maandag 29 maart 2010

Angelustoespraak 28 maart 2010: Jongeren, weest getuigen van Christus!



Voor het bidden van het Angelusgebed aan het einde van de viering van Palmzondag hernieuwde paus Benedictus XVI zijn appèl aan de jongeren, vijfentwintig jaar na de eerste Wereldjongerendagen die in 1985 voor de eerste keer werden georganiseerd op initiatief van zijn voorganger, paus Johannes Paulus II.

De Paus riep de jongeren op om op vriendelijke wijze getuigenis te geven in het licht van de Waarheid, opdat mannen en vrouwen van het derde millennium niet voorbijgaan aan het meest authentieke voorbeeld van de mensheid: Jezus Christus.

De Heilige Vader sprak ook over Jeruzalem, waar het Paasmysterie voltrokken is. Hij is diep bedroefd vanwege nieuwe spanningen en conflicten in deze stad, die het spirituele thuis is voor christenen, joden en moslims, en de profetie en de belofte van de universele verzoening die God verlangt van de menselijke familie. Vrede is een gave van God, die Hij heeft toevertrouwd aan de menselijke autoriteiten om gecultiveerd te worden door onderlinge dialoog en respect voor de rechten van een ieder, en door verzoening en vergevingsgezindheid. De Paus bad ervoor dat de machthebbers in de stad Jeruzalem dat pad naar de vrede standvastig zullen bewandelen.

De volledige Angelustoespraak kunt u hier bekijken en beluisteren:


dinsdag 23 maart 2010

Liturgische plechtigheden in de Goede Week en met Pasen


In de Goede Week en met Pasen zijn de tijden van de liturgische plechtigheden als volgt:

28 maart 2010 - Palmzondag
9.55 uur: Hoogmis

1 april 2010 - Witte Donderdag
19.00 uur: Plechtige heilige Mis waarin de instelling van het Sacrament des Altaars en van het priesterschap worden herdacht

2 april 2010 - Goede Vrijdag
19.00 uur: Plechtige viering van het Lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus

3 april 2010 - Paaszaterdag
22.30 uur: Plechtige Paaswake

4 april 2010 - Hoogfeest van Pasen
9.55 uur: Hoogmis

5 april 2010 - Maandag onder het Octaaf van Pasen
9.55 uur: Hoogmis

Nieuwsbrief: Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen



Beste vrienden en weldoeners van de Sint-Michaelskapel,

Met priester Guido Gezelle zeggen wij, de lente is in aantocht. Het Hoogfeest van Pasen, de Verrijzenis van Onze Lieve Heer is in aantocht!

100 jaar lied Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen

Toen de paters jezuïeten na het herstel van de Sociëteit van Jezus zich in Vlaanderen vestigden, kwamen zij in 1833 in de residentie van Oost-Eeklo terecht te Gent. Het was de plaats waar indertijd Lodewijk van Male zijn lusthof had. Heel vlug reeds, in 1842, bouwden zij daar in de Bestormstraat een kerk die werd toegewijd aan ‘Maria ten hemel opgenomen’, aan Franciscus Xaverius en aan Ignatius van Loyola.

Bedevaartsplaatsen waren rond die tijd belangrijk voor de Sociëteit. Als O.L. Vrouw ter Stoepe 300 jaar bestaat in 1860 zijn het de jezuïeten die de retraite prediken voor het volk. Bij het bekijken van de lijst van Mariabeelden in Vlaanderen vindt men de verering van Maria terug in Oostakker (in de voormalige residentie Sint Victor, vanaf 1877), er is de Onze Lieve Vrouw van Groeninghe (in de voormalige residentie van Kortrijk in 1859). Ook op de Coudenberg in Brussel bevond zich een beeld van Maria dat later gekroond werd (vroeger bij de jezuïeten, nu in de Kapellekerk). In de kerken van Mechelen en Leuven (nu afgebroken) was er een Mariagrot.

In 1844 bestelde een vrome vrouw uit Gent, mevrouw de Potter de Comines, echtgenote van graaf J.B. d’Hane-Steenhuyze, bij de kunstenaar Jean-Baptist De Cuyper een marmeren Mariabeeld, dat in 1846 in de kerk van de residentie van Gent werd aangebracht boven het altaar.

Maria krijgt een kroon en een naam

In het jaar 1860 werd dit beeld plechtig gekroond door de pauselijke nuntius, die speciaal daarvoor naar Gent was gekomen. Daarmee was dit beeld het eerste pauselijk gekroonde beeld in Vlaanderen. De kroon was geschonken door een leerling van het college, Joris Vanderbruggen, die op zijn sterfbed zijn spaarcenten daarvoor schonk. Zijn zus schonk de kroon van het kindje Jezus. Als inscriptie staat er: “Puero Jesu pueri Gandavenses” (De Gentse kinderen aan het kind Jezus).

Verschillende vrome broederschappen werden gesticht vanuit de residentie. Op aanvraag van ‘les notables de Gand’ werd op de eerste verjaardag van de kroning in 1861 door de bisschop aan het beeld de naam ‘Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen’ toegekend. Tot dan toe had het beeld de naam van ‘Notre Dame des Jésuites’. Ook de residentie kreeg de naam van Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen.

Maria krijgt een lied

De verering van het beeld kende veel succes. Jaarlijks, bij het begin van de meimaand, was er noveen voor Maria, predicaties en liturgische vieringen. In 1892 kregen de jezuïeten van Gent de toestemming om op 9 mei ‘Onze‐Lieve‐Vrouw van Vlaanderen’ met een eigen feestdag te vieren. Een gregoriaanse mis werd gecomponeerd door dom Pothier, de grote man achter de gregoriaanse muziek van Solesmes.

Hoewel de verering van Maria in Oostakker steeds meer aan belang won, werd in 1910 de vijftigjarige kroning van het beeld met veel luister gevierd. Aan componisten en tekstschrijvers werd gevraagd om een nieuw Marialied te schrijven.

Vijf liederen werden zo gecomponeerd. ‘Liefde gaf u duizend namen’, op tekst van E.H. Cuppens en met muziek van Lodewijk De Vocht werd ontegensprekelijk het meest bekende ervan.

‘Liefde gaf u duizend namen’, het alombekende lied heeft ervoor gezorgd dat de titel ‘Onze‐Lieve‐Vrouw van Vlaanderen’ bekend is gebleven.

Overal in de wereld heeft Maria haar plaats gevonden, Onze‐Lieve‐Vrouw van Fatima, van Lourdes, van Chestochova, van Frankrijk... Onze‐Lieve‐Vrouw van Vlaanderen is de zoveelste eretitel, voor sommigen heel dierbaar. Maar niet te herleiden tot puur nationalisme. Eindigt het lied niet ‘Sta ons bij in alle nood, nu en in het uur der dood, ons, uw kind’ren, en ook d’ andren’. Moge het gebed tot Onze‐Lieve‐Vrouw van Vlaanderen dan ook allen ten goede komen.

Er zal feest worden gevierd op 9 mei 2010

In 2010 zal het honderd jaar zijn dat ‘Liefde gaf u duizend namen’ werd uitgevoerd en het zal tijdens de H. Mis in Sint-Michaëlskapel op de Caelenberg zeer zeker door velen uit volle borst worden meegezongen.

De eerde droomt


De eerde droomt, de biezen leken
van den vroegen morgenbrand,
die, in 't oosten opgesteken,
bijt in 't baardig weideland.
Grauw is 't over nacht gevrozen;
over dag, van 's morgens vroeg,
viert en vonkt het zonneblozen
fel, maar nog niet fel genoeg,
om het koele graf te ontsluiten,
waarin 't zaad geborgen ligt,
wachtende, om opnieuw te spruiten,
lente, naar uw zonnelicht.

Guido Gezelle
(Moorsele, 25/2/1891)

Toelichting :
opgesteken = opgestoken
baardig = stoppelig
viert = schittert vurig
spruiten = opschieten

maandag 22 maart 2010

Een monument van een historicus: Karel Van Isacker


Laatste zondag van juni, staalblauwe hemel, gloeiende zon. Een uitgelezen dag om in de schaduw van een oude linde een uniek feest te beleven. Groots in zijn soberheid, sacraal in zijn uitvoering. Karel Van Isacker, de historicus-jezuïet, of moet het in een andere volgorde, wordt 90. Ruim een derde van zijn leven (1950 tot 1983) was hij verbonden aan de UFSIA als de flamboyante maar briljante hoogleraar geschiedenis.

Het zag er anders een paar weken voor zijn verjaardag op 26 juni, niet zo best uit. Een longontsteking is voor niemand gezond … en bij ongehoorzaamheid aan de medicijnman wordt het gevaarlijk. Ook een wijs man, wat van een jezuïet mag worden aangenomen, die tot zijn 33ste studeerde, moet luisteren naar zijn dokter, die, zij het in een andere materie, even lang met zijn neus in de boeken stak. Van Isacker werd geboren in 1913. Vader, West-Vlaming, advocaat en historicus, werd in 1919 volksvertegenwoordiger voor de toenmalige katholieke partij. Van ’31 tot ’38 ook minister, achtereenvolgens van vervoer, nijverheid en arbeid en economische zaken. Zoon Karel volgde de humaniora bij de Jezuïeten in Aalst en trad in ’33 toe tot de orde. Na de lange en gedegen opleiding – hij promoveerde bovendien in ’41 tot licentiaat geschiedenis aan de K.U.Leuven – werd hij in ’45 priester gewijd. In ’50 start zijn academische carrière als hoogleraar aan de Handelshogeschool Sint-Ignatius, waar hij dertig jaar lang de groeipijnen en -vreugden zou beleven van een kleinschalige tweetalige hogeschool met een paar honderd studenten tot de Universitaire Faculteiten met duizenden studenten.

De auteur-prof

Bij de studenten was Karel Van Isacker al gauw een geliefd en gerespecteerd prof. Een man met een volle naam, een bijnaam is ons niet bekend. En dat past precies in het beeld dat ieder die hem op zijn weg ontmoette, intrigeerde: een rechtlijnig man, met normen en principes, met een gezond conservatisme. In Geschiedenis voor mensen schrijft hij in ’64 dat “geschiedenis de subjectieve, maar eerlijke interpretatie van het verleden moet zijn, vanuit de beleving van de eigen tijd. De verklaring van de eigen wereld door het inzicht in haar historische achtergrond. Dat maakt van de historicus een herschepper in plaats van louter registrator. Na het verzamelen en schiften van documenten, het wetenschappelijke onderdeel van historiografie, begint de kunst van de geschiedenis.” Huiverende positivisten – om de mogelijke teloorgang van de zogenaamde wetenschappelijke objectiviteit van de geschiedschrijving – vergeten dat verbeelden en verzinnen twee verschillende zaken zijn en dat precies elke vorm van kunst met de mens als object het mysterie benadert. Van Isacker revolteerde als het ware tegen de verwetenschappelijking van het vak geschiedenis. Die evolutie impli-ceert dat de kunstenaar beknot wordt, wat dan weer een gemiste kans is...

In ’54 doctoreerde hij met het proefschrift Werkelijk en wettelijk land, maar hij zou algauw nog meer naam maken met werken als Het Daensisme (1959), Meesters en huurlingen (1963), Afscheid van de havenarbeider en Herderlijke brieven over politiek 1830-1966. Met het essay Het land van de dwazen bestempelt hij de stelselmatige vernieling van de natuur, de opoffering van schoonheid en oorspronkelijkheid op het altaar van de welvaart, als een onlosmakelijk gevolg van hebzucht. De enige valide oplossing heet: onthechting, maar die oplossing is onontvankelijk zonder milieu waarin deze deugd kan gedijen... De kip of het ei... waar begint het?

