dinsdag 21 september 2010

Preek ter gelegenheid van het 65-jarig priesterjubileum
van prof. dr Karel Van Isacker S.J.


Dierbare jubilaris,

Vijfenzestig jaar geleden bent u tot priester gewijd en deze avond vieren wij samen met u dit briljanten jubileum in deze Sint-Michaëlskapel, die u zo dierbaar is. In trouwe dankbaarheid en in dankbare trouw gedenkt u het grote geschenk van de priesterwijding, dat u door Gods genade hebt mogen ontvangen. Bij gelegenheid van de sluiting van het jaar van het priesterschap op vrijdag 11 juni heeft paus Benedictus het in zijn homilie nog eens herhaald: “Het priesterschap is niet slechts ambt, het is sacrament. Het priestersacrament deelt met de andere sacramenten dat het genadegave is. Priester zijn is een gave en een mysterie, een onverdiende gave.”

Een plechtige Hoogmis,
waarbij de priester geassisteerd werd
door diaken en subdiaken.

Bij de priesterwijding bidt de Kerk in het wijdingsgebed: “Hernieuw in hen de Geest van heiligheid. Geef, God, dat zij trouw blijven aan het ambt, dat zij uit Uw hand ontvangen. Hun leven moge voor allen aansporing en richtsnoer zijn.” “Hernieuw in hen de Geest van heiligheid”. Het fundament van onze priesterwijding is het doopsel. In dit sacrament werd ons de Geest van heiligheid geschonken. Daarom zijn we als priesters onze ouders zo dankbaar dat zij ons destijds hebben laten dopen. De priesterwijding is een radicalisering van deze heiligheid. De priester behoort niet alleen Christus voor te leven die hij tevens in de sacramenten en de prediking vertegenwoordigt. Hij behoort daarenboven als eerste Gods heiligheid te zoeken en gestalte te geven. De zalige priester Poppe schrijft hierover zeer treffend aan zijn medebroeders in het priesterambt: “Vast en zeker: de priester is een andere Christus. Als een tweede Christus moeten wij inwendig zijn, en toch uitwendig verschijnen bij de mensen; dat wil zeggen: geen gewone priesters zijn maar heiligen!”

De priester moet juist in onze dagen allereerst Gods heiligheid pogen voor te leven. Hij behoort niet mee te gaan met de gewoonte van de dag en het gemak van de dag, maar hij behoort daartegenover Christus gestalte te geven. Jezus’ opdracht – “Gaat uit over de gehele wereld en maakt alle mensen tot Mijn volgelingen” (Mt. 28, 19) – beduidt geen aanpassing aan de wereld en geen opgaan in de wereld, maar bekering van de wereld en binnenvoeren in Gods mysterie en de mens uit het profane opheffen naar het sacrale. Het is eigen aan het christendom – zoals bij gist of zout of het mosterdzaadje – om niet samen te vallen met de wereld, maar de wereld te doordringen. Wat blijft over van religie wanneer het heilige ontbreekt? Geachte jubilaris, is dit niet doorheen de jaren van uw verblijf alhier uw grote betrachting geweest?

Aan de kapel was een grote tent bevestigd om plaats te bieden aan de vele, van heinde en verre toegestroomde gelovigen.

Priester worden in de Kerk betekent binnentreden in de zelfgave van Christus. Naar het voorbeeld van de Goede Herder is elke priester geroepen om zijn leven te geven voor zijn schapen. De priester die veel en goed bidt, wordt steeds meer van zichzelf ontdaan en steeds meer verenigd met Jezus, de Goede Herder en de Dienaar van allen. Zo wordt hij ‘oblatio pro fratribus’ of om het met de woorden van de dichteres te zeggen: “Heer, het hart van Uw priester is hostie met U.” Uw ordestichter en geestelijke vader Sint Ignatius van Loyola bad steeds met grote vurigheid: “O welbemind Woord van God, leer mij edelmoedig te zijn en U te dienen, zoals Gij het waardig zijt: Leer mij te geven zonder te tellen, strijden zonder mij om wonden te bekommeren, arbeiden zonder rust te zoeken, mij geheel en al weg te schenken, zonder enig ander verlangen dan het bewustzijn Uw heilige Wil in alles te volbrengen.” Zoeken mensen niet de priester die nederig is, oprecht bidt en in verbondenheid met God leeft? Deemoed leert bidden. En is de biddende priester niet nog wervender dan de handelende priester? Laat hij evengoed beide doen. Maar laat hij daarom biddend handelen maar nooit handelen zonder te bidden.

Ook in de tent werd aan een extra communiebank
de heilige communie uitgereikt.

Wij priesters moeten allereerst terugkeren naar bidden, leven met Christus, God danken en prijzen, Hem beluisteren en Hem alles voorleggen wat ons beweegt. Moge iedere priester beleven wat hij leert en doen wat hij verkondigt. Moge zijn leven volledig samenvallen met zijn ambt. Laat hij eigen zwakheid beseffen in vertrouwen dat Gods genade hem zal vullen. Laat hij dienen zoals Christus heeft gediend.

Dierbare jubilaris, zeer eerwaarde pater Van Isacker, vandaag dank ik met de velen hier aanwezig van harte de Heer om het getuigenis van uw priesterschap, om de grote eenvoud en hartelijkheid en het toegewijd geloof waarmee gij als ware zoon van Sint-Ignatius uw priesterambt vervult. Uw trouw aan het geloof van onze vaderen en uw gehechtheid aan ons Vlaamse volk zijn voor velen tot op de dag van vandaag een lichtbaken op hun levensweg.
Samen met hen bid ik dat God u op deze dag royaal moge zegenen!

Niel-bij-As, 24 augustus 2010

Pater Luc Michiels o.praem.,
pastoor te Kortenbos-Sint Truiden



De aanwezige priesters verzameld voor een groepsfoto buiten de kapel.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen