zaterdag 24 december 2011

Website Caelenberg ontvangt 60.000 bezoekers

In de afgelopen week heeft deze website de grens van 60.000 bezoekers gepasseerd. De site wordt niet alleen in Vlaanderen bekeken, maar tot ver over de landsgrenzen heen. Gelukkig wordt het in de kapel zelf stilaan ook wat drukker. Steeds meer mensen weten de weg naar de kapel en naar de Tridentijnse Mis te vinden.

Een ieder is van harte uitgenodigd om tijdens Kerstmis de goddelijke diensten in onze kapel mee te vieren.


dinsdag 20 december 2011

Bij het overlijden van mgr dr Luc De Maere


In Antwerpen is afgelopen zondag mgr dr Luc De Maere (55) overleden. Mgr De Maere, afkomstig uit Temse, was sinds 1996 pastoor van de Antwerpse Sint-Jacobskerk en werkte voor verscheidene kerkelijke rechtbanken. In 2006 werd hem de eretitel ‘Kapelaan van de paus’ verleend.
De uitvaartplechtigheid heeft zaterdag 24 december 2011 om 11 uur plaats in de kerk van Sint-Jacob de Meerdere aan de Lange Nieuwstraat in Antwerpen.

Mgr De Maere was een student van prof. dr Karel Van Isacker S.J. Bij diens 65-jarig priesterjubileum schreef mgr De Maere hem onder meer het volgende:

"Als oud-student van U heb ik steeds bewonderd dat U, eens met emiritaat, de spirituele U-bocht genomen hebt die U meende de juiste te zijn. U hebt aldus in al die jaren veel goeds gedaan door in het Vlaamse maanlandschap één van de weinige oasen te bieden aan het Godsvolk. Dominus retribuat!

Ik kan niet bij Uw jubileum aanwezig zijn, maar zal zeker bijzonder aan U denken in de parochiemis die ik zal celebreren in de Antwerpse Sint-Jacob, in de schaduw van de universiteit waar U zo lange jaren geleefd en gewerkt hebt."


Gebed
God, Die onder de apostolische priesters Uw dienaar Lucas met priesterlijke waardigheid hebt bekleed, geef, vragen wij, dat hij nu voor eeuwig in hun gezelschap mag worden opgenomen. Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon, Die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Requiescat in pace


vrijdag 16 december 2011

16 december: Heilige Eusebius, bisschop en martelaar

Eusebius is de eerste gekende bisschop van het Noord-Italiaanse Vercelli. Geboren op Sardinië, verhuisde hij op jonge leeftijd naar Rome. Later werd hij daar tot lector gewijd en hoorde zo bij de clerus van de stad in een tijd waarin de Kerk zwaar beproefd werd door de ariaanse ketterij. De groeiende waardering voor Eusebius verklaart zijn verkiezing tot bisschop van Vercelli in 345.

Eusebius verdedigt krachtig de volle goddelijkheid van Jezus Christus. Hij was met de grote vaders van de vierde eeuw verbonden tegen de ariaans-vriendelijke politiek van de keizer. Voor deze was het simpele ariaanse geloof politiek nuttig. Voor de keizer telde niet de waarheid, maar politieke opportuniteit: religie als bindmiddel voor staatseenheid. De grote vaders boden weerstand en verdedigden de waarheid tegen de dominantie van de keizerlijke politiek. Daarom werden Eusebius en andere bisschoppen veroordeeld tot ballingschap. In 361 stierf keizer Constantius II. Zijn opvolger, Julianus de Afvallige, was niet geïnteresseerd in het christendom als rijksreligie, maar wilde restauratie van het heidendom. Julianus beëindigde de ballingschap der bisschoppen en stond hen toe – ook aan Eusebius – om hun zetels weer in te nemen.

De relatie tussen de bisschop van Vercelli en zijn stad wordt duidelijk door twee getuigenissen. De eerste staat in een brief van Eusebius, in ballingschap geschreven aan de geliefde broeders en presbyters, alsook aan de heilige en vast in het geloof staande volken van Vercelli. Deze roerende beginwoorden van de goede herder tegenover zijn kudde worden nog eens bevestigd in het slot van de brief in de hartelijke groeten van de vader van allen en van elk van zijn kinderen in Vercelli. Een ander interessant element staat ook in de slotgroet van de brief, waar Eusebius vraagt om ook hen te groeten, die buiten de Kerk staan en uitzien naar onze gevoelens van liefde. De relatie van de bisschop met zijn bisschopsstad beperkt zich niet alleen beperkt tot de christelijke bevolking, maar strekt zich uit tot eenieder die op een bepaalde wijze zijn geestelijke autoriteit erkent.

De tweede getuigenis is uit een brief van Ambrosius van Milaan aan de bevolking van Vercelli, meer dan twintig jaar na Eusebius’ dood. De Kerk van Vercelli maakte toen moeilijke tijden door, was verdeeld en zonder herder. Het valt Ambrosius zwaar in de bewoners van Vercelli de afstamming te herkennen van de heilige vaders, die Eusebius direct accepteerden zonder hem ooit eerder gekend te hebben. De bewondering van Ambrosius voor Eusebius baseert zich vooral op het feit dat de bisschop van Vercelli zijn diocees bestuurde met getuigenis van zijn eigen leven. In feite was Ambrosius gefascineerd door het monastieke ideaal van de contemplatie van God, dat Eusebius volgde. Als eerste bisschop, aldus Ambrosius, bracht Eusebius zijn clerus bijeen in vita communis en gehoorzaamheid aan de monastieke regel, ondanks dat men midden in de stad leefde.

Zoals Eusebius zich bekommerde om ‘het heilige volk’ van Vercelli, zo leefde hij ook midden in de stad als monnik en stelde de stad open naar God. Dit heeft een bijzondere dimensie. Net als de apostelen, voor wie Jezus tijdens het Laatste Avondmaal bad, zijn ook de herders en de gelovigen van de Kerk in de wereld (Joh. 17, 11 ev), maar niet van de wereld. Daarom, aldus Eusebius, moeten de herders de gelovigen aansporen de stad in de wereld niet te zien als stabiele woonplaats, maar dienen zij naar de toekomstige stad, het definitieve hemelse Jeruzalem, op zoek te gaan. Dit eschatologische voorbehoud maakt het herders en gelovigen mogelijk de gerechte waarden te bewaren, zonder zich te buigen voor de mode van het moment en de ongerechte aanspraken van de heersende politieke macht. De authentieke waarden komen niet van de keizers van gisteren of vandaag, maar van Jezus Christus, de perfecte Mens, aan de Vader gelijk in de goddelijkheid en toch mens zoals wij. Verwijzend naar dit waardenscala wordt Eusebius niet moe zijn gelovigen aan te sporen met zorg het geloof te bewaren, de eendracht te behouden en te volharden in het gebed.


woensdag 14 december 2011

Missus est Angelus

Komt, komt, keerselicht ontsteken,
eer de nacht aan 't wijken gaat,
hoort gij 't haantje lustig preken?
Komt, staat op, de klokke slaat!

't Is Gods Engel die 't verkondigt,
dat Messias u verwacht,
die gedoold hebt, die gezondigd,
dag en nacht!


Missus est..., de gulden Messe en
valt maar eens in gansch het jaar;
komt, ontwijkt de duisternessen
van den nacht, en gaan we ernaar!

't Is Gods Engel...

‘Weest gegroet, o vol genaden!’
voortgebaand, op Gods gelee,
diepe en vastgedamde paden,
door de versch gevallen snee!

't Is Gods Engel...

Heel de kerke, bin en buiten,
spreidt, - o helder nachtgezicht! -
dóór de bontgebrande ruiten,
't duizendverwig keerselicht!

't Is Gods Engel...

Ja, het Woord is vleesch geworden,
gulden Messe, en uw gestraal
geeft den eeuwenlang verdorden
menschenboom weêr zegepraal!

't Is Gods Engel...


Z.E.H. Guido Gezelle (1830-1899)


vrijdag 25 november 2011

Kerstmis op een 'buitengewone' wijze

Ontdek de geestelijke rijkdom van de Latijnse liturgie;
eeuwen bidden in schoonheid!

Op de Caelenberg in Niel-bij-As, midden in de natuur ligt de Sint-Michaëlskapel. Een tot kapel verbouwde stal vormt al ruim twee decennia een plek die aantrekkingkracht op velen heeft. De oprichter van deze kapel, prof. dr Karel Van Isacker SJ (1913-2010) heeft met dit initiatief getracht de eeuwenoude schoonheid van de liturgie levendig te houden.

Ook na zijn heengaan weten jongeren, nieuwsgierig naar de traditie, de weg naar de Sint-Michaëlskapel te vinden. Ook volwassenen (her)ontdekken het sacrale en de mystiek van de Tridentijnse liturgie, een liturgie die zich mag verheugen op een toenemende belangstelling.

Ook het hoogfeest van Kerstmis zal uitbundig gevierd gaan worden op de Caelenberg. De jeugdige Vlaamse pater, Gert Verbeken SJM, zal tijdens deze feestelijke dagen van Kerstmis de H.H. Missen opdragen.

Van harte welgekomen!



Goddelijke Diensten in onze kapel in Advent en Kersttijd

Donderdag 8 december: Feest van Maria Onbevlekt Ontvangen
18.30 uur: Hoogmis, aansluitend: Heilig uur van aanbidding

Zondag 11 december: Derde zondag van de Advent
9.55 uur: Hoogmis

Woensdag 14 december: Quatertemperwoensdag van de Advent
18.30 uur: Gulden Mis

Zondag 18 december: Vierde zondag van de Advent
9.55 uur: Hoogmis

Zaterdag 24 december: Vigilie van Kerstmis
23.00 uur: Stil gebed
23.40 uur: Adventswake
24.00 uur: Plechtige Middemachtmis, gevolgd door de Dageraadsmis

Zondag 25 december: Hoogfeest van Kerstmis
9.55 uur: Plechtige Hoogmis 'Puer natus est nobis', muzikaal opgeluisterd door de Schola Cantorum van Achel

Maandag 26 december: Tweede Kerstdag/Feest van de Heilige Stefanus, eerste martelaar
10.00 uur: Hoogmis

Zaterdag 31 december: Laatste dag van het jaar
18.30 uur: H. Mis
19.15 uur: Nachtaanbidding om God te danken voor het voorbije jaar en Zijn zegen af te smeken voor het komende.
24.00 uur: Zegen met het Allerheiligste Sacrament

Zondag l januari 2012: Nieuwjaar/Octaafdag van Kerstmis
9.55 uur: Hoogmis

Vrijdag 6 januari: Feest van Driekoningen
18.30 uur: Hoogmis


maandag 5 september 2011

Deus in adiutorium meum intende



Deus, in adiutorium meum intende;
Domine, ad adiuvandum me festina.
Confundantur et revereantur,
qui quaerunt animam meam.
Avertantur retrorsum et erubescant,
qui volunt mihi mala.
Convertantur propter confusionem suam,
qui dicunt mihi: Euge, euge .
Exsultent et laetentur in te omnes, qui quaerunt te;
et dicant semper: Magnificetur Deus ,
qui diligunt salutare tuum.
Ego vero egenus et pauper sum;
Deus, ad me festina.
Adiutor meus et liberator meus es tu;
Domine, ne moreris.


maandag 15 augustus 2011

Preek voor het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming


Epistel
Judit 13, 22-25; 15, 10
De Heer heeft u gezegend met Zijn kracht; want door u heeft Hij onze vijanden vernietigd. Gezegend zijt gij, dochter, door de Heer, de allerhoogste God, meer dan de andere vrouwen op aarde. Gezegend zij de Heer, de Schepper van hemel en aarde, Die u heeft gezonden, om de vorst van onze vijanden de kop te verwonden; heden heeft Hij uw naam zo hoog verheven, dat uw lof nooit zal wijken uit de mond van de mensen, die de macht van de Heer voor immer blijven gedenken. Om hunnentwil hebt gij uw leven niet gespaard, vanwege de nood en de ellende van uw volk. Maar gij hebt redding gebracht in hun ongeluk voor het aangezicht van onze God. Gij zijt de glorie van Jeruzalem - de vreugde van Israël - het pronkjuweel van ons volk.

Evangelie
Lc. 1, 41-50
In die tijd werd Elisabet vervuld van de Heilige Geest en zij riep met luide stem en zei: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waarom valt mij dit te beurt, dat de Moeder van de Heer tot mij komt? Want werkelijk, zodra uw begroeting mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. En zalig zijt gij, dat gij geloofd hebt, want hetgeen u door de Heer is aangekondigd, zal in vervulling gaan. Toen sprak Maria: Mijn ziel verheft de Heer en mijn geest is verblijd in God, mijn heil. Want Hij heeft genadig neergezien op Zijn geringe dienstmaagd; zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want groots is het wat de Almachtige met mij deed, Hij Wiens Naam heilig is, Wiens barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht, voor degenen die Hem vrezen.

Preek
Vandaag viert de Kerk een heel groot feest, namelijk de tenhemelopneming van Maria. De Kerk gelooft en leert dat het lichaam van Maria na haar dood het bederf niet heeft gezien, maar dat zij na haar ontslapen direct in de hemel is opgenomen. Maria werd met ziel en lichaam in de hemel opgenomen.

En dat is het bijzondere van Maria’s verheerlijking: dat haar lichaam, evenals dat van Jezus, aanstonds deelde in de glorie van de ziel. Er zijn andere heiligen van wie wij mogen aannemen dat zij onmiddellijk na hun sterven tot de aanschouwing Gods werden toegelaten, maar zij allen hebben het bederf van het graf gekend. Het zuivere lichaam van de Maagd, uit wie Christus is geboren, was niet aangetast door de gevolgen van de erfzonde. Wel was het sterfelijk, maar door Gods wonder niet bederfelijk.

Vandaag, bij haar opneming ten hemel, wordt haar heilig lichaam, die tempel van de Heilige Geest, de schoot die het Woord ontving, verheerlijkt, met goddelijk licht omstraald, en ten hemel gevoerd. Assumpta est Maria in coelum: gaudent angeli! – Maria is met ziel en lichaam door God in de hemel opgenomen: en de Engelen juichen! Zo zingt de Kerk in een van de antifonen op dit feest.

Beminde gelovigen, onze verlossing is niet volkomen voordat het lichaam deelt in de glorie. Zolang wij op aarde zijn, is ons lichaam aan het lijden onderworpen, aan vergankelijkheid en tijdelijke dood met het bederf van het graf. Het feest van de tenhemelopneming van onze Lieve Vrouw moet in onze harten een blijde hoop storten. Wij zijn nog pelgrims, maar onze Moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. En wat staat ons op het einde van onze pelgrimstocht te wachten? De hemelse vreugde van de aanschouwing Gods.

Voor Maria betekende de aanschouwing Gods de aanschouwing van haar Zoon, haar Jezus, zoals Hij werkelijk was en is. Wat een ongekende vreugde voor het moederhart! Zij kende Hem eerst in de intimiteit van haar moederschap, daarna in de smarten van Zijn verlossing, toen in de omhelzing van de Verrezene, en nu in Zijn hemelse glorie. Maria wordt voor ons in haar glorievolle verheerlijking een teken van God. Telkens opnieuw richt zij onze gedachten op de uiteindelijke bestemming van ons leven hier op aarde: eeuwig met God te zijn, tot Zijn glorie en ons geluk.

Dierbare gelovigen! Maria is als eerste geheel opgenomen in de orde van de verheerlijking, volmaakt gelukkig naar heel haar wezen. Deze dag moet voor ons, die nog in de wereld verblijven, een dag van reine vreugde zijn, met haar en om haar. Het feest van de Moeder is het feest van de kinderen. Laten wij vandaag de ellende van deze tijd opzij zetten en verwijlen in het hemelse dat voor ons het enig noodzakelijke is. Ons heil is in de hemel vanwaar wij onze Verlosser verwachten, Die ons vergankelijk lichaam zal omvormen en gelijkmaken aan Zijn verheerlijkt lichaam. Ons heil is in de hemel waar onze Moeder ons is voorgegaan. Amen.


zondag 14 augustus 2011

Preek voor de negende zondag na Pinksteren


Jezus weent over Jeruzalem.

Epistel
1 Kor. 10, 6-13
Broeders, laten wij geen begeerten koesteren naar het kwade, zoals zij (de Israëlieten) dat hebben gedaan. Wordt dus geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen; er staat immers geschreven: “Het volk zette zich neer om te eten en te drinken, en zij stonden op om te spelen.” Laten wij ook geen onkuisheid bedrijven, zoals sommigen van hen zich overgaven aan ontucht; en op één dag vielen er drieëntwintigduizend. En laten wij Christus niet tergen, zoals sommigen van hen dat hebben gedaan; en zij kwamen om door de slangen. En wilt ook niet morren, zoals sommigen van hen dat deden; en zij kwamen om door de verderfengel. Dit alles nu is hun overkomen bij wijze van voorbeeld, en het werd opgeschreven als een waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven. Daarom – wie meent, dat hij staat, laat hij toezien, dat hij niet valt. Geen beproeving moge u aangrijpen, die niet menselijk is; doch – God is getrouw, en Hij zal niet toelaten, dat gij beproefd wordt boven uw krachten; maar met de beproeving zal Hij ook uitkomst geven, om ze te kunnen doorstaan.

Evangelie
Lc. 19, 41-47
In die tijd, toen Jezus in de nabijheid van Jeruzalem kwam en de stad daar voor Zich zag liggen, weende Hij over haar en sprak: Ach, mocht ook gij, tenminste op deze uwe dag, nog inzien, wat u tot vrede strekt! Maar thans is dat voor uw ogen verborgen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden u met een stormwal zullen omringen, u zullen omsingelen en van alle kanten in het nauw brengen; en zij zullen u en uw kinderen binnen uw muren ter aarde neerslaan; en zij zullen bij u geen steen op de ander laten, omdat gij uw tijd van genade niet hebt erkend. En Hij ging de tempel binnen en begon de kopers en verkopers, die daar waren, uit te drijven met de woorden: Er staat geschreven: “Mijn huis is een huis van gebed”; maar gij hebt er een rovershol van gemaakt! En iedere dag gaf Hij onderricht in de tempel.

Preek
In het Evangelie van deze zondag lezen wij: “Mijn huis is een huis van gebed”. In het huis van God wordt vooral de heilige Mis opgedragen. De Mis is de aanbieding van het geslachtofferde Lam aan God. De Kerk, de verzameling van het uitverkoren godsvolk te midden van een boos en overspelig geslacht, biedt dit zuivere, heilige en onbevlekte offer aan door de bediening van haar priesters. Het is de gave, die de Vader Zelf ons heeft geschonken, want Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden om haar te redden, en Hij heeft Hem niet gespaard om ons verzoening te schenken.

Het offer dat de Vader Zelf aan ons geeft, is tegelijkertijd ook onze offerande, want de Kerk biedt het aan door de handen van de priester, en ook omdat het Lichaam en het Bloed van de Verlosser, Jezus Christus, sacramenteel tegenwoordig worden gesteld onder de geschapen vruchten van brood en wijn.

Beminde gelovigen, in de Mis beschikken wij over de volledige verlossende kracht van het Kruisoffer, want het verheerlijkte Lam op onze altaren is daar als het offer. Het heeft de tekenen van de wonden bewaard, gedragen voor de troon van de Vader. Altijd toont Hij God de stigmata die ons heil hebben bewerkstelligd. De heilige Mis is tevens het hemelse Offer, want Christus, de hogepriester, Die door Zijn offer de priesterlijke bemiddelaar is van de toekomstige hemelse goederen, is in het heiligdom der hemelen binnengegaan. Door Zijn Eigen Bloed heeft Hij voor eens en voor altijd de eeuwigdurende verlossing verworven, die niet herhaald hoeft te worden. Dat vieren wij wanneer de Mis wordt opgedragen. Daarvoor zijn de kerken – en dus ook deze kapel – gebouwd, om God te verheerlijken en ons heil te bewerkstelligen.

De heilige Kerk stelt in de Mis door haar priesters het Kruisoffer tegenwoordig: datgene wat indertijd op het Kruis aan de Vader werd geofferd tot uitboeting van de zonden van de wereld, namelijk het gezegende Lichaam en Bloed van Jezus, en tevens de mateloze offerliefde, waarmee onze Hogepriester en Middelaar deze gaven aan de Vader aanbood en blijft aanbieden, namelijk het inwendig offer van Zijn Hart, dat aan de zichtbare offergave alle waarde verleende en nog steeds verleent. Want Jezus, ons Offerlam, is Dezelfde, gisteren, vandaag en in alle eeuwigheid. Als God kan Hij geen veranderingen ondergaan. Ook Zijn verheerlijkte mensheid is niet langer aan de wetten van de aardse vergankelijkheid onderhevig. Zijn Offer is een eeuwig en onveranderlijk Offer. In eeuwigheid biedt Hij aan God de gave aan, die Hem behaagde en behaagt: het Lichaam dat geboren werd uit de maagd Maria.

Hij, Jezus, is één met ons en Hij is één met God. Hij heeft God alles gegeven wat Hij bezat en wat Hij was. En Hij blijft Zichzelf geven als hoogste gave van de goddelijke verheerlijking.

