dinsdag 11 mei 2010

Hoe wij het wondere Mariabeeldje verkregen


In 1988 kocht ik de ´Kleine Caelen' (zo werd deze Kempische hoeve genoemd in een artikel over de oude boerderijen van Niel-bij-As). Pater Van Isacker die nu en dan de streek bezocht, was sinds kort professor-emeritus. Ik vroeg hem eens te komen zien, en of het niet mogelijk was de schuur om te bouwen tot een kapel, om er de eerbiedwaardige Romeinse H. Mis op te dragen. Ik vroeg hem ook of hij er de dienstdoende priester zou willen zijn. De Kerk immers verkeerde in een vreselijke crisis. Het voorstel wees hij niet af, temeer omdat – zo zegde hij – hij als priester voor de Kerk nog iets zou willen doen. Nadat hij de toelating hiervoor had gekregen van zijn provinciaal, en later ook van de bisschop van Hasselt Monseigneur Heuschen, begonnen we met de restauratie.

Toen wij kinderen waren was de Caelenberg dikwijls het doel geweest van onze wandeltochten. De natuur was er prachtig. Tegen de hoogste boom boven op de berg hingen we een Maria-kapelleke, en baden er telkens een 'weesgegroet'.

In deze donkere tijd mochten we hopen dat de lichtbrengende Moeder-maagd ons vanuit de hemel een straal van haar licht zou zenden. Mochten wij het nog smeulend Christi-vuur brandend houden, opdat het eens opnieuw Vlaanderen en het Avondland in brand zou zetten. Mocht zij, de innig wenkende vanuit de hemel, eens opnieuw de koningin van ons volk zijn. Het stond vast dat deze kapel en deze berg aan haar zouden worden toegewijd. We kozen de heilige Lutgardis, afkomstig van Tongeren, het oudste Mariaoord aan deze zijde van de Alpen, als beschermvrouwe. Haar naam immers betekent 'behoedster van het volk'.

Intussen bedelde Pater Van Isacker in zijn orde en in enkele kloosters wat nodig was voor de toekomstige kapel. Op een dag nodigde hij me uit mee te gaan naar het Sint Barbaracollege van de jezuïeten te Gent. De broeder die instond voor de sacristie loodste ons door een gesloten duistere kerk. We kwamen voorbij een altaar dat stond in een plaats die deel leek uit te maken van de sacristie. Plotseling viel mijn oog op een plaasteren Mariabeeld, ongeveer een meter hoog. Het stond verloren op een kant van het altaar. Op de andere kant stond een even groot beeld van het Kindje Jezus van Praag. Omdat wij nog geen Mariabeeld hadden, en we ervan droomden er ooit een te vinden van hout met de glans van schoonheid uit het verleden, dacht ik bij mezelf dat we misschien dit konden vragen om het voorlopig in onze kapel te plaatsen. Ik suggereerde het aan de broeder, die er op antwoordde dat het eigenlijk een houten beeld was, maar in de loop van de tijd met plaaster werd overdekt. "Ik zal het vragen aan de rector", zegde hij. Pater Van Isacker zou hem enkele dagen later telefoneren.

Nadat de rector zijn toestemming had gegeven, ging Pater Van Isacker terug naar Gent om het beeld te halen. Staf Pyl, de kunstenaar uit Sint-Niklaas, die voor de kapel een glasraam maakte, was eens bij ons. Hij nam het beeld mee en deed er voorzichtig het plaasteren omhulsel van af. Welke metamorfose, toen hij het beeld terug bracht! Het overtrof al onze verwachtingen. Het was een notelaren beeld, vermoedelijk Franse stijl, eind achttiende eeuw. Een schoner beeld hadden wij niet kunnen dromen.

Pater Van Isacker begon dan stelselmatig de archieven van de jezuïetenorde uit te pluizen, om over dit beeld meer te vernemen. We waren als het ware van de hand Gods geslagen, toen we de geschiedenis van dit kleinood ontdekten.

Dit beeld had model gestaan voor de beeldhouwer, J.B. De Cuyper uit Antwerpen, die het grote marmeren Mariabeeld in 1846 voor de jezuïetenkerk te Gent had gemaakt, dat op 9 mei 1860 door de nuntius werd gekroond in tegenwoordigheid van de bisschoppen van Gent en Brugge, en dat een jaar later op 9 mei de naam kreeg 'Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen'.

Naast Sint-Lutgardis kwam zij als de 'Hoge Vrouwe van Vlaanderen' nu zelf tronen in de kapel en op de berg die wij haar hebben toevertrouwd. En daarom hebben wij elk jaar op 9 mei de feestdag van Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen gevierd. Het koor zingt dan de Gregoriaanse mis die ter harer ere werd opgesteld door Dom Pothier van Solemnes.

D.B.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten