreteerd als sinaasappels of mandarijnen, hetgeen kan verklaren waarom de Sint uit Spanje komt. Dit verhaal verklaart ook het strooigoed en het zetten van de schoen. Drie zakjes met goud staan symbool voor Sint Nicolaas.

Een ander verhaal vertelt van drie theologiestudenten, die op hun weg naar Athene door een herbergier werden vermoord. De herbergier borg het vlees van de studenten op in een ton met pekel. Enige tijd later bezocht Sint Nicolaas dezelfde herberg, en droomde ’s nachts van de misdaad die de herbergier begaan had. Nicolaas riep de herbergier en bad tot God, waarna de studenten weer tot leven werden gewekt. In Frankrijk is er een soortgelijk verhaal, waarin drie kleine kinderen tijdens hun spel verdwaald raken en worden verleid en gevangen door een slager. Sint Nicolaas verschijnt, roept tot God, herstelt de kinderen het leven en brengt ze terug naar hun ouders.

Nicolaas vermenigvuldigde zakken graan die per schip in de haven van Myra kwamen. Hierdoor werd een hongersnood vermeden. Deze legende doet denken aan de wonderbare broodvermenigvuldiging van Christus.

De zoon van een edelman was krijgsgevangen gemaakt door een heidense koning. Hij vertelde de koning over Sint Nicolaas. De koning sprak honend dat Nicolaas de jongen niet kon bevrijden. Hierop verscheen Nicolaas in een glorie van wolken. De jongen werd bevrijd en overgedragen aan zijn vader.
Een andere versie van dit verhaal vindt plaats na de dood van Sint Nicolaas. De stedelingen van Myra waren zijn naamdag aan het vieren toen een groep Arabische piraten vanuit Kreta in het gebied van Myra kwamen. Zij stalen de relikwieën uit de kerk van Sint Nicolaas. Terwijl zij de stad verlieten, ontvoerden zij een jongen, Basilios, om hem als slaaf te kunnen verkopen. In dienst getreden als slaaf werkte Basilios voor een koning als wijnschenker, die hem gekocht had omdat Basilios niet zou kunnen verstaan wat de koning tegen zijn raadslieden zou zeggen. Het hele volgende jaar zou Basilios de koning zijn wijn schenken in een prachtige, gouden karaf. In Myra kwam Nicolaas’ naamdag steeds dichterbij. Basilios’ moeder wilde niet aan het feest meedoen, omdat de dag voor haar tragische herinneringen opriep. In plaats mee te doen aan het feest bad zij om Basilios’ veiligheid. Terwijl Basilios zijn diensten voor de koning verrichtte, werd hij plotseling uit de zaal geplukt, de gouden karaf nog in de hand. Sint Nicolaas verscheen voor de doodsbange jongen, zegende hem en bracht hem terug naar zijn ouders in Myra.

Sint-Nicolaas is de beschermheilige van kinderen, ongehuwde vrouwen, kooplieden, studenten, geliefden, slagers, dieven, moordenaars, piraten en schutspatroon van de zeelieden. Veel havensteden hebben Sint-Nicolaas als beschermheilige, zoals Aberdeen, Amsterdam, Bari en Sint-Niklaas.


woensdag 5 december 2012

Goddelijke Diensten in de Advent en in de Kersttijd


Zaterdag 8 december - Feest van de Onbevlekte Ontvangenis van de H. maagd Maria
9.55 uur: Hoogmis

Zondag 9 december - Tweede zondag van de Advent
9.55 uur: Hoogmis

Zondag 16 december - Derde zondag van de Advent
9.55 uur: Hoogmis

Woensdag 19 december - Quatertemperwoensdag in de Advent
18.30 uur: Gulden Mis

Zondag 23 december - Vierde zondag van de Advent
9.55 uur Hoogmis (celebrant: pater H. Volk S.J.M.)

Maandag 24 december - Vigilie van Kerstmis (celebrant: pater H. Volk S.J.M.)
9.55 uur: Mis van de Vigilie
23.00 uur: Stil gebed
23.40 uur: Adventswake
24.00 uur: Plechtige Middernachtmis, gevolgd door de Dageraadsmis

Dinsdag 25 december - Hoogfeest van Kerstmis
9.55 uur: Plechtige Hoogmis 'Puer natus est nobis’ (celebrant: pater H. Volk S.J.M.)

Woensdag 26 december - H. Stefanus, eerste martelaar (Tweede Kerstdag)
9.55 uur: Hoogmis (celebrant: pater H. Volk S.J.M.)

Zondag 30 december - Zondag onder het octaaf van Kerstmis
9.55 uur: Hoogmis (celebrant: pater A. Schijffelen FSSP)

Maandag 31 december Laatste dag van het jaar
18.30 uur: H. Mis (celebrant: pater A. Schijffelen FSSP)
19.30 uur: Nachtaanbidding (tot 24.00 uur) om God te danken voor het voorbije jaar en Zijn zegen af te smeken over het komende
24.00 uur: Zegen met het Allerheiligste

Dinsdag 1 januari 2013 - Octaafdag van Kerstmis (Nieuwjaar)
9.55 uur: Hoogmis (celebrant: pater A. Schijffelen FSSP)

Zondag 6 januari 2013 - Feest van Driekoningen
9.55 uur: Hoogmis (celebrant: pater J. Schneider)

maandag 3 december 2012

3 december: Heilige Franciscus Xaverius, belijder

Franciscus de Jassu y Javier werd op 7 april 1506 geboren op het Spaanse kasteel Xavier in Navarra (Spaans Baskenland). Hij studeerde in Parijs (1525) aan de universiteit en werd daar door de jonge Ignatius van Loyola voor het heilig dienstwerk gewonnen. Hij sloot zich in 1534 aan bij het groepje dat Ignatius de 'Societeit van Jezus' noemt. In het jaar 1537 werd Franciscus in Venetie tot priester gewijd en ging samen met Ignatius werken in Rome. Op 27 september 1540 ontvingen zij de bevestiging van de orderegels door paus Paulus III. Al snel trekt hem het werk als missionaris in de kolonieën en hij gaat, op verzoek van paus Paulus III en de Portugese koning, in 1541 werken in Goa in Indië, onder de losbandige Portugezen.

Drie jaar later vertrekt hij naar de Molukken, waar hij op Ternate een centraal punt voor de missionering vestigt. Hier doopt hij in een maand 10.000 vissers. In het jaar 1549 vertrekt hij naar het pas ontdekte Japan en vestigt daar het christendom. In 1551 wordt hij provinciaal van de orde in Goa, waar hij weer naar terugreist. Van hieruit regelt hij de hele missie. Overal waar Xaverius kwam stichtte hij missieposten van waaruit het geloof verkondigd werd. Vlak voor de overtocht vanaf het eiland Sancian bij Kanton naar China, sterft Franciscus op 3 december 1552. Vanuit China wilde hij de moeilijk te bekeren Japanners bewegen het geloof in het heilig Evangelie aan te nemen.

In het jaar 1622 werd Franciscus Xaverius (zoals hij in de volksmond wordt genoemd) door paus Gregorius XV heilig verklaard en in 1748 door paus Benedictus XIV benoemd tot patroon van Indië. Paus Pius X benoemde hem in 1904 tot patroon van de geloofsverkondigers en in 1927 werd Franciscus Xaverius door paus Pius XI benoemd tot patroon van alle missies. Zijn lichaam rust in Goa.

Franciscus Xaverius is patroon van China, missionarissen, missie in het Oosten, zeelieden, de katholieke pers en voor een goed stervensuur; hij is patroon tegen storm en de pest.


zondag 2 december 2012

Nieuw leven in Christus

En nu ook weer loopt de Kerk mee met de stroming, met de mode van de tijd. Het is het meedoen aan een capitulatie. Ik denk hierbij aan de rede die Golo Mann, de Duitse historicus en zoon van Thomas Mann, in 1972 op het congres van de Duitse historici te Regensburg hield onder de titel Ohne Geschichte leben? Hij begon zijn rede als volgt: Wij leven in een tijdperk van capitulatie, theologen tegen de theologie, filosofen tegen de filosofie, historici tegen de geschiedenis. Wij beleven inderdaad een tijd van capitulatie, en de volgende generatie zal zich met verstomming afvragen hoe een gemeenschap zo luchthartig, zo onnadenkend de schatten van het verleden door deuren en vensters kon gooien.

Men capituleert omdat men mee wil doen met de geest, met de mode van de tijd. En het is de vraag waar de Kerk zal staan als deze mode fataal voorbij zal zijn, want niets verdwijnt sneller dan een mode. Dan riskeren wij ons in een verschrikkelijk geestelijk braakland te bevinden. Maar dat klinkt te pessimistisch. Ik zou liever mijn diepe overtuiging willen uitspreken. Ik geloof in Christus en ik weet dat Zijn boodschap eeuwig is. Zij is eeuwig, ook omdat zij beantwoordt aan de honger en de nood van het christendom. Daarom zal zelfs uit het geestelijk braakland dat nu wellicht door onze kleinzieligheid ontstaat, nieuw leven in Christus herrijzen. Want de mens kan niet buiten God.

Pater Karel Van Isacker in de tv-reeks van Joos Florquin 'Ten huize van...', uitgezonden op 29 mei 1977.


zaterdag 24 november 2012

24 november: Heilige Johannes van het Kruis, belijder en Kerkleraar

Johannes werd geboren op 24 juni 1542 te Fontiveros, nabij Avila, in Spanje. Zijn vader was vanwege zijn huwelijk met een burgerlijk meisje uit de familie verstoten. Hij verdiende de kost als wever. Hij wilde dat Johannes ook wever zou worden, maar zijn weg liep anders: Johannes werd op jeugdige leeftijd ziekenoppasser. Door zijn onafzienbare inzet en naastenliefde voor de zieken was hij een graag geziene persoon in het ziekenhuis van Medina del Campo. Tevens volgde hij een cursus filosofie bij het plaatselijke Jezuïetencollege. In het jaar 1563 trad hij in Medina in bij de orde van de karmelieten. Na zijn professie werd hij naar Salamanca gestuurd. Daar volgde de begaafde Johannes de studies theologie en filosofie.

In 1568 werd hij tot priester gewijd. Door een verzwakkende houding en ‘falende’ leefgewoonten in de karmelietenorde, overwoog hij zijn orde te verlaten en in te treden bij de strengere kartuizers. Toen ontmoette hij de heilige Teresia van Avila en begon hij met de hervorming van zijn orde: de ongeschoeide karmelieten. Hij bleef zijn orde trouw en werd door de karmelieten die de hervormingen niet wilde doorvoeren en zich aangevallen voelden, vastgenomen en zwaar mishandeld. Johannes bleef echter trouw aan de visie van Teresia en in 1578 wist hij te vluchten naar het klooster Calvario. Daarmee was de scheiding tussen de geschoeide en de ongeschoeide karmelieten definitief.

Toen de heilige Teresia in 1582 stierf moest Johannes het gemeenschappelijk werk alleen voortzetten. Vanaf 1588 was hij prior van het Vaderhuis van de ongeschoeide karmelieten in Segovia.

In zijn laatste levensjaren heeft hij veel lichamelijk lijden te verduren gehad. Hij is op 14 december 1591, slechts negenenveertig jaar oud, in het klooster van Ubeda gestorven. Twee jaar later werd zijn lichaam overgebracht naar Segovia.

Op 26 december 1726 werd Johannes van het Kruis door paus Benedictus XIII heilig verklaard. Hij behoort tot de grootste leraren van de mystiek. Paus Pius Xl heeft hem vooral vanwege een aantal van zijn mystieke geschriften in 1926 verheven tot Kerkleraar. Enkele fundamentele uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie zijn letterlijke vertalingen uit de werken van Johannes van het Kruis.


zaterdag 10 november 2012

10 november: Heilige Andreas Avellinus, belijder

Andreas Avellinus is geboren in 1521 in Castronuovo di Sant'Andrea in Zuid-Italië. Bij het doopsel ontvangt hij de naam Lancelotto.

Als jonge priester was hij verbonden aan een kerkelijke rechtbank. Tijdens een verdediging kwam er een keer een klein leugentje over zijn lippen. Vlak daarna las hij bij toeval in de heilige Schrift “Een mond die liegt vermoordt de ziel.” (Wijsheid 1, 11) Diep getroffen door deze woorden legde hij zijn positie bij de rechtbank neer en wijdde zich uitsluitend aan de dienst aan God en het welzijn van de zielen.

In 1566 trad hij in in de orde van de Theatijnen. Toen koos hij de naam Andreas, uit liefde voor het kruis van Christus. Hij werkte zeer ijverig als zielenherder. Met vaderlijke liefde en voorzichtigheid bracht hij als biechtvader ontelbare uren door in de biechtstoel. Hij reisde langs de steden en dorpen in de buurt van Napels om de verlossende boodschap van het Evangelie te verkondigen.

Door de bisschop van Napels werd hij belast met de hervorming van een Napolitaans klooster waar de discipline was zoekgeraakt. Door zijn eigen voorbeeldige levenshouding slaagde hij erin zijn opdracht tot een goed einde te brengen, maar niet zonder kleerscheuren. Hij werd door zijn tegenstanders belaagd en zwaar verwond. Men bracht hem voor verzorging en revalidatie naar het klooster van de Theatijnen. Vanwege zijn intelligentie, zelfdiscipline, onderdanigheid en zuiverheid werd hij uitgezonden om nieuwe vestigingen voor de orde uit te bouwen, zoals in Milaan en Piacenza.

De heilige Carolus Borromeus was een intieme vriend van Andreas Avellinus die hem voor zeer belangrijke kerkelijke aangelegenheden raadpleegde.

In het leven van deze heilige priester komen verschillende wonderen voor. Toen hij een keer samen met een metgezel in slecht weer op weg was naar huis, werd zijn lantaarn gedoofd door de regen en de wind. Zij werden echter niet doorweekt door de regen. Zijn lichaam straalde van licht en zo konden zij in de dichte duisternis toch de weg naar huis vinden.

Velen kwamen bij Andreas om raad vragen. Hij heeft duizenden brieven geschreven. Vermoeid door zijn vele werkzaamheden en verzwakt door zijn leeftijd werd hij op 10 november 1608 getroffen door een beroerte aan de voet van het altaar toen hij de heilige Mis wilde gaan opdragen. Toen hij voor de derde keer sprak “Introibo ad altare Dei” (Ik zal opgaan naar het altaar van God), stierf hij.