Hoe zouden wij, beminde gelovigen, dit overdenkende, de Mis lauw en verveeld kunnen bijwonen? Hoe zouden wij de plicht van mishoren kunnen zien als dwang? En hoe kunnen wij tolereren dat het Huis van God op vele plaatsen een roverskuil is geworden door allerlei aardse gebruiken?

De Mis moet ons hart bewegen tot grotere liefde en verheerlijking van God, want de Mis is de werkelijkheid die ons onderdompelt in de goddelijke en eeuwigdurende verlossing. Amen.


zondag 10 juli 2011

Vierde zondag na Pinksteren: Introitus

Dominus illuminatio mea (Franz Tunder (1614-1667))
Collegium Vocale onder leiding van Philippe Herreweghe




De Heer is mijn licht en mijn heil;
wie zal ik vrezen?
De Heer is de beschermer van mijn leven;
voor wie zal ik sidderen?
Zij, die mij kwellen, mijn vijanden, worden zelf ontzenuwd en vallen.
Al legert zich ook tegen mij een krijgsmacht:
mijn hart zal niet vrezen.


Ps. 26, 1-2


woensdag 29 juni 2011

Zijne Heiligheid Benedictus XVI 60 jaar priester

Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!





Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!
Exaudi, Christe.
Ecclesiae santae Dei salus perpetua.
Redemptor mundi, tu illam adiuva.
Sancta Maria, tu illam adiuva.
Sancta Mater Ecclesiae, tu illam adiuva.
Regina Apostolorum, tu illam adiuva.
Sancte Michael, tu illam adiuva.
Sancte Ioannes Baptista, tu illam adiuva.
Sancte Ioseph, tu illam adiuva.
Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!
Exaudi,Christe.
Benedicto, Summo Pontifici et universali Pape, vita!
Salvator mundi, tu illum adiuva.
Sancte Petre, tu illum adiuva.
Sancte Paule, tu illum adiuva.
Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!
Exaudi, Christe.
Episcopis catholicae et apostolicae fidei cultoribus,
eorumque curis fidelibus, vita!
Salvator mundi, tu illos adiuva.
Sancte Andrea, tu illos adiuva.
Sancte Iacobe, tu illos adiuva.
Sancte Ioannes, tu illos adiuva.
Sancte Thoma, tu illos adiuva.
Sancte Iacobe, tu illos adiuva.
Sancte Philippe, tu illos adiuva.
Sancte Bartholomaee, tu illos adiuva.
Sancte Matthaee, tu illos adiuva.
Sancte Simon, tu illos adiuva.
Sancte Thaddaee, tu illos adiuva.
Sancte Matthia, tu illos adiuva.
Sancte Barnaba, tu illos adiuva.
Sancte Luca, tu illos adiuva.
Sancte Marce, tu illos adiuva.
Sancti Timothee et Tite, vos illos adiuvate.
Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!
Sancti Protomartyres Romani, vos illos adiuvate.
Sancte Ignati, tu illos adiuva.
Sancte Polycarpe, tu illos adiuva.
Sancte Cypriane, tu illos adiuva.
Sancte Bonifati, tu illos adiuva.
Sancte Stanislae, tu illos adiuva.
Sancte Thoma, tu illos adiuva.
Sancti Ioannes et Thoma vos illos adiuvate.
Sancte Iosaphat, tu illos adiuva.
Sancte Paule, tu illos adiuva.
Sancte Ioannes et Isaac, vos illos adiuvate.
Sancte Petre, tu illos adiuva.
Sancte Carole, tu illos adiuva.
Sancta Agnes, tu illos adiuva.
Sancta Caecilia, tu illos adiuva.
Omnes sancti martyres, vos illos adiuvate.
Sancte Clemens tu illos adiuva.
Sancte Athanasi, tu illos adiuva.
Sancte Leo Magne, tu illos adiuva.
Sancte Gregorio Magne, tu illos adiuva.
Sancte Ambrosi, tu illos adiuva.
Sancte Augustine, tu illos adiuva.
Sancti Basili et Gregori, vos illos adiuvate.
Sancte Ioannes, tu illos adiuva.
Sancte Martine, tu illos adiuva.
Sancte Patrici, tu illos adiuva.
Sancti Cyrille et Methodi, vos illos adiuvate.
Sancte Carole, tu illos adiuva.
Sancte Roberte, tu illos adiuva.
Sancte Francisce, tu illos adiuva.
Sancte Ioannes Nepomucene, tu illos adiuva.
Sancte Pie, tu illos adiuva.
Omnes sancti potifices et doctores, vos illos adiuvate.
Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!
Exaudi, Christe.
Populis cunctis et omnibus hominibus bonae voluntatis:
pax a Deo, rerum ubertas morumque civilium rectitudo.
Sancte Antoni, tu illos adiuva.
Sancte Benedicte, tu illos adiuva.
Sancte Bernarde, tu illos adiuva.
Sancte Francisce, tu illos adiuva.
Sancte Dominice, tu illos adiuva.
Sancte Philippe, tu illos adiuva.
Sancte Vincenti, tu illos adiuva.
Sancte Ioannes Maria, tu illos adiuva.
Sancta Catharina, tu illos adiuva.
Sancta Teresia a Iesu, tu illos adiuva.
Sancta Rosa, tu illos adiuva.
Omnes sancti presbyteri et religiosi, vos illos adiuvate.
Omnes sancti laici, vos illos adiuvate.
Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!
Ipsi soli imperium,
laus et iubilatio
per saecula saeculorum. Amen.
Christus vincit! Christus regnat! Christus imperat!
Tempora bona veniant! Pax Christi veniat!
Redemptis sanguine Christi.
Feliciter! Feliciter! Feliciter!
Regnum Christi veniat!
Deo Gratias!
Amen.


woensdag 22 juni 2011

Nieuw: Sint-Michaëlskapel op uw mobiel

Deze website - www.caelenberg.info - kunt u vanaf nu ook bekijken op uw mobiele telefoon met internet. Zonder extra moeite verschijnt de homepage in een speciale opmaak, geschikt voor de smartphone. Met een vingerklik kan elk artikel dan worden geopend en gelezen.

Onderaan de homepage kunt u aangegeven dat u deze in de standaardweergave wilt zien.

Hebt u geen mobiele telefoon met internet en wilt u toch zien hoe de opmaak er op zo'n toestel uitziet, klikt u dan hier.


zondag 19 juni 2011

Gloria in excelsis Deo!


Et in terra pax hominibus bonae volutatitis.
Laudamus te.
Benedicimus te.
Adoramus te.
Glorificamus te.
Gratias agimus tibi propter magnam gloriam tuam.
Domine Deus, Rex coelestis, Deus Pater omnipotens.
Domine Fili unigenite Jesu Christe.
Domine Deus, Agnus Dei, Filius Patris.
Qui tollis peccata mundi, miserere nobis.
Qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nostram.
Qui sedes ad dextreram Patris, miserere nobis.
Ouoniam tu solus Sanctus.
Tu solus Dominus.
Tu solus Altissimus, Jesu Christe.
Cum Sancto Spiritu in gloria Dei Patris.
Amen.


donderdag 16 juni 2011

Sacramentsprocessie in Luik


Zaterdag 25 juni a.s. om 16.00 uur zal er een Tridentijnse Hoogmis worden opgedragen in de kerk van het heilig Sacrament aan de Boulevard d'Avroy 132 in Luik. Celebrant is de zeereerwaarde pater J. Vanderbruggen o.praem., rector van het heiligdom van Tancrémont.

De schola Sainte Cecile, het koor van de parochie Saint-Eugène in Parijs, onder leiding van dirigent Henri Adam de Villiers zingt de gregoriaanse propers van het feest van het Allerheiligste Sacrament en de polyfone Mis 'Ad majorem Dei gloriam' van componist Andre Campra.

Aansluitend op de heilige Mis zal een Sacramentsprocessie uittrekken door de stad Luik.

Luik staat bekend als de 'bakermat' van het feest van het Allerheiligste Sacrament. De heilige Juliana van Cornillon spande zich in de dertiende eeuw in voor de verering van het Altaarsacrament, nadat zij daartoe door visioenen was aangezet. In 1246 werd het feest van het Allerheiligste Sacrament door haar toedoen ingevoerd in het bisdom Luik. in 1264 werd het feest ingevoerd voor de gehele Wereldkerk.

Meer informatie: fetedieualiege.wordpress.com.


donderdag 26 mei 2011

26 mei: Heilige Philippus Neri, belijder

Barones Dona Pompilia de Rossi heeft zojuist de communie ontvangen en wéér maakt zij aanstalten om de kerk uit te lopen. Verdrietig om zoveel gebrek aan eerbied zet de priester spontaan de ciborie op het altaar, rent naar de sacristie en duwt de misdienaars die klaar staan voor de volgende Mis brandende kaarsen in de handen: “Ren en ga naast de barones lopen.”
De vrouw weet niet wat haar overkomt als de misdienaars niet van haar zijde wijken. Geërgerd loopt zij met haar ‘schaduwen’ terug naar de kerk, waar de priester buiten wacht. Woest vraagt zij wat dit heeft te betekenen, waarop Philip Neri zegt: “De Kerk vraagt dat wanneer het Allerheiligste over straat wordt gedragen, Het met brandende kaarsen wordt begeleid. De misdienaars zullen u door de straten van de stad begeleiden totdat u thuis bent.” Verhit loopt Dona Pompilia terug de kerk in. Nooit meer zal zij die voortijdig verlaten.

Philippus Neri was in 1533, 18 jaar oud, van Florence naar Rome vertrokken. Kort daarvoor heeft hij afstand gedaan van een erfenis en zo komt hij berooid aan in de zogenoemde Heilige Stad, waar heiligheid soms ver te zoeken is. Hij geeft les in ruil voor een zolderkamertje en eten. Philip is opgewekt en recht door zee en zijn lessen, waarin humor en heiligheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, worden door steeds meer jongeren bijgewoond. Hij bezoekt armen en zieken, organiseert pelgrimsreizen naar de zeven hoofdkerken van Rome en bedelt geld bijeen voor hen die dit niet kunnen betalen.

Op aandringen van zijn biechtvader wordt hij priester en creëert hij plaatsen van gebed, meditatie, muziek en voordrachten, voorlopers van de latere oratoria.

Bisschoppen, kardinalen en pausen komen bij hem om raad. Als paus Gregorius XIV hem de kardinaalshoed stuurt, dan stuurt Philippus die per kerende post terug.

Op 26 mei 1595 verzamelt Philip zijn leerlingen om hem heen. Zittend in zijn bed geeft hij na tachtig jaar het leven aan zijn Heer terug.

Op 12 maart 1622 wordt Philippus Neri heilig verklaard, tegelijk met zijn vriend Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius en Theresia van Avila.


zondag 8 mei 2011

Preek voor de tweede zondag na Pasen


Ik ben de goede Herder.

