zaterdag 24 december 2011

Website Caelenberg ontvangt 60.000 bezoekers

In de afgelopen week heeft deze website de grens van 60.000 bezoekers gepasseerd. De site wordt niet alleen in Vlaanderen bekeken, maar tot ver over de landsgrenzen heen. Gelukkig wordt het in de kapel zelf stilaan ook wat drukker. Steeds meer mensen weten de weg naar de kapel en naar de Tridentijnse Mis te vinden.

Een ieder is van harte uitgenodigd om tijdens Kerstmis de goddelijke diensten in onze kapel mee te vieren.


dinsdag 20 december 2011

Bij het overlijden van mgr dr Luc De Maere


In Antwerpen is afgelopen zondag mgr dr Luc De Maere (55) overleden. Mgr De Maere, afkomstig uit Temse, was sinds 1996 pastoor van de Antwerpse Sint-Jacobskerk en werkte voor verscheidene kerkelijke rechtbanken. In 2006 werd hem de eretitel ‘Kapelaan van de paus’ verleend.
De uitvaartplechtigheid heeft zaterdag 24 december 2011 om 11 uur plaats in de kerk van Sint-Jacob de Meerdere aan de Lange Nieuwstraat in Antwerpen.

Mgr De Maere was een student van prof. dr Karel Van Isacker S.J. Bij diens 65-jarig priesterjubileum schreef mgr De Maere hem onder meer het volgende:

"Als oud-student van U heb ik steeds bewonderd dat U, eens met emiritaat, de spirituele U-bocht genomen hebt die U meende de juiste te zijn. U hebt aldus in al die jaren veel goeds gedaan door in het Vlaamse maanlandschap één van de weinige oasen te bieden aan het Godsvolk. Dominus retribuat!

Ik kan niet bij Uw jubileum aanwezig zijn, maar zal zeker bijzonder aan U denken in de parochiemis die ik zal celebreren in de Antwerpse Sint-Jacob, in de schaduw van de universiteit waar U zo lange jaren geleefd en gewerkt hebt."


Gebed
God, Die onder de apostolische priesters Uw dienaar Lucas met priesterlijke waardigheid hebt bekleed, geef, vragen wij, dat hij nu voor eeuwig in hun gezelschap mag worden opgenomen. Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon, Die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Requiescat in pace


vrijdag 16 december 2011

16 december: Heilige Eusebius, bisschop en martelaar

Eusebius is de eerste gekende bisschop van het Noord-Italiaanse Vercelli. Geboren op Sardinië, verhuisde hij op jonge leeftijd naar Rome. Later werd hij daar tot lector gewijd en hoorde zo bij de clerus van de stad in een tijd waarin de Kerk zwaar beproefd werd door de ariaanse ketterij. De groeiende waardering voor Eusebius verklaart zijn verkiezing tot bisschop van Vercelli in 345.

Eusebius verdedigt krachtig de volle goddelijkheid van Jezus Christus. Hij was met de grote vaders van de vierde eeuw verbonden tegen de ariaans-vriendelijke politiek van de keizer. Voor deze was het simpele ariaanse geloof politiek nuttig. Voor de keizer telde niet de waarheid, maar politieke opportuniteit: religie als bindmiddel voor staatseenheid. De grote vaders boden weerstand en verdedigden de waarheid tegen de dominantie van de keizerlijke politiek. Daarom werden Eusebius en andere bisschoppen veroordeeld tot ballingschap. In 361 stierf keizer Constantius II. Zijn opvolger, Julianus de Afvallige, was niet geïnteresseerd in het christendom als rijksreligie, maar wilde restauratie van het heidendom. Julianus beëindigde de ballingschap der bisschoppen en stond hen toe – ook aan Eusebius – om hun zetels weer in te nemen.

De relatie tussen de bisschop van Vercelli en zijn stad wordt duidelijk door twee getuigenissen. De eerste staat in een brief van Eusebius, in ballingschap geschreven aan de geliefde broeders en presbyters, alsook aan de heilige en vast in het geloof staande volken van Vercelli. Deze roerende beginwoorden van de goede herder tegenover zijn kudde worden nog eens bevestigd in het slot van de brief in de hartelijke groeten van de vader van allen en van elk van zijn kinderen in Vercelli. Een ander interessant element staat ook in de slotgroet van de brief, waar Eusebius vraagt om ook hen te groeten, die buiten de Kerk staan en uitzien naar onze gevoelens van liefde. De relatie van de bisschop met zijn bisschopsstad beperkt zich niet alleen beperkt tot de christelijke bevolking, maar strekt zich uit tot eenieder die op een bepaalde wijze zijn geestelijke autoriteit erkent.

De tweede getuigenis is uit een brief van Ambrosius van Milaan aan de bevolking van Vercelli, meer dan twintig jaar na Eusebius’ dood. De Kerk van Vercelli maakte toen moeilijke tijden door, was verdeeld en zonder herder. Het valt Ambrosius zwaar in de bewoners van Vercelli de afstamming te herkennen van de heilige vaders, die Eusebius direct accepteerden zonder hem ooit eerder gekend te hebben. De bewondering van Ambrosius voor Eusebius baseert zich vooral op het feit dat de bisschop van Vercelli zijn diocees bestuurde met getuigenis van zijn eigen leven. In feite was Ambrosius gefascineerd door het monastieke ideaal van de contemplatie van God, dat Eusebius volgde. Als eerste bisschop, aldus Ambrosius, bracht Eusebius zijn clerus bijeen in vita communis en gehoorzaamheid aan de monastieke regel, ondanks dat men midden in de stad leefde.

Zoals Eusebius zich bekommerde om ‘het heilige volk’ van Vercelli, zo leefde hij ook midden in de stad als monnik en stelde de stad open naar God. Dit heeft een bijzondere dimensie. Net als de apostelen, voor wie Jezus tijdens het Laatste Avondmaal bad, zijn ook de herders en de gelovigen van de Kerk in de wereld (Joh. 17, 11 ev), maar niet van de wereld. Daarom, aldus Eusebius, moeten de herders de gelovigen aansporen de stad in de wereld niet te zien als stabiele woonplaats, maar dienen zij naar de toekomstige stad, het definitieve hemelse Jeruzalem, op zoek te gaan. Dit eschatologische voorbehoud maakt het herders en gelovigen mogelijk de gerechte waarden te bewaren, zonder zich te buigen voor de mode van het moment en de ongerechte aanspraken van de heersende politieke macht. De authentieke waarden komen niet van de keizers van gisteren of vandaag, maar van Jezus Christus, de perfecte Mens, aan de Vader gelijk in de goddelijkheid en toch mens zoals wij. Verwijzend naar dit waardenscala wordt Eusebius niet moe zijn gelovigen aan te sporen met zorg het geloof te bewaren, de eendracht te behouden en te volharden in het gebed.


woensdag 14 december 2011

Missus est Angelus

Komt, komt, keerselicht ontsteken,
eer de nacht aan 't wijken gaat,
hoort gij 't haantje lustig preken?
Komt, staat op, de klokke slaat!

't Is Gods Engel die 't verkondigt,
dat Messias u verwacht,
die gedoold hebt, die gezondigd,
dag en nacht!


Missus est..., de gulden Messe en
valt maar eens in gansch het jaar;
komt, ontwijkt de duisternessen
van den nacht, en gaan we ernaar!

't Is Gods Engel...

‘Weest gegroet, o vol genaden!’
voortgebaand, op Gods gelee,
diepe en vastgedamde paden,
door de versch gevallen snee!

't Is Gods Engel...

Heel de kerke, bin en buiten,
spreidt, - o helder nachtgezicht! -
dóór de bontgebrande ruiten,
't duizendverwig keerselicht!

't Is Gods Engel...

Ja, het Woord is vleesch geworden,
gulden Messe, en uw gestraal
geeft den eeuwenlang verdorden
menschenboom weêr zegepraal!

't Is Gods Engel...


Z.E.H. Guido Gezelle (1830-1899)