In 1712 verklaarde paus Clemens XI hem heilig. Andreas Avellinus wordt vereerd als patroonheilige van Napels en Sicilië. Hij ligt begraven in de Sint-Pauluskerk in Napels.

Andreas Avellinus is patroon tegen een onvoorziene dood en tegen beroertes.


zaterdag 3 november 2012

3 november: Heilige Hubertus, bisschop en belijder


Rond het jaar 656 werd Hubertus geboren in Maastricht als achterkleinkind van de Franse koning Clovis. Als jonge man was hij een innemende bon vivant en geliefd aan de hoven waar hij verkeerde, dat van koning Theodorik III en in het Ardennen-kasteel van Pepijn van Herstal. In 682 trouwde hij met Floribanne, de dochter van de graaf van Leuven.

Zijn vrouw stierf kort na hun huwelijk bij de geboorte van hun eerste kind. Omdat hij met dit verlies niet overweg kon, trok Hubertus zich steeds vaker in het bos terug en zocht in de jacht naar vergetelheid. Op Goede Vrijdag in het jaar 683 was hij weer aan het jagen. Hij had een hert in het vizier. Vlak voor het genadeschot draaide het hert zich om en toonde Hubertus zijn gewei met daartussen een schitterend stralend kruis. Hubertus hoorde een stem zeggen: "Hubertus, waarom verlies je je tijd in dergelijke bezigheden? Als je je niet tot de Heer keert, zul je naar de hel gaan. Ga naar mijn dienaar Lambertus en doe wat hij u zegt."

Onder de hoede van Lambertus, bisschop van Maastricht, werd hij priester en diens assistent. Na zijn wijding tot priester pelgrimeerde hij naar Rome. Toen hij in Rome was - in 708 of 709 - werd Lambertus vermoord. De Paus benoemde Hubertus tot bisschop van Maastricht. Vanuit Maastricht bekeerde Hubertus deze streken tot het christendom. Hubertus verlegde later de bisschopszetel van Maastricht naar Luik. Zo werd hij de laatste bisschop van Maastricht en de eerste bisschop van Luik.

Hij stierf op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel. Eerst werd hij begraven in de Sint-Peterskathedraal in Luik. Daar vond op 3 november 743 de 'verheffing' van zijn stoffelijke resten plaats en werd hij in het hoofdaltaar bijgezet. In 744 volgde zijn heiligverklaring.
Later - op 30 september 825 - werd Sint Hubertus onder leiding van bisschop Walcaud herbegraven in het Benedictijnenklooster van Andage. Op de resten van de kerk van Andage werd een kerk gebouwd, gewijd aan Sint Hubertus. Later gaf Hubertus ook zijn naam aan het dorp dat rondom de kerk met zijn graf ontstond: Saint Hubert. Het klooster was eerder - rond het jaar 710 - door Hubertus zelf gesticht.

Hubertus is patroon van het bisdom Luik (zijn bijnaam is: apostel van de Ardennen), van de jagers, schutters, slagers, metaalarbeider, opticiëns, metaalgieters, klokkengieters, makers van mathematische apparaten, wiskundigen en jachthonden; hij is patroon tegen hondenbeten, slangenbeten, hondsdolheid en watervrees.

Sint Hubertus is - samen met Antonius, Quirinus en Cornelius - een van de vier heilige maarschalken, dat zijn bijzondere voorsprekers bij God.


zondag 28 oktober 2012

Psalm 150 - César Franck


Frans
Hallelujah. Louez le Dieu, caché dans ses saints tabernacles, Louez le Dieu qui règne en son immensité. Louez-le dans sa force et ses puissants miracles. Louez-le dans sa gloire et dans sa majesté. Louez-le par la voix des bruyantes trompettes. Que pour lui le nébel se marie au kinnor. Louez-le dans vos fêtes au son du tambourin, sur lorgue et sur le luth, chantez, chantez encor.

Nederlands
Halleluja. Looft God in Zijn heiligdom, looft Hem in Zijn machtig uitspansel. Looft Hem om Zijn kracht, Zijn daden; looft Hem om Zijn mateloze grootheid. Looft Hem met een stoot op de ramshoorn, looft Hem met harp en lier, looft Hem met beltrom en rondedans, looft Hem met citer en fluit, looft Hem met strijkende cimbels, looft Hem met slaande cimbalen; ja, iedereen die adem heeft, looft de Heer. Halleluja.


zaterdag 13 oktober 2012

13 oktober: Heilige Eduardus, koning en belijder

Eduardus werd geboren in het jaar 1003 in Oxford, Engeland, als zoon van koning Ethelred II en koningin Emma. Nadat koning Ethelred door een Deense invasie was onttroond, werden Edward en zijn broer Alfred weggevoerd naar Denemarken om daar te worden gedood. De Deense officier die met die taak werd belast ontfermde zich echter over de jongens en stuurde ze naar Zweden. Vanuit dat land werden ze overgebracht naar Hongarije en kwamen daar onder hoede van de koning.

Eenmaal volwassen geworden verhuisden de broers naar Normandië en wachtten op een kans om terug te keren naar Engeland. In 1035 probeerden Edward en Alfred de kroon van Engeland te heroveren, maar dat mislukte. Alfred werd gedood en Edward keerde terug naar Normandië. In 1042 ging hij opnieuw naar Engeland en werd toen bij acclamatie tot koning gekozen. Hij besteeg de troon op 3 april van dat jaar. Edward stond bekend als een rechtvaardige en waardige koning. Hij genoot veel steun bij het volk.

Tijdens zijn bewind sloeg Edward menig invasie af, hij droeg bij aan het herstel van de monarchie in Schotland, hij schafte onrechtvaardige belastingen af, en hij stond bekend om zijn vrijgevigheid aan armen en vreemdelingen en om zijn vroomheid en liefde tot God.

Om het volk te behagen trouwde hij met Godwina, dochter van de graaf van Wessex, maar het koningspaar leidde een leven in onthouding. Hij zou de gave van genezing door aanraking hebben gehad.

Hij bouwde vele kerken, waaronder de beroemde Westminster Abbey.

Op 5 januari 1066 stierf hij door een natuurlijke dood. In 1161 werd hij heilig verklaard door paus Alexander III. Hij is patroon van kinderloze echtparen, van de Britse koninklijke familie, van koningen, en van gescheiden echtgenoten. Hij is een van de patronen van Engeland.

Eduardus wordt vaak afgebeeld terwijl hij een melaatse geneest, met een zieke man op zijn schouders of als oudere koning die een ring geeft aan de apostel Johannes die vermomd is als bedelaar. De laatste afbeelding stoelt op een verhaal dat vertelt over koning Edward die een ring schonk aan een bedelaar in de buurt van Westminster Abbey. Enkele jaren later troffen enkele pelgrims uit Engeland in het Heilig Land een oude man die zich uitgaf voor de apostel Johannes. Hij gaf hun de ring mee met de opdracht deze aan koning Edward terug te geven met de mededeling dat hij binnen zes maanden zou sterven. En zo geschiedde het.


zaterdag 15 september 2012

15 september: Zeven smarten van de heilige maagd Maria


De dag na het feest van Kruisverheffing gedenkt de Kerk de zeven smarten van Maria. Op veel iconen wordt Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten afgebeeld als vrouw wier hart door zeven zwaarden wordt doorboord.

