maandag 15 augustus 2011

Preek voor het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming


Epistel
Judit 13, 22-25; 15, 10
De Heer heeft u gezegend met Zijn kracht; want door u heeft Hij onze vijanden vernietigd. Gezegend zijt gij, dochter, door de Heer, de allerhoogste God, meer dan de andere vrouwen op aarde. Gezegend zij de Heer, de Schepper van hemel en aarde, Die u heeft gezonden, om de vorst van onze vijanden de kop te verwonden; heden heeft Hij uw naam zo hoog verheven, dat uw lof nooit zal wijken uit de mond van de mensen, die de macht van de Heer voor immer blijven gedenken. Om hunnentwil hebt gij uw leven niet gespaard, vanwege de nood en de ellende van uw volk. Maar gij hebt redding gebracht in hun ongeluk voor het aangezicht van onze God. Gij zijt de glorie van Jeruzalem - de vreugde van Israël - het pronkjuweel van ons volk.

Evangelie
Lc. 1, 41-50
In die tijd werd Elisabet vervuld van de Heilige Geest en zij riep met luide stem en zei: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waarom valt mij dit te beurt, dat de Moeder van de Heer tot mij komt? Want werkelijk, zodra uw begroeting mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. En zalig zijt gij, dat gij geloofd hebt, want hetgeen u door de Heer is aangekondigd, zal in vervulling gaan. Toen sprak Maria: Mijn ziel verheft de Heer en mijn geest is verblijd in God, mijn heil. Want Hij heeft genadig neergezien op Zijn geringe dienstmaagd; zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want groots is het wat de Almachtige met mij deed, Hij Wiens Naam heilig is, Wiens barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht, voor degenen die Hem vrezen.

Preek
Vandaag viert de Kerk een heel groot feest, namelijk de tenhemelopneming van Maria. De Kerk gelooft en leert dat het lichaam van Maria na haar dood het bederf niet heeft gezien, maar dat zij na haar ontslapen direct in de hemel is opgenomen. Maria werd met ziel en lichaam in de hemel opgenomen.

En dat is het bijzondere van Maria’s verheerlijking: dat haar lichaam, evenals dat van Jezus, aanstonds deelde in de glorie van de ziel. Er zijn andere heiligen van wie wij mogen aannemen dat zij onmiddellijk na hun sterven tot de aanschouwing Gods werden toegelaten, maar zij allen hebben het bederf van het graf gekend. Het zuivere lichaam van de Maagd, uit wie Christus is geboren, was niet aangetast door de gevolgen van de erfzonde. Wel was het sterfelijk, maar door Gods wonder niet bederfelijk.

Vandaag, bij haar opneming ten hemel, wordt haar heilig lichaam, die tempel van de Heilige Geest, de schoot die het Woord ontving, verheerlijkt, met goddelijk licht omstraald, en ten hemel gevoerd. Assumpta est Maria in coelum: gaudent angeli! – Maria is met ziel en lichaam door God in de hemel opgenomen: en de Engelen juichen! Zo zingt de Kerk in een van de antifonen op dit feest.

Beminde gelovigen, onze verlossing is niet volkomen voordat het lichaam deelt in de glorie. Zolang wij op aarde zijn, is ons lichaam aan het lijden onderworpen, aan vergankelijkheid en tijdelijke dood met het bederf van het graf. Het feest van de tenhemelopneming van onze Lieve Vrouw moet in onze harten een blijde hoop storten. Wij zijn nog pelgrims, maar onze Moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. En wat staat ons op het einde van onze pelgrimstocht te wachten? De hemelse vreugde van de aanschouwing Gods.

Voor Maria betekende de aanschouwing Gods de aanschouwing van haar Zoon, haar Jezus, zoals Hij werkelijk was en is. Wat een ongekende vreugde voor het moederhart! Zij kende Hem eerst in de intimiteit van haar moederschap, daarna in de smarten van Zijn verlossing, toen in de omhelzing van de Verrezene, en nu in Zijn hemelse glorie. Maria wordt voor ons in haar glorievolle verheerlijking een teken van God. Telkens opnieuw richt zij onze gedachten op de uiteindelijke bestemming van ons leven hier op aarde: eeuwig met God te zijn, tot Zijn glorie en ons geluk.

Dierbare gelovigen! Maria is als eerste geheel opgenomen in de orde van de verheerlijking, volmaakt gelukkig naar heel haar wezen. Deze dag moet voor ons, die nog in de wereld verblijven, een dag van reine vreugde zijn, met haar en om haar. Het feest van de Moeder is het feest van de kinderen. Laten wij vandaag de ellende van deze tijd opzij zetten en verwijlen in het hemelse dat voor ons het enig noodzakelijke is. Ons heil is in de hemel vanwaar wij onze Verlosser verwachten, Die ons vergankelijk lichaam zal omvormen en gelijkmaken aan Zijn verheerlijkt lichaam. Ons heil is in de hemel waar onze Moeder ons is voorgegaan. Amen.


zondag 14 augustus 2011

Preek voor de negende zondag na Pinksteren


Jezus weent over Jeruzalem.