Epistel
1 Petr. 2, 21-25
Veelgeliefden, Christus heeft voor ons geleden en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij Zijn voetstappen zoudt volgen. Want zonde heeft Hij nooit bedreven, en er werd geen bedrog gevonden in Zijn mond; en toen Hij gescholden werd, schold Hij niet terug; toen Hij leed, uitte Hij geen bedreiging; maar Hij gaf Zich over aan degene, die Hem onrechtvaardig veroordeelde. Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen tot op het kruishout, opdat wij afgestorven zouden zijn aan de zonde, en voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart als ronddolende schapen, maar nu zijt gij teruggebracht tot de herder en de bewaker van uw zielen.

Evangelie
Joh. 10, 11-16
In die tijd zei Jezus tot de farizeën: Ik ben de goede Herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar iemand, die huurling is en geen herder - aan wie de schapen niet toebehoren - hij laat, als hij de wolf ziet aankomen, de schapen in de steek, en gaat op de vlucht. En de wolf rooft en verstrooit de schapen. Een huurling nu neemt de vlucht, omdat hij maar een huurling is, en geen hart heeft voor de schapen. Ik ben de goede Herder, en Ik ken Mijn schapen en Mijn schapen kennen Mij, evenals de Vader Mij kent, en Ik de Vader ken. En Ik geef Mijn leven voor Mijn schapen. Ook nog andere schapen heb Ik, die niet van deze schaapstal zijn; ook die moet Ik er heen voeren, en zij zullen luisteren naar Mijn stem; en zo zal het worden: één Schaapstal en één Herder.

Preek
Deze zondag wordt terecht de zondag van de goede Herder genoemd. Het beeld uit het Evangelie van de Herder Die Zijn leven geeft voor Zijn schapen wordt nog duidelijker door het Paasfeest dat wij nog maar net gevierd hebben en door de lezing van deze zondag, waarin de heilige Petrus ons aan hetzelfde feit herinnert, namelijk hoe Christus, Die Zelf nooit enige zonde bedreef, onze zonden op Zich nam en Zich heeft overgeleverd aan de kruisdood om ons van onze schuld te bevrijden.

Door de bevrijding die wij door Zijn Verlossingswerk hebben mogen ervaren, heeft Hij ons opnieuw toegang verleend tot de kudde, waarvan Hijzelf Herder en Bewaker is. Beminde gelovigen, het epistel van vandaag stelt ons de waarheid voor ogen dat wij verloren schapen zijn geweest, want Petrus schrijft “gij waart als rondlopende schapen maar nu zijt gij teruggebracht tot de Beheerder en Bewaker van uw zielen”.

In het Evangelie zegt de goede Herder, Jezus: “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij”. Het is een kostbaar inzicht dat wij slechts kunnen verwerven door Gods genade. Hij is de enige Vriend, de enige Toevlucht, en de Raadsman bij uitstek die de mens heeft.

De goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen. In het Evangelie is dat een beeld, maar wel een beeld dat ons weer de oude, vertrouwde waarheid voor ogen stelt. Hij heeft voor mij Zijn leven prijsgegeven. Anderen doen dat niet. De huurling slaat op de vlucht als de wolf komt. Hij laat zijn kudde in de steek; de schapen gaan hem niet echt ter harte en omdat hij slechts huurling is en geen herder, laat hij ze door de wolf verscheuren.

Met Christus is dat anders. Hij kent Zijn schapen zoals de Vader Hem kent en zoals Hij de Vadert kent. Zo diep, zo volledig, zo vol van liefde is het feit dat Hij Zijn leven geeft.

De consequentie van ons geloof, van onze diepe overtuiging dat Jezus alles voor ons is en dat wij niet zonder Hem kunnen, kan geen andere zijn dan het verlangen om in diepe en voortdurende intimiteit met Hem te mogen leven. Deze intimiteit kunnen wij bereiken door een leven vanuit de sacramenten die ons heiligen en ons meer op Hem doen gelijken, en verder door gebed, geestelijke lezing, zinvolle offers van onthechting en door perioden van inkeer. Door deze oefeningen horen wij Zijn stem.

Beminde gelovigen, kon de goede Herder nog duidelijker zeggen dat Hij ons liefheeft? Hij bemint ons tot het uiterste toe. Geen enkele Herder kan het bij Hem halen in hartelijkheid, in diepte, in tederheid en fijngevoeligheid. Hij heeft als Herder alles voor ons over gehad.

Zouden ook wij Hem dan niet uit dankbaarheid van harte moeten volgen, en in een band van levende liefde Hem dag en nacht moeten dienen? Zouden wij niet reeds nu, tijdens onze aardse dagen, Zijn lof moeten zingen en met vreugde moeten treden in de tempel van de hemelse Vader, wanneer de goede Herder ons komt halen om ons door Zijn offer te verzoenen? Als wij Zijn weldaden overdenken is het vanzelfsprekend dat wij ons leven heiligen, conform de wil van de Vader, dat wij de heilige Mis aandachtig en met liefde bijwonen, en dat wij de geboden onderhouden. Dit alles is Zijn hoorbare stem. Als wij Hem toebehoren, dan herkennen wij daarin Zijn stem. Amen.


dinsdag 26 april 2011

Pasen 2011: Urbi et Orbi

Op Paaszondag 24 april 2011 gaf Zijne Heiligheid paus Benedictus XVI de plechtige zegen 'aan de stad Rome en aan de wereld', en sprak Paaswensen uit in vele talen, waaronder in het Nederlands.


zondag 24 april 2011

Hoogfeest van Pasen: Christus, de Heer, is waarlijk verrezen!


"O waarlijk heilige nacht", zingt het Exsultet, "de enige die tijd en uur mocht kennen waarop Christus uit de doden verrees!" Niemand is immers ooggetuige geweest van de gebeurtenis zelf van de verrijzenis en geen enkele evangelist beschrijft haar. Niemand heeft kunnen zeggen hoe zij fysiek gezien tot stand gekomen is. En het diepste wezen ervan, de overgang naar een ander leven, was nog minder zintuiglijk waarneembaar.

Hoewel de verrijzenis een historische gebeurtenis is, die door het teken van het lege graf en de werkelijkheid van de ontmoetingen van de apostelen met de verrezen Christus vast te stellen is, blijft ze, in zoverre ze de geschiedenis te boven gaat en daarboven uitstijgt, ten diepste een geloofsmysterie. Daarom toont de verrezen Christus Zich niet aan de wereld (Vgl. Joh. 14,22), maar wel aan Zijn leerlingen, "aan degenen die Hem van Galilea naar Jeruzalem hadden vergezeld, juist aan degenen die nu getuigen van Hem zijn voor het volk" (Hand. 13,31).


zaterdag 23 april 2011

Paaszaterdag

Des konings vaandels gaan vooraan,
't geheim des kruises grijpt ons aan,
de Schepper is 't van al wat leeft
Die aan het hout gehangen heeft.

Wat David in zijn vrome lied
voorspeld heeft, dat is nu geschied.
Hij heeft de volkeren geleerd
dat God vanaf het hout regeert.

Ik groet u, kruis, want gij slechts zijt
mijn hoop in deze lijdenstijd.
Geef vrolijkheid aan wie u vertrouwt,
genade, wie zijn kwaad berouwt.

U brenge al wat leeft de eer,
Drievuldigheid, o ene Heer,
Die ons door 't kruisgeheim bevrijdt,
regeer ons tot in eeuwigheid.


donderdag 21 april 2011

Gethsemané



Jezus, den laatsten der nachten,
ging naar den hof der olijven,
liet Zijn discipelen blijven
buiten de duistere gaard;
toen koos Hij drie uit hun midden,
met Hem te waken, te bidden,
maar door het bidden en wachten
werden hunne ogen bezwaard.

Kon dan niet één met Hem waken?
Eén in die smartelijke uren
met Hem de droefheid verduren
van Zijn verwerping, Zijn smaad?
Moest Hij, dien zwartsten der nachten,
eenzaam den kruisdood verwachten,
eenzaam de bitterheid smaken
van den triomf van het kwaad?

'k Wil bij Uw droefheid verwijlen,
in Uwe smarten verzinken,
Gij, Die den beker moest drinken,
die de verzoening bracht,
wie zal de angsten doorgronden
van deze nachtelijke stonden?
Wie zal de duisternis peilen
van dezen duistersten nacht?


Jacqueline E. van der Waals
(1868-1922)

Witte Donderdag


“Dit is het heilsgeheim dat sinds de aanvang van de tijden en geslachten verborgen is geweest, maar dat thans aan Zijn heiligen is geopenbaard. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe rijk aan glorie dit heilsgeheim onder de heidenen is, hoe Christus namelijk onder u is, de hoop op de glorie”.

Dit is de grote schat, de erfenis van liefde die Christus bij Zijn dood de wereld naliet, Zijn eigen Vlees en Bloed als offer en spijs voor onze zielen. Hij is door dit offer Zelf blijven zorgen voor Gods eer in de wereld en Hij is door dit heilig Sacrament Zelf blijven zorgen voor onze heiliging. Dit is het geheim van deze dag: Christus is blijvend onder ons aanwezig en zal aanwezig blijven tot aan het einde van de tijden, om alles tot Zich te trekken.


vrijdag 15 april 2011

Liturgische plechtigheden in de Goede Week en met Pasen

In de Goede Week en met Pasen zijn de tijden van de liturgische plechtigheden in onze kapel als volgt:

Zondag 17 april 2011 - Palmzondag
9.55 uur: Palmwijding en processie, aansluitend plechtige Hoogmis

Triduum Sacrum

Donderdag 21 april 2011 - Witte Donderdag
18.30 uur: Plechtige Hoogmis waarin de instelling van het Sacrament des Altaars en van het priesterschap worden herdacht, aansluitend overbrenging van het Allerheiligste Sacrament naar het rustaltaar, denudatie van het altaar en gelegenheid tot aanbidding (tot middernacht)

Vrijdag 22 april 2011 - Goede Vrijdag
15.00 uur: Kruiswegoefening
18.30 uur: Avondofficie

Zaterdag 23 april 2011 - Stille zaterdag
22.00 uur: Plechtige Paaswake

Zondag 24 april 2011 - Hoogfeest van Pasen - Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus
9.55 uur: Plechtige Hoogmis

Maandag 25 april 2011 - Maandag onder het Octaaf van Pasen
9.55 uur: Hoogmis

Celebrant tijdens het Paastriduum is de eerwaarde pater Harald Volk S.J.M.


maandag 11 april 2011

Woensdag 13 april - 18.30 uur: Heilige Mis

Op woensdag 13 april 2011 zal om 18.30 uur een gelezen heilige Mis worden opgedragen door pater L. Michiels O.Praem. Aansluitend is er tot circa 20.30 uur gelegenheid tot aanbidding van onze Heer Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament des Altaars.


zondag 10 april 2011

Vexilla regis (Anton Bruckner) - Hymne voor Passiezondag

Latijn

Vexilla regis prodeunt:
Fulget crucis mysterium,
Quo carne carnis conditor
Suspensus est patibulo.

Quae vulnerata lanceae
Mucrone diro, criminum
Ut nos lavaret sordibus,
Manavit unda et sanguine.

Impleta sunt quae concinit
David fideli carmine,
Dicendo nationibus:
Regnabit a ligno Deus.

O crux, ave, spes unica,
Hoc passionis tempore:
Piis adauge gratiam,
Reisque dele crimina.

Te fons salutis Trinitas,
Collaudet omnis spiritus:
Quibus crucis victoriam
Largiris, adde praemium.


Nederlands Vertaling: J.W. Schulte Nordholt

Des konings vaandels gaan vooraan,
't geheim des kruises grijpt ons aan,
dat op het schandhout uitgespreid
de Schepper als een schepsel lijdt.

Het harde ijzer van de speer
stak in de zijde van de Heer,
opdat het water en het bloed
ons reinigde in overvloed.

Wat David in zijn vrome lied
voorspeld heeft, dat is nu geschied.
Hij heeft de volkeren geleerd
dat God vanaf het hout regeert.

O kruis, u groet ik, want gij zijt
mijn hoop in deze lijdenstijd.
Geef vrolijkheid wie u vertrouwt,
genade wie zijn kwaad berouwt.

U brenge al wat leeft de eer,
Drievuldigheid, o ene Heer,
Die ons door 't kruisgeheim bevrijdt,
regeer ons tot in eeuwigheid.


dinsdag 5 april 2011

Attende Domine


Latijn

Attende Domine, et miserere quia peccavimus tibi.

Ad te Rex summe, omnium Redemptor, oculos nostros sublevamus flentes: exaudi, Christe, supplicantum preces.

Dextera Patris, lapis angularis, via salutis, ianua caelestis, ablue nostri maculas delicti.

Rogamus, Deus, tuam maiestatem: auribus sacris gemitus exaudi: crimina nostra placidus indulge.

Tibi fatemur crimina admissa: contrito corde pandimus occulta: tua Redemptor, pietas ignoscat.

Innocens captus, nec repugnans ductus, testibus falsis pro impiis damnatus: quos redemisti, tu conserva, Christe.


Nederlands

Tot U, hoogverheven Koning, Verlosser van ons allen, heffen wij wenend onze ogen op: verhoor, Christus, de gebeden van de smekenden.

Rechterhand van de Vader, hoeksteen, weg van het heil, poort van de hemel, was de smetten van onze zonden af.

God, wij smeken Uw Majesteit: verleen ons zuchten genadig gehoor: vergeef ons goedertieren onze misslagen.

U bekennen wij de bedreven fouten, met berouwvol hart, belijden wij onze geheime zonden: Uw liefde, Verlosser, moge ze vergeven.

Onschuldig zijt Gij gevangen genomen, zonder tegenstreven weggevoerd, op valse getuigen voor de zondaars veroordeeld; Christus, bewaar hen die Gij hebt verlost.


zondag 3 april 2011

Preek voor de vierde zondag van de Vasten - Zondag Laetare


De wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging.

Epistel
Gal. 4, 22-31
Broeders, er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had: één bij zijn slavin, en één bij zij vrijgeboren vrouw. Maar die van de slavin werd geboren op gewoon-natuurlijke wijze; die van de vrije vrouw echter krachtens de belofte. Deze dingen hebben een diepere zin. Het zijn twee verbonden. Het ene is van de berg Sinai; het brengt slavenkinderen voort. En dat is Agar; want de berg Sinai is gelegen in Arabië. En deze houdt verband met het Jeruzalem van thans, dat immers met haar kinderen verkeert in slavernij. Maar het andere, het Jeruzalem van boven, is vrij; en dat is de moeder van ons. Er staat immers geschreven: "Verblijd u, gij onvruchtbare, die geen kinderen voortbrengt; breek uit in gejubel, gij, die geen moedersmart kent; want de kinderen van de vrouw die verlaten staat, zijn talrijker dan die van haar, die de man bij zich heeft." En wij, broeders, wij zijn – evenals Isaac – kinderen van belofte. Maar zoals destijds de zoon, die naar het vlees geboren was, de ander vervolgde, die was geboren naar de geest, zo geschiedt het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? "Jaag de slavin met haar zoon weg; want de zoon van de slavin zal niet meeërven met de zoon van de vrije vrouw." Derhalve, broeders, wij zijn geen slavenkinderen, maar kinderen van de vrije vrouw. En deze vrijheid heeft Christus ons bewerkt.

Evangelie
Joh. 6, 1-15
In die tijd begaf Jezus Zich naar de overzijde van het meer van Galilea of Tiberias. En een grote menigte volgde Hem, omdat zij de wonderen zagen, die Hij aan de zieken verrichtte. Dan besteeg Jezus het gebergte en zette Zich daar neer met Zijn leerlingen. Het was kort vóór Pasen, het grote feest van de joden. Toen Jezus de ogen opsloeg en zag, dat er zeer veel volk tot Hem kwam, zei Hij tot Philippus : Wáár zullen wij brood kopen, opdat zij wat te eten hebben? Hij zei dit echter, om hem op de proef te stellen, want Hij voor Zich wist wel, wat Hij zou doen. Philippus gaf Hem ten antwoord: Voor tweehonderd tienlingen brood is nog niet genoeg voor hen, om voor ieder ook maar een weinig te kunnen krijgen! Toen zei Hem een van Zijn leerlingen, Andreas, de broeder van Simon Petrus: Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zovelen! Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. – Er was namelijk veel gras daar ter plaatse – Zij zetten zich dan neder, de mannen ongeveer vijfduizend in getal. Toen nam Jezus de broden, sprak een dankgebed en deelde er van uit aan hen, die daar gezeten waren; eveneens ook van de vissen, zoveel als ieder wenste. En toen zij verzadigd waren, zei Hij tot Zijn leerlingen: Verzamelt de overgebleven brokken, opdat ze niet verloren gaan! Zij verzamelden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken, die er van de vijf gerstebroden waren overgebleven, nadat zij gegeten hadden. Toen nu die mensen het wonder zagen, dat Jezus verricht had, zeiden zij: Deze is werkelijk de Profeet, die in de wereld moet komen! Maar Jezus begreep, dat zij zouden komen, om Hem mee te nemen en koning te maken; daarom trok Hij Zich weer terug in het gebergte. Hij alleen.

Preek
Wij hebben de eerste helft van de Vasten achter de rug en vandaag laat de Kerk ons even rusten. Zondag Laetare, genoemd naar de eerste woorden van de Introïtus van deze zondag, is een vreugde te midden van de zware en ernstige serie van boete- en vastendagen. Orgelmuziek, bloemen op het altaar en het roze kazuifel zijn de uiterlijke tekenen van deze vreugde. Maar ook de liturgische teksten spreken er over. In de oratie van deze zondag erkent de Kerk dat haar kinderen inderdaad de boete hebben verdiend, maar toch vraagt zij voor hen, dat zij “door de vertroosting van Gods genade mogen herademen” en verkwikt worden. Wij kunnen vandaag dus even verpozen op onze moeizame weg die ons naar de feesten van de verlossing leidt. Wij doen dat alleen om met nog grotere ijver de laatste weken van de Vasten te beleven.

Maar zondag Laetare is niet alleen een verpozing op de weg. Vandaag wordt ons ook een grote en diepe waarheid voor ogen gesteld. De waarheid over de vreugde, de christelijke vreugde. Waar komt deze vandaan? Welke vreugde is het die de Kerk vandaag doet jubelen? Wat is haar bron? Het antwoord vinden wij in het epistel van deze heilige Mis. Wij zijn kinderen van de vrijheid, van de ware vrijheid die Christus ons gaf.

Agar en Sara, twee vrouwen van Abraham, en hun zonen zijn de betekenisvolle verbeelding van de twee testamenten. De eerste is een slavin en samen met haar kind is ze beeld van de onvrije synagoge, van het verbond op de berg Sinaï. Daar is de Wet die de joden in vrees God doet dienen. Hun harten, die steeds tot afgoderij neigden, moesten onophoudelijk worden bedwongen door de voorschriften van de Wet die steeds meer tot puur formalisme leidde. Tot dit verbond werd men door de natuurlijke krachten uit het vlees geboren, aldus de heilige Paulus. Maar het Oude Verbond is voorbij. Het werd door Christus opgeheven en het oude, naar het aardse gericht Jeruzalem werd verworpen.

Sara de ‘vrije vrouw’ met Isaac, de zoon van Gods belofte meer dan van het vlees, is het beeld van de Kerk, van het nieuwe geestelijke Jeruzalem, die ons, haar kinderen, in vrijheid heeft gebaard. Zij heeft geen aards centrum zoals het jodendom toen had, maar zij is zelf de hemelse Stad Gods, zoals ook haar kinderen haar niet door fysieke afstamming worden geschonken, maar krachtens Gods belofte, door de werking van Zijn Geest, door de genade van het doopsel. En daarom is zij vrij, niet gebonden aan de aarde of aan vlees en bloed, zelfs niet aan een wet die alleen maar uiterlijk zou zijn, doch aan de wet van liefde in het hart geschreven, levende normen van de Geest.

Dat is de bron van onze vreugde. Wij zijn van de zondeslavernij bevrijd, vrijgekocht door het bloed van Christus. Het aardse Jeruzalem zocht slechts de aardse glorie, de dingen van beneden en wilde niet in Christus geloven. Wij, in tegendeel, wij mogen tot het nieuwe Jeruzalem ‘van omhoog’, tot de Kerk behoren en zij zelf is van Christus vervuld. Dat is de vreugde van de Kerk die haar vandaag doet jubelen en dat is ook de oorzaak van onze blijdschap te midden van de Vasten.

Beminde gelovigen, wij lopen altijd het risico dat de grote waarheden van ons geloof te gewoon worden, te vanzelfsprekend. Soms gaan wij aan ze voorbij zonder er aan te denken. Zelfs de genade wordt niet meer als een gave beschouwd, maar als iets waarop wij recht hebben. De Kerk herinnert ons onophoudelijk hoe groot onze christelijke roeping is. Die is een zuivere, vrije genade Gods, door Christus op het kruis voor ons verdient. Wij zijn vrij geworden en wij moeten vrij blijven, vrij van de zonde. Het is dus ook voor ons een uitdaging om aan deze genade altijd trouw te blijven. Versterving en boetedoening van de Vasten kunnen ons daarbij helpen. En de vreugde van deze zondag geeft ons nog meer kracht om het einddoel te bereiken. Amen.