De zeven smarten van Maria zijn:
1. De profetie van Simeon in de tempel bij het opdragen van Jezus
2. De vlucht naar Egypte
3. Het zoek raken van Jezus in de tempel
4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar de Calvarieberg
5. Maria staat onder Jezus' kruis
6. Maria omhelst Jezus' dode lichaam na de kruisafname
7. Jezus wordt begraven

De heilige Mis van deze dag heeft een eigen sequentie: het Stabat Mater:

Latijn

Stabat Mater dolorosa,
juxta crucem lacrymosa,
dum pendebat Filius.
Cujus animam gementem,
contristatam et dolentem
pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater unigeniti!
Quae moerebat et dolebat,
et tremebat, Pia Mater, cum videbat
nati poenas incliti.


Nederlands

Naast het kruis, met schreiende ogen,
stond de Moeder, diep bewogen,
toen haar Zoon te sterven hing,
toen haar door het zuchtend harte,
overstelpt van wee en smarten,
't zevenvoudig slagzwaard ging.
O hoe droef, hoe vol van rouwe,
was die zegenrijkste vrouwe,
Moeder van Gods een'ge Zoon!
Ach, hoe streed zij! Ach, hoe kreet zij!
En wat folteringen leed zij,
bij 't aanschouwen van die hoon!




zaterdag 8 september 2012

8 september: Maria Geboorte, feest

Moeder Anna met haar onbevlekt ontvangen dochter Maria.

Op 8 september viert de Kerk het feest van de geboorte van de heilige maagd Maria. Tezamen met Jezus Zelf en de H. Johannes de Doper behoort zij tot de weinigen van wie óók de geboortedag wordt gevierd. Het feest werd het eerst gevierd in het oosten, sinds de zesde eeuw, onder invloed van het concilie van Efese (431), waar Maria officieel tot 'Moeder van God' ('Theotokos') werd uitgeroepen. Paus Sergius I († 701) voerde het in voor de Kerk van Rome, en in de elfde eeuw was het verspreid over de gehele Kerk.

Historisch gesproken is niet bekend op welke dag Jezus’ moeder Maria is geboren. Men heeft gekozen voor 8 september, omdat op deze dag ergens in de vijfde of zesde eeuw te Jeruzalem een Sint-Annakerk werd ingewijd, op de plek waar Maria waarschijnlijk is geboren.

Maria is het volmaakte voorbeeld van wat God kan doen met iemand die bereid is de roeping te volgen die haar gegeven is. 'Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord.' (Luc. 1, 38) Maria heeft maar één wens: te doen wat God haar vraagt. Dat stelt God in staat om Zijn wonderen in haar te werken. Haar Zoon is Gods Zoon. Haar Zoon wordt Emanuël genoemd, omdat in haar Zoon God met ons is.

En zij zelf wordt zalig geprezen door elk geslacht omdat Hij Die machtig is aan haar Zijn wonderwerken deed (Lc. 1, 48‐49).
Maria heeft Jezus aan de wereld gegeven. Ze kon dit doen omdat ze zichzelf beschikbaar had gemaakt als de dienstmaagd des Heren. Natuurlijk was het niet Maria die Jezus aan de wereld gaf, maar God Zelf heeft dit wonder gewerkt in en door Maria.


zaterdag 25 augustus 2012

25 augustus: Sterfdag (2010) pater Karel Van Isacker S.J., stichter van de kapel


Pater Karel Van Isacker S.J. (1913 - 2010)

"Het herstel van de vroomheid is een terugkeer
naar de blijvende waarden van trouw,
zuiverheid, van dienstbetoon en van eensgezindheid,
dat prachtig woord waarmee alles is gezegd:
het is de band van allen met Christus,
in de eenheid van geloof en eigen aard,
een brug die reikt over de generaties en allen samenhoudt
in dezelfde liefde en trouw."


zaterdag 18 augustus 2012

18 augustus: Heilige Agapitus, martelaar

In het jaar 275 was Agapitus slechts 15 jaar oud toen hij door keizer Aurelianus werd gearresteerd, omdat hij christen was. Zonder schroom getuigde hij van zijn geloof in Christus. Daarom werd hij gegeseld en in een kerker geworpen, zonder voedsel, in de verwachting dat hij zijn christelijk geloof wel zou loslaten. Toen de prefect Antiochus hem na vijf dagen bezocht, trof hij hem nog vastberader aan dan tevoren. Hij werd gefolterd met gloeiende kolen op zijn hoofd. De jonge Agapitus onderging zijn marteling uiterst moedig en prees God met de woorden: “Een hoofd dat voor eeuwig een kroon zal dragen in de hemel, mag niet aarzelen als het onder lijden en pijn gebukt gaat op aarde. Verbranding en verwondingen maken mijn hoofd waardiger om de kroon te dragen in eeuwige glorie.”

In woede ontstoken liet Antiochus Agapitus geselen totdat zijn lichaam tot een grote wond was verworden, daarna werd hij aan zijn voeten boven een vuur gehangen met de bedoeling dat hij zou stikken. Dat lukte echter niet. Na een lange stilte sprak Agapitus opnieuw tot Antiochus: “Antiochus, de mensen zullen zeggen dat uw vernuft, uw verstand, in rook opgaat.” Opnieuw werd hij gegeseld, waarna kokend water in zijn wonden werd gegoten. Vervolgens werden alle tanden uit zijn mond geslagen en zijn kaken gebroken.

God strafte de tiran vanwege zijn wreedheden; hij viel van zijn zetel en brak zijn nek. Toen keizer Aurelianus dit hoorde, liet hij Agapitus voor de wilde leeuwen werpen. Maar deze weigerden hem aan te raken. Daarop besloot de keizer hem te laten onthoofden.

Agapitus is patroon van de stad Palestrina. Hij is beschermheilige van zieke kinderen en zwangere vrouwen; zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen buikpijn en kolieken. Hij wordt afgebeeld opgehangen boven een brandstapel met het hoofd naar beneden, met een of meerdere leeuwen, met gloeiende kolen of met een kroon.


zaterdag 4 augustus 2012

4 augustus: Heilige Dominicus, belijder

Dominicus Guzman werd geboren in het jaar 1170 in Caleruega (Castilië, Spanje) als zoon van Felix de Guzman en de (zalige) Juana van Aza.

Hij studeerde in Palencia en werd rond 1195 kanunnik van de kathedraal van Osma (tegenwoordig Burgo de Osma). In 1203 en 1205 begeleidde hij als subprior van het kathedraalkapittel bisschop Diego van Osma op reizen naar Scandinavië in opdracht van de koning van Castilië. Dominicus vatte hierdoor het idee op om in Scandinavië te gaan missioneren.

In 1206 kreeg hij van de paus een missietaak in de Languedoc, waar hij samen met Cisterciënzers de Kathaarse ketters moest bestrijden. Deze monniken bereikten weinig door hun hooghartige optreden en luxueuze uitstraling. Dominicus begon in alle eenvoud te prediken. Zijn prediking had duidelijk succes. Eind 1206 stichtte hij te Prouille (hedendaags Fanjeaux) een vrouwenklooster, het eerste klooster van de latere dominicanessen.

In Toulouse begon hij met de oprichting van een orde voor de prediking. Van paus Honorius III verkreeg hij in 1216 goedkeuring voor zijn orde: de Dominicanen. In 1217 zond Dominicus zijn broeders uit naar Parijs, Spanje en Italië. De broeders moesten met name aan de universiteiten van Parijs en Bologna theologie gaan studeren. Er ontstond een internationale orde die in 1220 voor het eerst in Bologna een generaal-kapittel hield. De nadruk kwam sterk te liggen op studie en het in praktijk brengen van het Woord.

Dominicus predikte in die jaren vooral in Noord-Italië. Hij deed afstand van de leiding van zijn orde. Uitgeput door het vele reizen stierf hij op 6 augustus 1221 te Bologna. Hij werd begraven in de San Domenico te Bologna. In 1234 werd hij door Gregorius IX heiligverklaard. In 1268 werd het lichaam van Dominicus geplaatst in een door Nicola Pisano gebeeldhouwd grafmonument.

Dominicus inspireerde mensen door zijn opgewekte aard, praktische instelling en scherp oog voor de tekenen van de tijd. Hij richtte een dynamische orde op met als hoofdtaken prediking en zielzorg. Van Dominicus zijn behalve enkele brieven geen geschreven werken bewaard gebleven.

Dominicus wordt afgebeeld als dominicaan, met een boek en een lelie, een krans van haar om het kaalgeschoren hoofd, een ster voor de borst of boven het hoofd, een gevlekte hond met een fakkel in de bek waarmee hij de aardbol in brand steekt (Er is een legende die vertelt, dat Dominicus' moeder tijdens haar zwangerschap eens droomde, dat zij een hond ter wereld bracht met een brandende fakkel in zijn bek. De Latijnse naam voor zijn latere volgelingen 'Dominicanes' werd ook wel uitgelegd als 'Domini Canes' = 'Honden van de Heer'), toorts, met een monstrans, met zijn moeder Juana van Aza, of met Sint Franciscus. Bekend is ook de afbeelding dat hij - tezamen met de dominicanes Catharina van Siena uit handen van de Moeder Gods een rozenkrans ontvangt.

In 1946 schreef Gabriël Smit een rijmpje over Dominicus:

Opdat gij eens aan ons zoudt leren
Hoe met de rozenkrans wij allen
Maria ’t liefste konden eren,
Schonk zij eens u met welgevallen
Dit kralensnoer. Leer mij ook dit,
Dominicus, dat 'k beter bid.


zaterdag 14 juli 2012

14 juli: Heilige Bonaventura, bisschop, belijder en Kerkleraar

De heilige Bonaventura werd in 1217 als Johannes Fidanza geboren in Bagnoregio bij Orvieto, Italië. Op vierjarige leeftijd werd hij door Franciscus van Assisi op wonderbare wijze genezen van een ziekte. De heilige had uitgeroepen: "O buona ventura!" (= "Wat een gelukkige gebeurtenis!"). Sindsdien droeg hij die uitroep als bijnaam.

Op zijn twintigste trad hij in bij de franciscanen; hij deed zijn studies aan de universiteit van Parijs. Vanaf 1253 fungeerde hijzelf als docent theologie; een van zijn collega's was de beroemde dominicaner theoloog Thomas van Aquino († 1274). In 1257 werd hij niet alleen hoofddocent aan de faculteit, maar vrijwel tegelijkertijd werd hij benoemd tot 36e generale overste van zijn orde. In zijn tijd waren de ongeveer 30.000 franciscanen diepgaand verdeeld over de te volgen koers van de orde. Het ene deel wilde een strenge, contemplatieve levenswijze naar het voorbeeld van de benedictijnen; een ander deel zag het liefst dat men zo letterlijk mogelijk de regel van Vader Faranciscus volgde. Bonaventura vond een middenweg tussen een Godverbonden gemeenschappelijk gebedsleven en de apostolische ijver naar de mensen toe. Door zijn hervormingen van de franciscanenorde wordt hij ook wel de tweede stichter van de orde genoemd.

Een benoeming tot aartsbisschop van York wees hij af, maar paus Gregorius X († 1276) wees hem in 1273 aan als kardinaal-bisschop van Albano. Hij overleed tijdens het mede door hem voorbereide concilie van Lyon (1274), en werd begraven in de huidige Sint-Bonaventurekerk in die stad. Zijn lijfspreuk was 'Solo Deo honor et gloria' (alleen aan God komt eer en glorie toe).

Bonaventura werd in 1482 door paus Sixtus IV († 1484) heilig verklaard. Paus Sixtus V († 1590) riep hem uit tot 'serafijns (= engelachtige) kerkleraar' naar het voorbeeld van zijn collega in de scholastieke theologie, Thomas van Aquino, die sinds 1567 was uitgeroepen tot 'doctor angelicus' (engelachtige leraar).

Hij is patroon van de franciscanen, van theologen, zijdefabrikanten, arbeiders, in het bijzonder van sjouwers, en ook van kinderen.

Hij wordt afgebeeld in de grijze of bruine pij van de franciscanen, als bisschop (tabberd, staf en mijter) of kardinaal (met breedgerande rode kardinaalshoed), met kruis en/of boek.


zaterdag 7 juli 2012

7 juli: Heilige Cyrillus en Methodius, bisschoppen en belijders, patronen van Europa


Cyrillus en Methodius waren broers en kwamen uit de Noord-Griekse stad Thessalonica. Ze waren monnik en stonden in verbinding met de Oost-Europese culturen. Wie daar in hun dagen christen wilde worden, moest de Latijnse taal beheersen en de Latijnse cultuur op de koop toe nemen. Dat betekende in de praktijk dat het christelijk geloof voor de gewone man in het oosten ontoegankelijk bleef.

Cyrillus en Methodius gebruikten als eersten de Slavische taal in prediking en onderricht. Bovendien maakten ze een vertaling in het Slavisch van de liturgie, en dus ook van de bijbelteksten die in de liturgie werden voorgelezen. Om de klanken adequaat te kunnen weergeven moest zelfs een nieuw tekenschrift ontworpen worden. Wij kennen dat nu als het cyrillisch schrift, genoemd naar de uitvinder ervan: de heilige Cyrillus. Gewoonlijk wordt dit het 'Russisch schrift' genoemd.

Van paus Hadrianus II († 872) wisten ze zelfs gedaan te krijgen dat in het Oosten het Latijn in de eredienst helemaal werd vervangen door de Slavische taal. De paus wijdde hen ook tot bisschop. Nog tijdens datzelfde bezoek aan Rome overleed echter Cyrillus. Hij werd beschouwd als de denker, filosoof en theoloog van de twee broers. Cyrillus ligt begraven in de kerk van San-Clemente te Rome; hij had diens relieken vanuit Rusland naar Rome overgebracht.

Anders dan zijn broer was Methodius eerder praktisch ingesteld. Hij ging terug naar zijn Slavische volken - zoals de Bulgaren, Hongaren, Magyarenen Russen - om er het christelijk geloof verder te verbreiden en vaste voet te geven. Maar hoe langer hoe meer werd hij tegengewerkt door collega-bisschoppen uit de omgeving, omdat zij vonden dat hij teveel op hun terrein kwam. Het kwam zelfs zover dat hij werd verbannen naar het Zuid-Duitse stadje Ellwangen. Daar sleet hij zijn laatste dagen door verder te werken aan de vertaling van Bijbel en liturgie in het Slavisch.

Methodius ligt begraven in de Mariakerk te Welehrad (= het huidige Staré Mesto).

Cyrillus en Methodius zijn van onschatbare waarde geweest voor de verspreiding van het christendom in Oost-Europa. Tegelijk daarmee hebben ze de Slavische volken een eigen identiteit gegeven in de vorm van het cyrillisch schrift. Zij worden vereerd als de eerste apostelen onder de Slavische volken van Oost-Europa.

Paus Johannes-Paulus II († 2005) riep hen in 1980 uit tot medepatroons van Europa. Sinds 1863 golden zij reeds als patroons van alle Slavische landen en volken. Hun voorspraak wordt ingeroepen bij onweer.

Cyrillus wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf) met bekeerde ongelovigen bij zich; soms reikt een engel uit de hemel hem twee stenen tafelen om ze over te schrijven op perkament (verwijzing naar Mozes die de twee stenen Wetstafelen vanuit de hemel ontving).
Methodius heeft vaak een afbeelding bij zich van het Laatste Oordeel. Het schijnt dat hij die graag gebruikte bij zijn prediking. Hij bekeerde daarmee een Slavische koning met heel zijn hofhouding tot het christelijk geloof.


zaterdag 16 juni 2012

16 juni: Heilige Lutgardis, patrones van Vlaanderen


Lutgart werd in 1182 in Tongeren geboren. Haar vader was een rijke koopman en had voor zijn dochter een gunstig huwelijk in gedachten. Haar moeder daarentegen bracht haar de liefde voor het geestelijk leven bij en wees haar erop, dat zij eventueel ook in het klooster kon gaan. Voorlopig won moeder. In 1194 trad zij in bij de benedictinessen van het Sint-Catharinaklooster te Sint Truiden.

Maar er kwamen huwelijkskandidaten tot in het klooster. En Lutgart bleek er niet ongevoelig voor. Toen zij eens met een knappe jongeman in gesprek was, verscheen haar Christus naast hem, zoals Hij er aan het eind van zijn lijdensweg aan toe was: het bloed stroomde uit Zijn wonden. Op dat moment van keuze werd het haar duidelijk, dat haar liefde voor haar Heer groter was dan voor welke aardse bruidegom ook. En zij koos er voor van toen af Christus te beminnen en te omhelzen, als een bruid.

Zij leidde een intensief mystiek leven, waarin zij een bijzondere omgang had met Christus. Haar huisgenoten dachten aanvankelijk, dat de gestrenge levenswijze die zij zich nu oplegde, het vasten en al de onthoudingen en boetedoeningen, het vuur waren van een beginnende novice: het zou strakjes wel weer overgaan. Maar haar verlangen naar nog intiemere gebedsomgang met haar Heer werd almaar groter. Uit deze tijd stamt het verhaal, dat zij eens ondanks heftige migraine-aanvallen aan het nachtelijk koorgebed deelnam. Bij terugkomst op haar kamer, toen zij nog even voor het kruisbeeld verwijlde, maakte Christus Zijn arm los van het kruis en sloeg die om haar heen. Dit moment is in veel afbeeldingen van haar terug te vinden.

In 1205 werd zij priorin van het klooster. Maar zij verlangde naar een klooster met een strengere levenswijze. Zij verhuisde een jaar later naar Aywières, dat juist de hernieuwde en verstrengde regel van Cîteaux had aangenomen.

Een recente Vlaamse levensbeschrijving vermeldt uitdrukkelijk, dat zij op voorspraak van Maria de gave ontving om nooit Frans te leren, zodat zij gespaard bleef voor de zware verantwoordelijkheid van abdis.

Zij kende zelfs te weinig Frans om in de Franstalige omgeving waar het klooster stond, brood te bedelen. Toch werd ze om raad gevraagd door vele kerkelijke en maatschappelijke functionarissen en hoogwaardigheidsbekleders. Een kroniek uit de zeventiende eeuw - dus van ver vóór de taalstrijd - weet te vermelden: 'Als sy in de duytsche tale eenighe persoonen aen-sprack/ die de duytsche tale niet en konden / wiert sy van hen miraculeuselijck verstaen.'

Haar hele leven werd getekend door een streng vasten en onthouding. Zij legde zichzelf boetes op vanwege eigen onvolmaaktheid, maar ook voor de bekering van zondaars van die tijd. Herhaaldelijk kwam het voor, dat de zieken die zij verpleegde, genezen werden door haar aanraking. De laatste elf jaren van haar leven was zij blind. Dat bracht haar nog meer in de gelegenheid om in de gebedsstilte te leven waarin zij haar Heer op intieme wijze ontmoette.

Zij stierf op 16 juni 1246, 64 jaar oud. De oude kronieken weten nog te vertellen, dat er vele zieken waren die door aanraking met haar dode lichaam, genezen werden.

Zij wordt afgebeeld voor het kruisbeeld, waarbij Jezus een arm naar haar uitstrekt; met doornenkroon en spijkers in haar handen (haar devotie voor Jezus' lijden).

Zij is patrones van Vlaanderen en van de stad Tongeren, van de Vlaamse Beweging (op grond van haar gebed geen Frans te hoeven leren), en van Taal en Letteren, alsmede van blinden.

Verder wordt zij vereerd als patrones van (levens)roeping omwille van haar eigen bewuste levenskeuze. Zij wordt vereerd als patrones van de jonge moeders en hun gezin omdat, kort na haar dood, haar gordel opgelegd werd aan een vrouw die een moeilijke bevalling meemaakte. En alles verliep goed.
Op deze wijze werd Sint Lutgart eeuwenlang vereerd rondom haar klooster ten zuiden van Brussel.
In de kerk van de abdij Mariënhof te Coolen (Kerniel bij Borgloon) staat een koorstoel die de stoel van Sint Lutgart zou geweest zijn toen ze priores was te Sint Truiden. Het was de gewoonte dat moeders in verwachting in deze stoel plaatsnamen om de bescherming van Lutgart af te smeken over moeder en kind.

Men vertelt ook dat, enkele decennia geleden nog, moeders in verwachting welkom waren bij de Clarissen in Tongeren. De zusters hingen hen dan 'de mantel van Sint-Lutgart' om en baden voor hen. Als uitvloeisel van deze verering wordt er ook tot Sint Lutgart gebeden voor de bescherming van het ongeboren leven. Jaarlijks, rond de tijd van haar feest op 16 juni, wordt er daartoe een dag van aanbidding gehouden.

In deze moeilijke tijd voor gezinnen, vooral de jonge gezinnen, is het ook normaal dat ook zij zich wenden tot Sint Lutgart.


dinsdag 5 juni 2012

Sacramentsprocessie in Luik

Zaterdag 9 juni a.s. om 16.00 uur zal er een Tridentijnse Hoogmis worden opgedragen in de kerk van het heilig Sacrament aan de Boulevard d'Avroy 132 in Luik. Medewerking wordt verleend door kanunnik Eric de Beukelaer en de Schola Cantorum van het Ward-instituut uit Roermond.

Aansluitend op de heilige Mis zal een Sacramentsprocessie uittrekken door de stad Luik.