Epistel
1 Kor. 10, 6-13
Broeders, laten wij geen begeerten koesteren naar het kwade, zoals zij (de Israëlieten) dat hebben gedaan. Wordt dus geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen; er staat immers geschreven: “Het volk zette zich neer om te eten en te drinken, en zij stonden op om te spelen.” Laten wij ook geen onkuisheid bedrijven, zoals sommigen van hen zich overgaven aan ontucht; en op één dag vielen er drieëntwintigduizend. En laten wij Christus niet tergen, zoals sommigen van hen dat hebben gedaan; en zij kwamen om door de slangen. En wilt ook niet morren, zoals sommigen van hen dat deden; en zij kwamen om door de verderfengel. Dit alles nu is hun overkomen bij wijze van voorbeeld, en het werd opgeschreven als een waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven. Daarom – wie meent, dat hij staat, laat hij toezien, dat hij niet valt. Geen beproeving moge u aangrijpen, die niet menselijk is; doch – God is getrouw, en Hij zal niet toelaten, dat gij beproefd wordt boven uw krachten; maar met de beproeving zal Hij ook uitkomst geven, om ze te kunnen doorstaan.

Evangelie
Lc. 19, 41-47
In die tijd, toen Jezus in de nabijheid van Jeruzalem kwam en de stad daar voor Zich zag liggen, weende Hij over haar en sprak: Ach, mocht ook gij, tenminste op deze uwe dag, nog inzien, wat u tot vrede strekt! Maar thans is dat voor uw ogen verborgen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden u met een stormwal zullen omringen, u zullen omsingelen en van alle kanten in het nauw brengen; en zij zullen u en uw kinderen binnen uw muren ter aarde neerslaan; en zij zullen bij u geen steen op de ander laten, omdat gij uw tijd van genade niet hebt erkend. En Hij ging de tempel binnen en begon de kopers en verkopers, die daar waren, uit te drijven met de woorden: Er staat geschreven: “Mijn huis is een huis van gebed”; maar gij hebt er een rovershol van gemaakt! En iedere dag gaf Hij onderricht in de tempel.

Preek
In het Evangelie van deze zondag lezen wij: “Mijn huis is een huis van gebed”. In het huis van God wordt vooral de heilige Mis opgedragen. De Mis is de aanbieding van het geslachtofferde Lam aan God. De Kerk, de verzameling van het uitverkoren godsvolk te midden van een boos en overspelig geslacht, biedt dit zuivere, heilige en onbevlekte offer aan door de bediening van haar priesters. Het is de gave, die de Vader Zelf ons heeft geschonken, want Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden om haar te redden, en Hij heeft Hem niet gespaard om ons verzoening te schenken.

Het offer dat de Vader Zelf aan ons geeft, is tegelijkertijd ook onze offerande, want de Kerk biedt het aan door de handen van de priester, en ook omdat het Lichaam en het Bloed van de Verlosser, Jezus Christus, sacramenteel tegenwoordig worden gesteld onder de geschapen vruchten van brood en wijn.

Beminde gelovigen, in de Mis beschikken wij over de volledige verlossende kracht van het Kruisoffer, want het verheerlijkte Lam op onze altaren is daar als het offer. Het heeft de tekenen van de wonden bewaard, gedragen voor de troon van de Vader. Altijd toont Hij God de stigmata die ons heil hebben bewerkstelligd. De heilige Mis is tevens het hemelse Offer, want Christus, de hogepriester, Die door Zijn offer de priesterlijke bemiddelaar is van de toekomstige hemelse goederen, is in het heiligdom der hemelen binnengegaan. Door Zijn Eigen Bloed heeft Hij voor eens en voor altijd de eeuwigdurende verlossing verworven, die niet herhaald hoeft te worden. Dat vieren wij wanneer de Mis wordt opgedragen. Daarvoor zijn de kerken – en dus ook deze kapel – gebouwd, om God te verheerlijken en ons heil te bewerkstelligen.

De heilige Kerk stelt in de Mis door haar priesters het Kruisoffer tegenwoordig: datgene wat indertijd op het Kruis aan de Vader werd geofferd tot uitboeting van de zonden van de wereld, namelijk het gezegende Lichaam en Bloed van Jezus, en tevens de mateloze offerliefde, waarmee onze Hogepriester en Middelaar deze gaven aan de Vader aanbood en blijft aanbieden, namelijk het inwendig offer van Zijn Hart, dat aan de zichtbare offergave alle waarde verleende en nog steeds verleent. Want Jezus, ons Offerlam, is Dezelfde, gisteren, vandaag en in alle eeuwigheid. Als God kan Hij geen veranderingen ondergaan. Ook Zijn verheerlijkte mensheid is niet langer aan de wetten van de aardse vergankelijkheid onderhevig. Zijn Offer is een eeuwig en onveranderlijk Offer. In eeuwigheid biedt Hij aan God de gave aan, die Hem behaagde en behaagt: het Lichaam dat geboren werd uit de maagd Maria.

Hij, Jezus, is één met ons en Hij is één met God. Hij heeft God alles gegeven wat Hij bezat en wat Hij was. En Hij blijft Zichzelf geven als hoogste gave van de goddelijke verheerlijking.

Hoe zouden wij, beminde gelovigen, dit overdenkende, de Mis lauw en verveeld kunnen bijwonen? Hoe zouden wij de plicht van mishoren kunnen zien als dwang? En hoe kunnen wij tolereren dat het Huis van God op vele plaatsen een roverskuil is geworden door allerlei aardse gebruiken?

De Mis moet ons hart bewegen tot grotere liefde en verheerlijking van God, want de Mis is de werkelijkheid die ons onderdompelt in de goddelijke en eeuwigdurende verlossing. Amen.