Pater A. Komorowski FSSP


Laetare Ierusalem



donderdag 31 maart 2011

Pinksterbedevaart Parijs-Chartres 2011

Kardinaal Vingt-Trois, aartbisschop van Parijs, celebreerde in 2010
het Lof met uitstelling van het Allerheiligste Sacrament.
Achter de kardinaal drommen de duizenden pelgrims samen
voor aanbidding van onze Heer Jezus Christus.

Op 11, 12 en 13 juni 2011 wordt de traditionele Pinksterbedevaart van de Notre-Dame van Parijs naar de Notre-Dame in Chartres voor de 29e keer georganiseerd. Het hoofdthema van dit jaar is 'Evangelie van het Leven'.

Zingend, biddend en mediterend lopen de pelgrims - die afkomstig zijn uit vele landen over de gehele wereld - tijdens het Pinksterweekend door Parijs, langs velden en bossen de aloude bedevaartsroute naar Chartres. Zij zien daarbij af van elke vorm van luxe.

Hoogtepunten zijn de dagelijkse heilige Mis buiten in het bos, de uitstelling van het Allerheiligste Sacrament en de aanbidding op de avond van Pinksteren, de aankomst in Chartres en de pontificale Hoogmis in de kathedraal.

Geestelijke begeleiding wordt verleend door vele jonge priesters uit abdijen als Le Barroux, Fontgombault, Triors, Randol, en priesters van de priesterbroederschap Sint Petrus, het Instituut Christus Koning en Hogepriester, de Congegratie Servi Jesu et Mariae en parochiepriesters. De priesters pelgrimeren met de pelgrims.

De deelname van Nederlandstaligen onder de patronage van de H.H. Martelaren van Gorkum wordt ook dit jaar gecoördineerd door de Werkgroep Mysterium Fidei (België), telefoon 0496/362363 (na 20.30 uur) | e-mail: mysteriumfidei@catholic.org en de Stichting Ecclesia Dei Delft (Nederland), telefoon +31(0)152613849 | e-mail: chartres@ecclesiadei.nl.

Zie: Verslag Pinksterbedevaart Parijs-Chartres 2010


dinsdag 22 maart 2011

Website Sint-Michaëlskapel bestaat één jaar

Vandaag is het precies een jaar geleden dat de website van de Sint-Michaëlskapel (www.caelenberg.info) online kwam. Daarmee kregen de oudste priester van Vlaanderen - professor dr Karel Van Isacker S.J. - én de door hem gebouwde kapel een eigen webstek.

In het afgelopen jaar zijn bijna 200 berichten gepubliceerd. Deze zijn in totaal ongeveer 47.000 keer bekeken. De dag met de meeste bezoekers was 26 augustus 2010, daags na het 65-jarig priesterjubileum en het overlijden van de pater.

Dagelijks wordt de site door ongeveer 40 unieke personen bezocht, soms zijn het er wat minder en soms behoorlijk meer. De populairste artikelen waren de berichten en de preken bij het jubileum en het overlijden van pater Van Isacker, maar ook de overige preken en de heiligenlevens worden graag gelezen.

Een website kan het kerkelijk leven alleen ondersteunen, maar nooit vervangen. Daarom is het zo belangrijk dat we gezamenlijk blijven bidden voor het voortbestaan van de kapel en om een vrome, heilige priester, die van harte de zielzorg in de kapel op zich neemt. Bidt de Heer van de oogst om arbeiders in Zijn wijngaard!

Bidden we ook voor de zielenrust van onze zeer geliefde pater Van Isacker.

Ter ere van de heilige aartsengel Michaël, patroon van de kapel, de volgende video.



zondag 20 maart 2011

Preek voor de tweede zondag van de Vasten


Deze is Mijn veelgeliefde Zoon, luistert naar Hem!

Epistel
1 Tess. 4, 1-7
Broeders, gij hebt van ons geleerd, hoe gij u moet gedragen en aan God welgevallig zijn; wij bidden u daarom en bezweren u bij de Heer Jezus uw levenswandel zo ook in te richten, om zodoende nog meer vooruit te gaan. Gij kent immers de geboden, die ik u gegeven heb namens de Heer Jezus. Dit toch is de wil van God: dat gij heilig wordt; gij moet u onthouden van onkuisheid; onder u moet ieder zich een vrouw weten te verwerven in heiligheid en ere, niet in hartstocht en begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen. Laat niemand zich te buiten gaan en in deze zaak de rechten schenden van zijn broeder. Immers de Heer zal dit alles wreken, zoals wij u vroeger reeds gezegd en verzekerd hebben. God immers heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar om heilig te worden, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Mt. 17, 1-9
In die tijd nam Jezus Petrus, Jacobus en diens broeder Johannes met Zich mee, en bracht hen op een hoge berg, waar zij alleen waren. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn aangezicht straalde als de zon, en Zijn klederen werden wit als sneeuw. En opeens verschenen hun Mozes en Elias, die met Hem spraken. Petrus nu nam het woord en zei tot Jezus: Heer, het is ons goed hier te zijn! Als Gij wilt, laten wij hier dan drie tenten bouwen: één voor U, één voor Mozes en één voor Elias. Terwijl hij nog sprak, overschaduwde hen op eenmaal een lichtende wolk; en plotseling klonk er uit de wolk een stem, die sprak: Deze is Mijn veelgeliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luistert naar Hem! Toen de leerlingen dit hoorden, vielen zij op hun aangezicht neer en werden zeer bevreesd. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: Staat op, en vreest niet! Toen sloegen zij hun ogen op, en zagen niemand meer dan Jezus alleen. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: Spreekt met niemand over deze verschijning, voordat de Mensenzoon van de doden is opgestaan.

Preek
Op de eerste zondag van de Vasten hield de Kerk ons het Evangelie voor ogen over de bekoringen van onze Heer, Die veertig dagen in de woestijn bad en vastte, en over Zijn overwinning van deze bekoringen. Vandaag vertelt de evangelist ons over de gedaanteverandering op de berg Tabor. Samen met drie apostelen mogen wij Christus in Zijn heerlijke glorie aanschouwen. Er zitten enkele jaren tussen deze twee gebeurtenissen (de eerste vond plaats nog voor het begin van Christus’ missie, de andere vlak voor Zijn laatste reis naar Jeruzalem), maar zij zijn in de liturgie van de Vasten naast elkaar geplaatst, en dat is niet toevallig. Christus, vastend en biddend in de woestijn, wordt ons tot voorbeeld gesteld. Zijn overwinning op de duivel moet ook ons helpen in onze strijd en beproevingen om in het geloof stand te houden. Christus is een voorbeeld dat wij tijdens deze liturgische heilige tijd op bijzondere wijze moeten navolgen. Ook wij moeten door vasten en bidden de bekoringen overwinnen. Als de Kerk ons vandaag de gedaanteverandering van Christus voor ogen stelt, dan wil zij ons daarmee laten zien welke beloning wij zullen krijgen als wij Christus in de woestijn volgen. Op de eerste zondag zien wij dus de opdracht die voor ons ligt, een uitdaging voor elke christen. Op de tweede zondag kunnen wij reeds de bekroning van onze inspanningen zien en een voorsmaak van de hemelse glorie bewonderen.

De wonderlijke gedaanteverandering vond plaats kort nadat Christus over Zijn lijden, dood en verrijzenis had gesproken. Hij deed dat niet voor de eerste keer, en opnieuw hebben de apostelen er niets van begrepen. Zij wilden het niet begrijpen, want zij waren gewoon bang om over het kruis en de dood te horen of om er zelfs maar aan te denken. Door Zijn heerlijkheid te laten zien wilde Christus niet alleen Zijn woorden bevestigen, maar ook de arme leerlingen aanmoedigen. De gebeurtenissen van Goede Vrijdag waren aanstaande.

Beminde gelovigen, de Kerk doet vandaag in haar liturgie hetzelfde. Tien dagen geleden zijn wij deze heilige tijd van boete en bekering begonnen. Misschien zijn sommigen van ons al moe en ontmoedigd. Zes weken lijken een lange tijd. Anderen willen misschien volstrekt niets over het lijden of het kruis horen. Heel vaak zijn wij zoals Christus’ leerlingen; wij willen Hem alleen volgen in Zijn glorie en grootheid, maar met Hem lijden en het kruis dragen lijkt te veel voor ons. Op Palmpasen waren de apostelen bij Jezus, maar zij verdwenen toen Hij gevangen werd genomen. Wij hebben allen de bemoediging nodig die Christus de apostelen op de berg Tabor gaf.

Onze dagelijkse ervaring leert ons hoe belangrijk het voor de mens is dat hij weet waar hij naar toe gaat, wat hij wil bereiken. Iedereen moet duidelijk het doel zien waarnaar hij streeft, hetzij aan het begin van zijn weg of halverwege. Ons christelijk leven, onze navolging van Christus, leidt tot de eeuwige glorie en tot het aanschouwen van God. Wij zijn geroepen om aan deze heerlijkheid deel te hebben. Versterving, lijden en kruis zijn geen doel in zichzelf. Zij zijn alleen onze weg naar de glorie, een noodzakelijk middel om de uiteindelijke bestemming te bereiken. Een christen mag nooit vergeten dat na de duisternis, het verdriet en de smart van Goede Vrijdag het schitterende licht en de diepe vreugde van Pasen komen. En dat moeten wij ook tijdens de Vasten overwegen. Waar bereiden wij ons in de Vasten op voor? Sint Paulus zegt tot de Korintiërs: “Als Christus niet verrezen is, is onze prediking een verzinsel en uw geloof zonder grond” (I Kor. 15, 14). Zonder het Paasfeest heeft de Vasten geen betekenis en is deze nutteloos.

Wij worden uitgenodigd om Christus te volgen, om ons eigen kruis op te nemen, onszelf te verloochenen en Hem achterna te gaan. Met andere woorden: wij worden uitgenodigd om deel te hebben aan Zijn lijden en smart. Maar daar komt nog iets bij: Door het lijden, het kruis en de dood komen wij tot de heerlijkheid. Alle versterving en onthechting aan het aardse, hoe moeilijk ook, bereiden ons op deze eeuwige zaligheid voor. Daar zit de diepe zin van al onze geestelijke en lichamelijke oefeningen en inspanningen. Het Evangelie van deze zondag geeft ons een voorsmaak van Pasen en het moet ons ook tot kracht en steun zijn, vooral als het lijden en de duisternis ons treffen. Amen.

Pater A. Komorowski FSSP


zondag 6 maart 2011

Preek voor zondag Quinquagesima


Jezus zei hem: Word ziende! Uw geloof heeft u redding gebracht.

Epistel
1 Kor. 13, 1-13
Broeders, al spreek ik ook de talen van de mensen en de engelen, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik als schallend koper of als een schetterend bekken. En al heb ik ook profetengave, en al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, zelfs al heb ik een volmaakt geloof, zodat ik bergen kan verzetten, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik niets. En al deel ik mijn gehele vermogen uit tot voedsel voor de armen, el al geef ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand, maar ik zou de liefde missen, dan baat het mij niets. De liefde is lankmoedig, - zij is goedig, - de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet onbehoorlijk, - zij is niet verwaand, - zij is niet eerzuchtig; zij zoekt niet zichzelf, - zij wordt niet verbitterd, - het kwaad blijft zij niet indachtig; zij is niet verheugd over de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich met de waarheid; alles verdraagt zij; alles gelooft zij; - alles hoopt zij; alles verduurt zij. De liefde vergaat nooit, al zullen profetengaven ook verdwijnen, al zullen talen ook verstommen, al zal de kennis ook te niet gaan. Want onvolmaakt slechts is ons kennen, en onvolmaakt slechts is ons profetere; als echter het volmaakte komt, dan zal wat onvolmaakt is, zonder meer verdwijnen. Toen ik nog kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind; maar nu ik man geworden ben, heb ik aan het kinderlijke een eind gemaakt. Nu zien wij in een spiegel, vaag als in een raadsel; dan echter van aangezicht tot Aangezicht. Nu ken ik slechts onvolmaakt; dan echter zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend werd. Nu blijven nog: geloof, hoop en liefde, deze drie; de grootste echter van deze is de liefde.

Evangelie
Luc. 18, 31-43
In die tijd nam Jezus de Twaalf afzonderlijk bij Zich, en zeide hun: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en alles zal vervuld worden, wat door de profeten over de Mensenzoon geschreven is; want Hij zal worden overgeleverd aan de heidenen, en Hij zal worden bespot, mishandeld en bespuwd; en zij zullen Hem geselen en doden; - maar op de derde dag zal Hij verrijzen. Doch zij begrepen er niets van; dat woord was voor hen duister, en zij verstonden niet, wat er gezegd werd. Toen Hij nu Jericho naderde, zat er een blinde aan de weg te bedelen. Deze hoorde de menigte voorbij gaan, en vroeg, wat er te doen was. En men zeide hem: Jezus van Nazareth komt voorbij. Toen begon hij te roepen: Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner! De mensen echter, die vooraan liepen, gaven hem dreigend te verstaan, dat hij moest zwijgen. Maar hij riep nog veel harder: Zoon van David, ontferm U mijner! Toen bleef Jezus staan, en liet hem bij Zich brengen. En toen hij bij Hem gekomen was, stelde Hij hem de vraag: Wat wilt gij, dat Ik voor u zal doen? En hij antwoordde: Heer, dat ik toch moge zien! Toen zeide Jezus hem: Word ziende! Uw geloof heeft u redding gebracht. En terstond kon hij zien, en hij volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte. En toen het volk dit zag, brachten zij allen lof aan God.

Preek
Op de laatste zondag voor de Vasten brengt de Kerk ons, met de woorden van Jezus Zelf, in herinnering wat wij in deze tijd gaan herdenken: Zijn heilig lijden, dood en verrijzenis.

“Jezus nam de Twaalf afzonderlijk bij Zich en sprak tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem en alles wat door de profeten over de Mensenzoon is geschreven zal worden vervuld; want Hij zal worden overgeleverd aan de heidenen; Hij zal worden bespot, mishandeld en bespuwd. Men zal Hem geselen en doden, maar op de derde dag zal Hij verrijzen." (Lc. 18, 31-43.) Dat waren heel duidelijke woorden. De apostelen wisten natuurlijk heel goed wat Jezus zei. Het was trouwens niet de eerste keer dat Hij over Zijn aanstaande lijden had gesproken. Maar zij hebben het niet begrepen. Drie keer herhaalt de heilige Lucas dat zij ontoegankelijk waren voor het begrip van Jezus’ lijden. “Zij begrepen er niets van… dat woord was voor hen duister… en zij verstonden niet wat er werd gezegd.” Zij konden het niet inpassen in hun denken. Vol van hun eigen idealen en vervuld van wereldse verlangens droomden zij van een nieuw Israël en van de eerste plaatsen die zij daarin zouden innemen.

Het is niet zonder reden dat de evangelist onmiddellijk op de lijdensvoorspelling de genezing van de blinde van Jericho beschrijft. Het gold als nog een ander teken voor de apostelen, namelijk dat Christus de Heer is en blijft, ondanks Zijn toekomstig lijden. Maar zij waren geestelijk nog blind en hun geloof was te zwak om dat alles te begrijpen. De blinde die uit geloof om genezing bad, werd genezen en kon zien. De apostelen waren zo ver nog niet.

Beminde gelovigen! Het is niet zo gemakkelijk om het lijden te waarderen, vooral niet ons eigen lijden. Het is zelfs niet eenvoudig besef te hebben van wat Jezus' lijden voor ons betekent. Hier moet Gods genade werken; hier is een bijzonder licht nodig, het licht van de Heilige Geest. Het is bijzonder opvallend dat de apostelen na de neerdaling van de Heilige Geest ook in dit opzicht zijn veranderd. Met het Licht van boven begrepen zij alles.

Wij zijn zo gemakkelijk blind voor het mysterie van het lijden; wij zijn verblind en soms willen wij niet zien en niet begrijpen. Als het lijden ons treft in datgene wat ons het meest dierbaar is, als het ons raakt in ons diepste wezen, dan is het zo moeilijk daarin de hand van de Heer te zien. Dan komen er vele vragen: Waarom bestaat het lijden eigenlijk? Waarom treft het mij? Waar blijft God met Zijn vaderlijke voorzienigheid? De wereld tracht ons tot wantrouwen te brengen, tot twijfel, tot ongeloof zelfs. Voor de wereld heeft het lijden geen betekenis en geen waarde; het is zinloos. Maar niet voor een christen. Niet voor iemand die in de voetsporen van Christus wil stappen. En daartoe zijn wij allen, als gedoopten, geroepen. Wij zijn vanaf ons doopsel met het teken van het kruis bestempeld. Wij worden door Zijn lijden en Zijn kruis gered. Wij moeten er ook deel aan hebben.

Beminde gelovigen, er is geen verlossing zonder kruis, geen verlossing zonder lijden. Wij weten pas hoe moeilijk het is de gekruisigde Christus te volgen als het lijden aan onze deur klopt. Het aanvaarden, opofferen en beleven van dat lijden is ons christelijk lot; dat is onze christelijke roeping. Maar omdat wij zo vaak blind zijn, moeten wij herhaaldelijk tot Christus roepen en Hem vragen om het diep-inwendige licht van de Heilige Geest. In dat Licht mogen wij zien en begrijpen wat Zijn heilig lijden betekent voor mij, voor de Kerk en voor de wereld. Dat moeten wij ontdekken of herontdekken tijdens de komende Vasten. Amen.


zaterdag 5 februari 2011

Gebed om heilige priesters

God, almachtige Vader, Gij hebt het verlossingswerk van Uw Zoon, de redding en het heil van de wereld, aan de priesters als Zijn plaatsvervangers toevertrouwd. Wij bidden U, schenk ons heilige priesters, die door het vuur van Uw goddelijke liefde ontvlamd, niets anders zoeken dan de vermeerdering van Uw eer en van het heil der zielen.

God, altijd verhoort Gij vol liefde Uw dienaren die in nood verkeren. Wij danken U voor Uw goedheid en vragen ootmoedig dat Gij ook deze keer ons gebed wilt verhoren.

En gij, Maria, liefdevolle Moeder, bescherm alle priesters in de gevaren van hun heilige roeping, bid voor hen en verkrijg voor hen de genade dat zij aan hun verheven uitverkiezing altijd getrouw mogen blijven.

Heilige Jozef, patroon van de heilige Kerk en patroon van ons land, bid voor de priesters.
Heilige pastoor van Ars, patroon van de priesters, bid voor ons.
Heilig Michaël, patroon van onze kapel, bid voor ons.



vrijdag 4 februari 2011

Pontificale Hoogmis in Brussel (vervolg)


De aartsbisschop en zijn gevolg arriveren bij het priesterkoor.
Het altaar wordt bewierookt.
De aartsbisschop presideert de heilige Mis vanaf de bisschoppelijke troon.
Als representant van Christus komt hem deze waardigheid toe. Links en rechts worden mijter en staf gedragen.
Een overzicht van het priesterkoor.
Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr André-Joseph Léonard tijdens de homilie.
Na afloop van de twee uur durende Hoogmis had de aartsbisschop bij de uitgang van de kerk
voor elke aanwezige nog een luisterend oor en een vriendelijk woord.
Een groepsfoto van de aartsbisschop met de deelnemende priesters.

dinsdag 1 februari 2011

Pontificale Hoogmis in Brussel


Foto: © 2011, D.H.L. van Dinh
In een tot de laatste plaats bezette Minimenkerk in Brussel droeg mgr André-Joseph Léonard, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, de Hoogmis op op de vierde zondag na Driekoningen (30 januari). Diaken en subdiaken waren de FSSP-paters M. Kromann Knudsen en A. Komorowski.

De pontificale Hoogmis markeerde de start van een nieuw apostolaat van de Priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP) in de kerk van Sint Jan en Sint Stefaan ter Minimen.

Bij de feestelijke Hoogmis waren behalve veel gelovigen ook vele misdienaars, seminaristen en priesters aanwezig; onder hen ook de regionaal-overste van de priesterbroederschap voor de Benelux, pater H. Hygonnet, en de generaal-overste, pater J. Berg.
Pater Hygonnet is door mgr Léonard benoemd als parochievicaris van de Minimenkerk voor de buitengewone vorm van de Romeinse ritus.

Hoewel mgr Léonard, als bisschop van Namen, vaker de Tridentijnse Mis heeft gecelebreerd, was dit de eerste keer in meer dan veertig jaar dat in België een residerend aartsbisschop een Hoogmis in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus heeft opgedragen.

Aan het slot van de twee uur durende Mis geeft de aartsbisschop de plechtige zegen.

vrijdag 21 januari 2011

Noveengebed ter ere van Don Bosco: voor een heilig priester voor de Sint-Michaëlskapel


Op 31 januari viert de Kerk het feest van de heilige Johannes Bosco, beter bekend als Don Bosco. Het is een oud gebruik om op de negen dagen voor zijn feestdag een noveen te houden voor een bijzondere intentie.

Intentie
Op 25 augustus 2010 overleed onze geliefde pater Karel Van Isacker S.J. Sindsdien heeft de Sint-Michaëlskapel geen eigen priester meer. Hoe dankbaar wij ook zijn voor de gastpriesters die van harte de heilige Mis komen opdragen in onze kapel, voor een goede zielzorg en voor het leven van de Kerk is het van groot belang dat de kapel zou beschikken over een eigen priester die in de Traditie van de Kerk de sacramenten wil toedienen en dagelijks het heilig Misoffer opdraagt, zoals de stichter van de kapel, pater Van Isacker z.g., dat vele jaren heeft gedaan.

Aan wie zouden wij deze intentie beter kunnen voorleggen dan aan een van de grootste en heiligste priesters die de Kerk ooit heeft gekend? Johannes Bosco had een grote liefde voor de heilige Eucharistie en was een vurig vereerder van de heilige maagd Maria. Bidden wij deze negen dagen, van 22 tot en met 30 januari, op voorspraak van de heilige Don Bosco om een goede, zuivere, vrome en heilige priester voor de uitoefening van de priesterlijke taken in onze kapel.

Gebed
Jezus, eeuwige Herder van de zielen, verhoor de gebeden die wij U brengen voor een nieuwe priester voor onze kapel. Herken daarin de uitdrukking van Uw innigste wens. Is het niet tot de priesters dat de tederste en de gevoeligste liefde van Uw Hart zich richt, die diep ingrijpende liefde, waarin zich al de banden verenigen, die U aan de zielen vasthechten?
Jezus, denk aan zoveel schepselen die lijden en behoefte hebben aan een hart dat hen troost door ze in Uw eigen Hart te verbergen. Denk aan al die zielen welke tot de volmaaktheid zouden kunnen komen, mochten ze maar op hun levensweg kennis maken met de werking van een heilige, ijverige priester.

Onbevlekte Maagd, Moeder van de Eeuwige Priester, evenals Hij zijt gij priester en altaar te zamen. Gij hebt Johannes, de welbeminde priester van Jezus, tot uw eerste zoon aangenomen. In de zaal van het Cenakel hebt gij de vergadering van de apostelen als hun koningin voorgezeten. Wil onze ootmoedige smeekbede met uw heilige lippen herhalen; doe er de klanken van weergalmen in het Hart van uw goddelijke Zoon, en verkrijg voor ons de grote gave van een vrome en heilige priester.

Heilige Don Bosco, met vertrouwen doen wij een beroep op uw bijzondere voorspraak om geestelijke en materiële genaden voor de gelovigen van de Sint-Michaëlskapel in Niel-bij-As. Op aarde gaf u getuigenis van een grote devotie tot Jezus in het Allerheiligst Sacrament des Altaars en van een vurige verering van de heilige maagd Maria, Hulp der Christenen. U bent altijd bewogen geweest door de mensen in nood. Verkrijg voor ons van Jezus en Zijn hemelse Moeder de genade van een vrome en heilige priester voor onze kapel.

Onze Vader...
Wees gegroet...
Eer aan de Vader...

Jezus, eeuwige Hogepriester, geef ons een heilige priester.
Maria, Hulp der Christenen, bid voor ons.
Heilig Don Bosco, verdediger van de minsten, de laatsten en de verlorenen, bid voor ons.


zondag 16 januari 2011

Preek voor de tweede zondag na Driekoningen


"Doet alles wat Hij u zal zeggen."
Epistel
Romeinen 12, 6–16
Broeders, de gaven die wij bezitten, zijn verschillend overeenkomstig de genade, die ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik ze dan volgens de eisen van het geloof; is het een of ander dienstwerk, geef u aan dat ambt; hebt gij te onderrichten, wijd u aan het onderricht; moet gij prediken, leg u toe op de prediking. Wie de armen bedeelt, laat hij het doen in eenvoud; wie in de overheid gesteld is, doe het met zorg; wie barmhartigheid beoefent, laat hij dat doen met blijmoedigheid. De liefde moet zijn zonder huichelarij. Hebt een afschuw van het kwade, en blijft gehecht aan het goede. Bemint elkander met broederlijke liefde. Gij moet voorkomend zijn in hoogachting voor elkander. Wilt in uw ijver niet verslappen; weest vurig van geest en dient de Heer. Laat de hoop u blijmoedig maken. Gij moet geduldig zijn in lijden, blijft volharden in het gebed. Helpt de gelovigen in alle nood, en beoefent de gastvrijheid. Zegent hen, die u kwaad doen; zegent hen, en vloekt hen niet. Wilt blij zijn met de blijden en wenen met hen, die wenen. Blijft eensgezind onder elkander; wilt niet streven naar wat groot schijnt, maar weest tevreden met het kleine.

Evangelie
Johannes 2, 1–11
In die tijd, werd er te Kana in Galilea bruiloft gevierd; ook de Moeder van Jezus was daar tegenwoordig; en Jezus werd met Zijn leerlingen eveneens op de bruiloft genodigd. Nu kwam er gebrek aan wijn, en de Moeder van Jezus zeide Hem: “Zij hebben geen wijn meer.” Jezus antwoordde haar: “Vrouw, wat wilt gij van Mij? Mijn uur is nog niet gekomen.” Zijn Moeder zeide dan tot de bedienden: “Doet alles, wat Hij u zal zeggen.” Nu stonden daar vanwege de joodse reinigingsgebruiken zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Jezus sprak tot hen: “Vult de kruiken met water.” En zij vulden ze tot boven toe. Dan zeide Hij tot hen: “Schept er nu wat uit en brengt het naar de hofmeester.” Dat deden zij. De hofmeester proefde van het water, dat wijn was geworden; en daar hij niet wist, waar deze vandaan kwam, - de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het wel – riep hij terstond de bruidegom en zeide tot hem: “Iedereen begint met de goede wijn op te zetten, en wanneer er goed gedronken is, komt men met een mindere soort; maar gij hebt de beste wijn bewaard tot nu toe.” Zo deed Jezus Zijn eerste wonder te Kana in Galilea, en openbaarde er Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen werden bevestigd in hun geloof in Hem.

Preek
Het heilig Evangelie voor deze zondag, beminde gelovigen, bevat een diepe symbolische zin, die de heilige Kerk ons in haar liturgie voorhoudt. Want wat in het Evangelie wordt verhaald ziet de Kerk niet alleen als een historisch feit, als een eerste openbaring van de wondermacht van Jezus in een ver verleden. Dit feest van Kana duurt voort, maar nu in een hogere werkelijkheid, namelijk in het offer van de Mis.

De Kerk is zich bewust dat zij de bruid is van het Lam, al is de Bruidegom van de aarde weggenomen en al zal eerst in het hemelse Jeruzalem de vreugde van de vereniging volkomen zijn. De Kerk weet, te midden van de beproevingen van deze wereld, dat zij met de Heer verbonden blijft, dat Christus haar Zijn goddelijke krachten meedeelt en dat het huwelijk van het eeuwige Woord met de menselijke natuur vruchtbaar wordt in haar schoot. Dit bewustzijn vervult de Kerk bovenal wanneer zij de heilige liturgie van de Mis voltrekt op het verheven altaar, waardoor de Bruidegom aanwezig komt onder de sluier van de geconsecreerde gedaanten van brood en wijn.

Beminde gelovigen, in de heilige gedaanten van het verheven Sacrament van het altaar ligt het diepe, symbolische verband met de bruiloft te Kana, want in de Mis wordt wederom – en nu na het gebed van de Kerk wier beeld opnieuw de Moeder Gods is – het water van onze geringheid, dat zijn de druppels water die tijdens de offerande vermengd worden met de wijn, veranderd in de vurige wijn van de godheid.

Christus Zelf, de Heer, is de goede wijn die de Vader tot nu toe, tot het einde van de tijden voor de zijnen heeft bewaard en die Hij ons reikt in het offer van de heilige Mis. In de heilige communie wordt de Heer Zelf, naar een woord van de heilige Ambrosius, de spijs en drank die het deel is van de kinderen van God.

Deze wijn die de liefde van de Bruidegom ons biedt om ons te brengen tot liefde tot Hem en om alle vergankelijke ijdelheid te doen vergeten, verenigt ons allerinnigst met de Heer en maakt ons aan Hem gelijkvormig. Denken wij hierbij aan de woorden van Zijn belofte “Wie Mijn Vlees eet en Mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” of “Hij leeft door Mij gelijk Ik leef door de Vader”.

Zoals te Kana het water in wijn werd veranderd, zo wordt onze zwakke en sterfelijke natuur door deze wijn van de goddelijke barmhartigheid gezuiverd en gesterkt tot een diepe en vurige gelijkenis aan God, zoals de priester bidt bij de vermenging van wijn en water “Geef dat wij door dit mysterie van water en wijn deelachtig worden aan de godheid van Hem Die Zich verwaardigde onze mensheid aan te nemen”.

En zoals op de bruiloft, waar het Maria was die Jezus de goede wijn deed schenken, zo is het ook de allerheiligste Moeder van God die aan de broeders en zusters van Christus de geestelijke wijn geboden heeft, het Vlees en Bloed van Jezus, haar Zoon, Die zij ter wereld heeft gebracht in de Kerstnacht. Amen.

dinsdag 11 januari 2011

Pontificale Hoogmis in Brussel

Ter gelegenheid van het begin van een nieuw apostolaat van de Sint-Petrusbroederschap (FSSP) in Brussel zal mgr André-Joseph Léonard, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, op

zondag 30 januari 2011 om 18.30 uur

de Hoogmis in de Tridentijnse ritus opdragen in de Minimenkerk (Sint Jan en Sint Stefaan ter Minimen) aan de Minimenstraat 62 te Brussel.

Bij deze feestelijke gelegenheid zal ook pater John Berg, generaal-overste van de priesterbroederschap Sint Petrus, aanwezig zijn.

Zie: De website van de Priesterbroederschap Sint Petrus in de Benelux.


zondag 9 januari 2011

Feest van de Heilige Familie

Transeamus




Latijn

Transeamus usque Bethlehem
et videamus hoc verbum quod factum est.
Mariam et Joseph et Infantem positum in praesepio.

Transeamus, audiamus multitudinem
militiae coelestis laudantium Deum,
Mariam et Joseph et Infantem
positum in praesepio.

Gloria, Gloria in Excelsis Deo.
Gloria, Gloria et in terra pax hominibus.
Bonae voluntatis, et in terra pax.
Transeamus et videamus quod factum est.


Nederlands

Laat ons naar Bethlehem gaan
En het Woord aanschouwen dat (mens) geworden is
Maria en Jozef en het Kind,
in een kribbe gelegd

Laat ons gaan aanhoren de menigte
van Hemelse Heerscharen die God loven
Maria en Jozef en het Kind,
in een kribbe gelegd

Ere, Ere zij God in den Hoge
Ere, Ere en vrede op aarde voor de mensen
van goede wil, en vrede op aarde
Laat ons gaan en zien wat gebeurd is.