Luik staat bekend als de 'bakermat' van het feest van het Allerheiligste Sacrament. De heilige Juliana van Cornillon spande zich in de dertiende eeuw in voor de verering van het Altaarsacrament, nadat zij daartoe door visioenen was aangezet. In 1246 werd het feest van het Allerheiligste Sacrament door haar toedoen ingevoerd in het bisdom Luik. in 1264 werd het feest ingevoerd voor de gehele Kerk.

Meer informatie: fetedieualiege.wordpress.com.


woensdag 9 mei 2012

9 mei: Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen


Onze kapel bezit een Mariabeeldje dat model heeft gestaan voor het grotere marmeren Mariabeeld bij de Jezuïeten te Gent. Laatstgenoemd beeld werd 150 jaar geleden, op 9 mei 1860, gekroond en kreeg de naam Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen.

De verering van het beeld kende veel succes. Jaarlijks, bij het begin van de meimaand, was er noveen voor Maria, predicaties en liturgische vieringen. In 1892 kregen de Jezuïeten van Gent de toestemming om op 9 mei ‘Onze‐Lieve‐Vrouw van Vlaanderen’ met een eigen feestdag te vieren. Een gregoriaanse mis werd gecomponeerd door dom Pothier, de grote man achter de gregoriaanse muziek van Solesmes.

In 1910 werd de vijftigjarige kroning van het beeld met veel luister gevierd. Aan componisten en tekstschrijvers werd gevraagd om een nieuw Marialied te schrijven.

Vijf liederen werden zo gecomponeerd. 'Liefde gaf u duizend namen', op tekst van E.H. Cuppens en met muziek van Lodewijk De Vocht werd ontegensprekelijk het meest bekende ervan.

'Liefde gaf u duizend namen', het alom bekende lied heeft ervoor gezorgd dat de titel ‘Onze‐Lieve‐Vrouw van Vlaanderen’ bekend is gebleven.

Liefde gaf U duizend namen,
groot en edel, schoon en zoet,
maar geen één die ’t hart der Vlamen
even hoog verblijden doet
als de naam o Moedermaagd
die Gij in ons landje draagt,
schoner klinkt hij dan al d’anderen:
onze Lieve Vrouw van Vlaanderen. (bis)

Waar men gaat langs Vlaamse wegen,
oude hoeve, huis of tronk
komt men U Maria tegen,
staat Uw beeltenis te pronk;
lacht ons toe uit lindengroen
bloemenkrans of blij festoen,
moge ’t nimmer hier veranderen
o Gij Lieve Vrouw van Vlaanderen. (bis)

Blijf in ’t Vlaamse harte tronen
als de hoogste Koningin,
als de beste Moeder wonen
in elk Vlaamse huisgezin.
Sta ons bij in alle nood,
nu en in het uur der dood,
ons, Uw kinderen en ook d’anderen
Liefste Lieve Vrouw van Vlaanderen! (bis)

tekst : August Cuppens
muziek : Lodewijk de Vocht


dinsdag 8 mei 2012

8 mei: Verschijning van de heilige aartsengel Michaël


In het jaar 390 is de heilige Aartsengel Michaël enkele keren verschenen op de berg Garganus (Monte Gargano). Dat is een berg in Apulië, vlakbij de stad Sypontus. Er woonde een man, die Garganus heette. De berg was dan ook naar hem genoemd. Hij had een onafzienbare kudde runderen en schapen. Toen deze eens op de flanken van de berg liepen te grazen, dwaalde een stier af van de rest en klom langzaam naar de top van de berg. Bij thuiskomst van het vee miste men hem. De herder nam een hele groep knechten mee en zocht de stier op de onmogelijkste paadjes. Tenslotte vond hij hem helemaal boven op de top van de berg voor de ingang van een grot. Omdat de man geïrriteerd was over het feit dat die stier zo helemaal zijn eigen gang was gegaan en omdat hij niet bij het dier kon komen vanwege het ondoordringbare struikgewas, schoot hij een vergiftigde pijl op hem af. Maar de pijl kwam naar de schutter terugvliegen, alsof hij door de wind in tegengestelde richting was gestuurd. De burgers waren er zo van geschrokken dat ze de bisschop gingen vragen of hij iets van dat wonder begreep. Die kondigde een driedaagse vasten af en zei dat iedereen in gebed aan God om opheldering moest vragen, wat dit alles te betekenen had.

Toen verscheen Sint Michaël aan die bisschop in de vroege morgen van 8 mei met de woorden: "U moet weten dat die man door mijn toedoen het slachtoffer is geworden van zijn eigen pijl; want ik ben de aartsengel Michaël, en ik heb besloten om deze plek als mijn verblijfplaats op aarde uit te kiezen om van daaruit des te beter mijn beschermende taak te kunnen uitoefenen. Ik heb dus met deze tekenen willen duidelijk maken dat ikzelf behoeder en wachter wil zijn van deze plek." Daarop trok de bisschop tezamen met de inwoners van de stad in processie naar die plek om met veel devotie voor de ingang van de grot te gaan bidden. Maar niemand durfde er naar binnen te gaan.

Men bracht paus Felix op de hoogte van de bijzondere gebeurtenissen. Hij liet ze overal bekend maken. Keizer Zeno van Byzantium was zo onder de indruk dat hij zelfs wijgeschenken liet aanvoeren ter ere van de grote engel.

In de tijd erna vielen de Germanen herhaaldelijk Italië binnen om de macht over te nemen. Daarbij liep ook Siponto meer dan eens gevaar. Toen de situatie al maar nijpender werd, bedacht de bisschop plotseling hoe de aanvoerder van de hemelse legerscharen ruim twee jaar geleden zijn hulp en bijstand had toegezegd. Dus wendde hij zich in zijn gebed tot hem om bescherming af te smeken. En zie, in de vroege morgen van de 19e september verscheen de aartsengel daar voor de tweede keer: nu aan de bisschop. Hij zegde hem zijn steun toe. De gevechten waren nog niet begonnen, of de hemel boven de Monte Gargano begon inktzwart te kleuren. Zowel de plek waar de engel verbleef, als de stad Siponto werden door dichte wolken omgeven. Onophoudelijk deden de donderslagen de aarde beven; bliksemschichten schoten telkens weer uit de pikzwarte wolkenmassa tevoorschijn. Door dit geweld aan de hemel werd de vijand zo afgeschrikt dat ze in paniek op de vlucht sloegen, waarbij de inwoners van Siponto in de zekerheid dat ze onder Michaëls bescherming stonden, hen met vaandels waarop hun heilige engel stond afgebeeld, wel tot Napels achterna joegen.

Na deze overwinning trok de bisschop met alle gelovigen weer naar de berg om de engel te bedanken. Toen hij na lang aarzelen het er toch op waagde om de grot te betreden, vond hij daar een bewijs dat de engel daar verbleef: een voetafdruk.

Na zoveel zegeningen wilden de inwoners van Siponto een gedenkteken oprichten ter ere van hun geliefde aartsengel. De bisschop vroeg toestemming aan de paus om de grot tot kerkruimte te wijden. De paus antwoordde dat het niet aan de Siponters toekwam de dag van inwijding vast te stellen; ze moesten maar bidden en vasten, en wachten op het moment dat de engel met tekenen duidelijk zou maken wat zijn verlangen was. Inderdaad verscheen de aartsengel Michaël in de nacht voorafgaand aan de 29e september aan de bisschop: "U bent het niet die mijn grot tot heiligdom zult wijden. Immers degene die dit alles heeft geopenbaard, heeft haar al ingewijd. Ikzelf, de 'Heer van de Grot' roep jullie bijeen in mijn heiligdom om daar onbevreesd de heilige eredienst te kunnen vieren. Want ik heb deze grot tot basilica gewijd met de bedoeling dat in dit Godshuis de zonden van de mensen mogen worden vergeven en alle schuld afgewassen."

De volgende morgen togen de bisschop en de bevolking naar de berg ter bedevaart. Terwijl zij nog aarzelend de berg betraden, troffen ze het teken van de wijding aan: de grillig gevormde rots met de voetafdruk van de engel erin was door Michaël tot altaar gemaakt. Over de rots was een rode doek gespreid, zoals in de Griekse Kerk gebruikelijk is bij een altaarwijding.

De kerk zou bekend worden onder de naam 'Sancti Angeli usque ad coelos'.

De laatste verschijning van de Aartsengel Michaël vond plaats in 1656. In heel Zuid-Italië heerste een agressieve pestepidemie. De mensen stonden machteloos. Daarom riep de toenmalige bisschop van Siponto een driedaagse vasten af. Vervolgens trok hij aan het hoofd van zijn al zijn geestelijken en het gehele gelovige volk op naar de grot, terwijl ieder een strop om de hals had gehangen. Er werden psalmen gezongen en litanieën gebeden. Pas na drie dagen van boetedoening en nederig gebed, gaf de engel een teken van zijn aanwezigheid. Het was op een vrijdag, de 22e september, precies een week zijn feestdag. Om vijf uur in de morgen - aldus een brief uit 1658 van de bisschop aan paus Alexander VII - werd hij wakker van een ontzettend geraas; het leek wel of er een aardbeving aan de gang was. In het oosten zag hij een machtig licht; het leek op een zondoorschenen kristal. Hij hoorde een stem die zei: "U, herder van deze kudde, u moet weten dat ik het bij de heilige Drie-eenheid gedaan gekregen heb dat ieder die een steen afbrokkelt van de wanden van mijn grot en die devoot en wel bij zich houdt, voor de pest gevrijwaard zal blijven. Ja, alle huizen, dorpen en steden waar zo'n steen wordt bewaard, zullen aan de pest ontkomen. Maak deze genadegave maar aan iedereen bekend. En op het moment dat u die stenen op mijn voorspraak zegent, moet u ze tekenen met een kruis en mijn naam erin krassen. Zo zal Gods toorn worden afgewend."

Zielsgelukkig en dankbaar viel de bisschop op zijn knieën. Hij riep zijn dienaren bij zich en vertelde hun over de belofte van de engel. De volgende dag, op 23 september dus, maakte hij aan het volk bekend dat ze niets meer van de pest te vrezen hadden. Hij beval nu de stenen uit de wanden van de grot te breken, liet er een monogram in krassen (S † M) en sprak er een zegen over uit waarvoor hij zelf de tekst had opgesteld. Nadat hij de stenen onder het volk had laten verdelen, verdween de pest binnen een paar dagen uit het hele land.

Uit deze legendenserie kan men opmaken welke zorgen en kwaliteiten aan Sint Michaël worden toegedicht. Het zijn er vijf: hij is herder en beschermt de kudde; hij is aanvoerder in de strijd en beheerst de kosmische krachten; hij is priester en draagt zorg voor de eredienst; hij is de heer van de grot, dat wil zeggen begeleider der doden en vorst over het dodenrijk; hij is arts en geneesheer van alle aandoeningen naar ziel en lichaam, en kent de verborgen geneeskracht van de aarde en water.

Michaël van de Monte Gargano wordt op 8 mei gevierd. Volgens dit verhaal, omdat de eerste verschijning van de aartsengel er plaatsvond op die dag in het jaar 390. Er zijn andere versies die weten te vertellen dat de kerk die er ter ere van Michaël werd gebouwd, op 8 mei 493 zou zijn ingewijd.

Sindsdien wordt die berg ook wel genoemd de Monte Sant'Angelo.


zaterdag 5 mei 2012

5 mei: Heilige Pius V, paus en belijder

Pius V werd op 17 januari 1504 te Bosco nabij Allessandria geboren als Michele Ghislieri. Al op 14-jarige leeftijd trad hij in bij de Dominicanen. Hij werd in 1528 tot priester gewijd. In 1556 benoemde paus Paulus IV hem tot bisschop van de Italiaanse diocesen Nepi en Sutri, nadat hij Ghislieri eerder al (in 1551) had benoemd in de leiding van de Romeinse inquisitie. Dezelfde paus verhief hem in 1557 tot kardinaal.

Na zijn verkiezing tot paus in 1566 heeft Pius V zich volledig ingezet voor de realisering van de bepalingen van het Concilie van Trente (1545-1563). Hij verpersoonlijkt de katholieke contra-reformatie. Meteen in 1566 liet hij de Catechismus Romanus verschijnen. In 1568 verscheen het herziene Romeins brevier en in 1570 een herzien missaal, dat vanaf 1570 tot 1969, het jaar van de invoering van een vernieuwde liturgie (Novus Ordo Missae) door Paus Paulus VI, de enige ordo was die wereldwijd door katholieke priesters op alle continenten gebruikt werd. Het gebruik van deze Liturgie van Pius V, de zogenaamde 'Tridentijnse heilige Mis', werd echter nooit afgeschaft en staat in de Rooms-katholieke Kerk nu bekend als de buitengewone vorm van de Romeinse ritus (cf. Motu Proprio 'Summorum Pontificum' uit 2007 van paus Benedictus XVI).

In 1567 verhief hij de heilige Thomas van Aquino tot kerkleraar.

In 1569 benoemde Pius V een commissie ter herziening van de tekst van de Vulgata, de officiële Latijnse Bijbelvertaling.

Pius V sprak in 1570 de excommunicatie uit over koningin Elizabeth I van Engeland.

In 1570 bedreigden de oprukkende Turken het Italiaanse schiereiland. Met de grootst mogelijke moeite wist de paus de christenstaten te bewegen de krachten te bundelen en een gezamenlijk leger op de been te brengen. Zo voer op 7 oktober 1571 een Spaans-Italiaanse vloot, onder leiding van Don Juan van Oostenrijk († 1578) de Turken tegemoet voor een beslissend treffen. Deze zeeslag is de geschiedenis ingegaan als de Slag bij Lepanto (dit is het huidige Navpaktos, ten noorden van de Griekse stad Patras aan de Golf van Korinte).
Intussen had de paus de christenen opgeroepen tot een onophoudelijk bidden van de Rozenkrans om zo Maria's voorspraak af te smeken. Als de christenen zouden winnen - zo beloofde hij - zou hij een officieel feest van de Rozenkrans instellen. En zo geschiedde. Sindsdien staat het feest van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans op 7 oktober op de Romeinse Kalender.

Pius V voerde de gewoonte in dat pausen een witte soutane dragen, oorspronkelijk het witte dominicaanse habijt, echter zonder de bijbehorende zwarte mantel die door de dominicanen wordt gedragen.

Pius V overleed op 1 mei 1572 in Rome. In 1672 werd hij zaligverklaard door paus Clemens X en in 1712 volgde zijn heiligverklaring door paus Clemens XI.