maandag 22 maart 2010

Een monument van een historicus: Karel Van Isacker


Laatste zondag van juni, staalblauwe hemel, gloeiende zon. Een uitgelezen dag om in de schaduw van een oude linde een uniek feest te beleven. Groots in zijn soberheid, sacraal in zijn uitvoering. Karel Van Isacker, de historicus-jezuïet, of moet het in een andere volgorde, wordt 90. Ruim een derde van zijn leven (1950 tot 1983) was hij verbonden aan de UFSIA als de flamboyante maar briljante hoogleraar geschiedenis.

Het zag er anders een paar weken voor zijn verjaardag op 26 juni, niet zo best uit. Een longontsteking is voor niemand gezond … en bij ongehoorzaamheid aan de medicijnman wordt het gevaarlijk. Ook een wijs man, wat van een jezuïet mag worden aangenomen, die tot zijn 33ste studeerde, moet luisteren naar zijn dokter, die, zij het in een andere materie, even lang met zijn neus in de boeken stak. Van Isacker werd geboren in 1913. Vader, West-Vlaming, advocaat en historicus, werd in 1919 volksvertegenwoordiger voor de toenmalige katholieke partij. Van ’31 tot ’38 ook minister, achtereenvolgens van vervoer, nijverheid en arbeid en economische zaken. Zoon Karel volgde de humaniora bij de Jezuïeten in Aalst en trad in ’33 toe tot de orde. Na de lange en gedegen opleiding – hij promoveerde bovendien in ’41 tot licentiaat geschiedenis aan de K.U.Leuven – werd hij in ’45 priester gewijd. In ’50 start zijn academische carrière als hoogleraar aan de Handelshogeschool Sint-Ignatius, waar hij dertig jaar lang de groeipijnen en -vreugden zou beleven van een kleinschalige tweetalige hogeschool met een paar honderd studenten tot de Universitaire Faculteiten met duizenden studenten.

De auteur-prof

Bij de studenten was Karel Van Isacker al gauw een geliefd en gerespecteerd prof. Een man met een volle naam, een bijnaam is ons niet bekend. En dat past precies in het beeld dat ieder die hem op zijn weg ontmoette, intrigeerde: een rechtlijnig man, met normen en principes, met een gezond conservatisme. In Geschiedenis voor mensen schrijft hij in ’64 dat “geschiedenis de subjectieve, maar eerlijke interpretatie van het verleden moet zijn, vanuit de beleving van de eigen tijd. De verklaring van de eigen wereld door het inzicht in haar historische achtergrond. Dat maakt van de historicus een herschepper in plaats van louter registrator. Na het verzamelen en schiften van documenten, het wetenschappelijke onderdeel van historiografie, begint de kunst van de geschiedenis.” Huiverende positivisten – om de mogelijke teloorgang van de zogenaamde wetenschappelijke objectiviteit van de geschiedschrijving – vergeten dat verbeelden en verzinnen twee verschillende zaken zijn en dat precies elke vorm van kunst met de mens als object het mysterie benadert. Van Isacker revolteerde als het ware tegen de verwetenschappelijking van het vak geschiedenis. Die evolutie impli-ceert dat de kunstenaar beknot wordt, wat dan weer een gemiste kans is...

In ’54 doctoreerde hij met het proefschrift Werkelijk en wettelijk land, maar hij zou algauw nog meer naam maken met werken als Het Daensisme (1959), Meesters en huurlingen (1963), Afscheid van de havenarbeider en Herderlijke brieven over politiek 1830-1966. Met het essay Het land van de dwazen bestempelt hij de stelselmatige vernieling van de natuur, de opoffering van schoonheid en oorspronkelijkheid op het altaar van de welvaart, als een onlosmakelijk gevolg van hebzucht. De enige valide oplossing heet: onthechting, maar die oplossing is onontvankelijk zonder milieu waarin deze deugd kan gedijen... De kip of het ei... waar begint het?