Vlaming op de barricade

Met Irma Laplasse, stukken voor een dossier en Het dossier Irma Laplasse, kritiek van een repressie-dossier stak Van Isacker zijn nek uit voor een in ’45 – volgens de geschiedschrijver onterecht – terechtgestelde volksvrouw. Zij zou het slachtoffer zijn geworden van haat en wraakgevoelens. Een verbijsterende lichtzinnigheid bij zowel openbare aanklager als krijgsgerecht brachten haar ter dood. Van Isacker beoogde een herziening van haar proces, dat er ook kwam.Tot zijn diepe ergernis leidde de herziening echter niet tot een postume vrijspraak, maar tot een omzetting van de doodstraf in levenslang. Een ironische uitspraak over iemand die werd terechtgesteld...

Met Mijn land in de kering 1930-1980, met in het eerste deel het Vlaanderen van voor de Eerste Wereldoorlog, doet hij een poging om de actualiteit van 150 jaar geschiedenis te leren begrijpen … De zin van haar evolutie – of is het devaluatie? – van vriendelijke samenleving tot betonmaatschappij. Deel twee, De enge ruimte 1914-1980, beschrijft de geschiedenis van een om zijn ongerechtigheid verwerpelijke tijd. Zijn stokpaardje ‘onthechting’ duikt er overduidelijk in op. Zo schrijft hij: “Er is slechts kans op een toekomst als de mens erin slaagt te breken met de doem van een bestaan dat op louter stoffelijke welvaart is gericht.” En nog: “Een demonisch bestel en de radeloosheid zijn vruchten van dwaze trots, waanidee dat we God kunnen missen.”

De prof

Dertig jaar hoogleraar betekent ook dertig keer een aula vol nieuwe studenten. Niet alleen het eerste college, maar een academiejaar lang. Want Van Isacker was het soort prof aan wiens lippen je hing. De begeesteraar, die in zijn conservatisme vooruitstrevend en zelfs een tikkeltje avant-gardistisch was. De scherpzinnige lesgever, die streng was voor zichzelf en dus ook voor anderen. De briljante geest, die graag op niveau bleef. Zo ook met zijn studenten, bij wie hij dus nauwelijks domheid tolereerde. Hij kon ook wel vervaarlijk stekelig uit de hoek komen en hij was flamboyant. Zo kwam hij op de binnenkoer van de Prinsstraat aangereden op zijn motorfiets. Geen alledaags gezicht, een jezuïet in motard-outfit op een 250 cc, anachronisme van de bovenste plank. Cool, heet dat nu. Pater Van Isacker kwam in de jaren ’60 ooit op een avond binnen in het internaat (toen nog op de UFSIA zelf), waar de studenten net een machtsspelletje speelden met pater Van Den Daele: één televisie en twee programmaverzuchtingen. Zonder veel omhaal koos Van Isacker de kant van de studenten. Een vinnig onderonsje tussen spitsbroeders-jezuïeten was het gevolg, met als resultaat dat de studenten én Pater Van Isacker naar hun programma keken. Niets menselijks was hem dus vreemd...

Van Isacker was er de man niet naar om zijn syllabus voor te lezen. De onderwerpen die hem als auteur bezighielden, waren ook de boeiende stokpaardjes van de prof. Als examinator was hij niet de boeman die de student ontreddert. Niettemin was hij streng in zijn oordeel, maar als je verhaal zin had, dan was hij een geboeid luisteraar. Zijn college was slechts de leidraad voor een anders denken over ‘vroeger en nu’. Van Isackers lessen waren beklijvend. Hij gaf geen vak dat je even leerde en snel weer vergat. Hij doordrong, vormde. In ’83 – hij was toen pas 70 – ging professor Van Isacker met emeritaat.

Priester, not as usual

Hij had niet alleen veel gepubliceerd en gedoceerd over het gemis aan God, als bron van een teloorgang, hij wilde er effectief ook iets aan doen. Samen met een van zijn oud-studenten, Dine Bijnens, startte hij in ’88 het religieuze werk aan de Caelenberg in Niel-bij-As. Het was de bedoeling de gelovigen terug de weg naar de religie te wijzen. Door alle hervormingen en moderniseringen in de Kerk verloren velen de weg ernaar. “In amper een halve generatie zijn de priesters erin geslaagd het knielen af te leren”, zo schrijft Van Isacker in Ontwijding uit 1989, terwijl hij eraan toevoegt dat de kerk omgevormd is tot vergaderzaal en dat de les van de eredienst niet meer geleerd wordt: “in Gods nabijheid werpt de mens zich neer”...

Van Isacker verkondigt aan wie het horen wil dat de malaise in de kerk voortkomt uit haar bezetenheid zich aan te passen aan de moderne wereld, zonder zich af te vragen wat die moderne wereld eigenlijk voorstaat. Hij start erediensten volgens de oude Romeinse ritus en krijgt daarvoor uit Rome, van de commissie Ecclesia Dei, vrijgeleide, het zogenaamde celebret. Het leek erop dat men in de moderne kerk het kind met het badwater weggooide. Velen misten de wijding, het sacrale, de mysterieuze distantie van het heilige en haakten daarom af. Deze mensen weer voeling geven met hun Kerk, met God, is de levenstaak die Van Isacker zich op zijn gezegende leeftijd eigen heeft gemaakt.

In Niel-bij-As werden een stal en schuur tot kapel omgebouwd. Algauw vonden de mensen de weg om er volgens de Tridentijnse ritus, die van vóór 1965, Eucharistie te vieren. Terug naar de oude katholieke liturgie. Weg van banalisering en ontheiliging. Een paar jaar later werd een nabijgelegen hoeve aangekocht en met de hulp van een tewerkstellingsproject van de VDAB gerestaureerd. Stal en schuur werden in 1997 weerom kapel. Het was in deze, aan de aartsengel Michaël en de heilige Jozef toegewijde kapel, dat wij op zondag 29 juni, in de schaduw van de oude linde, getuige waren van wat we ons in ons onderbewustzijn herinnerden als ‘bidden’. Vreemd, hoe veilig de Latijnse gebeden opgeborgen zaten in ons religieuze verleden. Ze borrelden spontaan op, net als bij de talrijke aanwezigen die op dezelfde golflengte zaten, wetend dat loskomen van de vele aardse belemmeringen de enige kans is op zuiver geluk. Iets waarin Karel Van Isacker behoorlijk gevorderd is, na 90 jaar ‘onderweg’.

Zijn aanhang volgt. Velen willen wel, maar het water is veel te diep. De zondagochtend te vroeg, de hoeve te afgelegen. Voor anderen is elke viering in de Sint-Michaëlskapel een reis waard: uit Duitsland, Nederland, Antwerpen en de Kempen komen ze knielen in zijn kapel, in the middle of nowhere: ‘pure’ beleving, stevig voedsel voor de ziel. Maar de weg blijft moeilijk. De duivel ligt permanent op de loer, gewiekst als hij is, wetend dat de wil sterk is, maar het vlees zwak. Dus mikt hij daarop... Toch hadden alle aanwezigen kippenvel, toen aan het einde van de misviering – the old-fashioned way, op onze knieën, de communie op onze tong, de celebrant met de rug naar de gelovigen en de liturgie in het Latijn – het ‘Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen’ weerklonk in de stilte van de ongerepte omgeving.

Geen uit-tip dit keer, maar een in-tip: misschien vind je er je innerlijke zelf terug, in de Sint-Michaëlskapel, Caelenbergstraat 40, 3668 Niel-bij-As (tel. 089-65 86 11). De zondagmis start er om 5 voor 10.

Myriam van Loon

Bron: Alumni Nieuwsbrief, een uitgave van faculteit TEW van UFSIA, oktober 2003.