Vlaming op de barricade

Met Irma Laplasse, stukken voor een dossier en Het dossier Irma Laplasse, kritiek van een repressie-dossier stak Van Isacker zijn nek uit voor een in ’45 – volgens de geschiedschrijver onterecht – terechtgestelde volksvrouw. Zij zou het slachtoffer zijn geworden van haat en wraakgevoelens. Een verbijsterende lichtzinnigheid bij zowel openbare aanklager als krijgsgerecht brachten haar ter dood. Van Isacker beoogde een herziening van haar proces, dat er ook kwam.Tot zijn diepe ergernis leidde de herziening echter niet tot een postume vrijspraak, maar tot een omzetting van de doodstraf in levenslang. Een ironische uitspraak over iemand die werd terechtgesteld...

Met Mijn land in de kering 1930-1980, met in het eerste deel het Vlaanderen van voor de Eerste Wereldoorlog, doet hij een poging om de actualiteit van 150 jaar geschiedenis te leren begrijpen … De zin van haar evolutie – of is het devaluatie? – van vriendelijke samenleving tot betonmaatschappij. Deel twee, De enge ruimte 1914-1980, beschrijft de geschiedenis van een om zijn ongerechtigheid verwerpelijke tijd. Zijn stokpaardje ‘onthechting’ duikt er overduidelijk in op. Zo schrijft hij: “Er is slechts kans op een toekomst als de mens erin slaagt te breken met de doem van een bestaan dat op louter stoffelijke welvaart is gericht.” En nog: “Een demonisch bestel en de radeloosheid zijn vruchten van dwaze trots, waanidee dat we God kunnen missen.”

De prof

Dertig jaar hoogleraar betekent ook dertig keer een aula vol nieuwe studenten. Niet alleen het eerste college, maar een academiejaar lang. Want Van Isacker was het soort prof aan wiens lippen je hing. De begeesteraar, die in zijn conservatisme vooruitstrevend en zelfs een tikkeltje avant-gardistisch was. De scherpzinnige lesgever, die streng was voor zichzelf en dus ook voor anderen. De briljante geest, die graag op niveau bleef. Zo ook met zijn studenten, bij wie hij dus nauwelijks domheid tolereerde. Hij kon ook wel vervaarlijk stekelig uit de hoek komen en hij was flamboyant. Zo kwam hij op de binnenkoer van de Prinsstraat aangereden op zijn motorfiets. Geen alledaags gezicht, een jezuïet in motard-outfit op een 250 cc, anachronisme van de bovenste plank. Cool, heet dat nu. Pater Van Isacker kwam in de jaren ’60 ooit op een avond binnen in het internaat (toen nog op de UFSIA zelf), waar de studenten net een machtsspelletje speelden met pater Van Den Daele: één televisie en twee programmaverzuchtingen. Zonder veel omhaal koos Van Isacker de kant van de studenten. Een vinnig onderonsje tussen spitsbroeders-jezuïeten was het gevolg, met als resultaat dat de studenten én Pater Van Isacker naar hun programma keken. Niets menselijks was hem dus vreemd...

Van Isacker was er de man niet naar om zijn syllabus voor te lezen. De onderwerpen die hem als auteur bezighielden, waren ook de boeiende stokpaardjes van de prof. Als examinator was hij niet de boeman die de student ontreddert. Niettemin was hij streng in zijn oordeel, maar als je verhaal zin had, dan was hij een geboeid luisteraar. Zijn college was slechts de leidraad voor een anders denken over ‘vroeger en nu’. Van Isackers lessen waren beklijvend. Hij gaf geen vak dat je even leerde en snel weer vergat. Hij doordrong, vormde. In ’83 – hij was toen pas 70 – ging professor Van Isacker met emeritaat.

Priester, not as usual

Hij had niet alleen veel gepubliceerd en gedoceerd over het gemis aan God, als bron van een teloorgang, hij wilde er effectief ook iets aan doen. Samen met een van zijn oud-studenten, Dine Bijnens, startte hij in ’88 het religieuze werk aan de Caelenberg in Niel-bij-As. Het was de bedoeling de gelovigen terug de weg naar de religie te wijzen. Door alle hervormingen en moderniseringen in de Kerk verloren velen de weg ernaar. “In amper een halve generatie zijn de priesters erin geslaagd het knielen af te leren”, zo schrijft Van Isacker in Ontwijding uit 1989, terwijl hij eraan toevoegt dat de kerk omgevormd is tot vergaderzaal en dat de les van de eredienst niet meer geleerd wordt: “in Gods nabijheid werpt de mens zich neer”...

Van Isacker verkondigt aan wie het horen wil dat de malaise in de kerk voortkomt uit haar bezetenheid zich aan te passen aan de moderne wereld, zonder zich af te vragen wat die moderne wereld eigenlijk voorstaat. Hij start erediensten volgens de oude Romeinse ritus en krijgt daarvoor uit Rome, van de commissie Ecclesia Dei, vrijgeleide, het zogenaamde celebret. Het leek erop dat men in de moderne kerk het kind met het badwater weggooide. Velen misten de wijding, het sacrale, de mysterieuze distantie van het heilige en haakten daarom af. Deze mensen weer voeling geven met hun Kerk, met God, is de levenstaak die Van Isacker zich op zijn gezegende leeftijd eigen heeft gemaakt.

In Niel-bij-As werden een stal en schuur tot kapel omgebouwd. Algauw vonden de mensen de weg om er volgens de Tridentijnse ritus, die van vóór 1965, Eucharistie te vieren. Terug naar de oude katholieke liturgie. Weg van banalisering en ontheiliging. Een paar jaar later werd een nabijgelegen hoeve aangekocht en met de hulp van een tewerkstellingsproject van de VDAB gerestaureerd. Stal en schuur werden in 1997 weerom kapel. Het was in deze, aan de aartsengel Michaël en de heilige Jozef toegewijde kapel, dat wij op zondag 29 juni, in de schaduw van de oude linde, getuige waren van wat we ons in ons onderbewustzijn herinnerden als ‘bidden’. Vreemd, hoe veilig de Latijnse gebeden opgeborgen zaten in ons religieuze verleden. Ze borrelden spontaan op, net als bij de talrijke aanwezigen die op dezelfde golflengte zaten, wetend dat loskomen van de vele aardse belemmeringen de enige kans is op zuiver geluk. Iets waarin Karel Van Isacker behoorlijk gevorderd is, na 90 jaar ‘onderweg’.

Zijn aanhang volgt. Velen willen wel, maar het water is veel te diep. De zondagochtend te vroeg, de hoeve te afgelegen. Voor anderen is elke viering in de Sint-Michaëlskapel een reis waard: uit Duitsland, Nederland, Antwerpen en de Kempen komen ze knielen in zijn kapel, in the middle of nowhere: ‘pure’ beleving, stevig voedsel voor de ziel. Maar de weg blijft moeilijk. De duivel ligt permanent op de loer, gewiekst als hij is, wetend dat de wil sterk is, maar het vlees zwak. Dus mikt hij daarop... Toch hadden alle aanwezigen kippenvel, toen aan het einde van de misviering – the old-fashioned way, op onze knieën, de communie op onze tong, de celebrant met de rug naar de gelovigen en de liturgie in het Latijn – het ‘Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen’ weerklonk in de stilte van de ongerepte omgeving.

Geen uit-tip dit keer, maar een in-tip: misschien vind je er je innerlijke zelf terug, in de Sint-Michaëlskapel, Caelenbergstraat 40, 3668 Niel-bij-As (tel. 089-65 86 11). De zondagmis start er om 5 voor 10.

Myriam van Loon

Bron: Alumni Nieuwsbrief, een uitgave van faculteit TEW van UFSIA, oktober 2003.

2 opmerkingen:

  1. Ik heb mij veroorloofd deze tekst integraal over te nemen naar aanleiding van het heengaan van de pater op mijn blog www.angeltjes.be

    Met veel dank en respect

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een groot mens is van ons heengegaan.

    BeantwoordenVerwijderen